Samenvatting: 1: Wie Is De Patiënt Met Bijzondere Noden?
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van 1: Wie is de patiënt met bijzondere noden?
-
1 Wie is de patiënt met een bijzondere nood
Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
Laat hier meer flashcards zien -
1.1 Classificatie van beperkingen
-
Er is een classificatie van beperking volgens oorzaak:- Welke 3 klassen kan het in geplaatst worden?- Geef ook aan: hoe deze ontstaat + leeftijd die erbij hoort.
1.Ontwikkelingsstoornis
-congenitaal
-verworven tijdens groei (1-22j )
- mentaal/fysiek of combi
- meestalchronisch --> blijft hele leven aanwezig
2. Verworvenbeperking
- veroorzaakt --> ziekte of trauma
- >22j
3.Leeftijdsgebonden beperking
- tgvchronische aandoeningen
- >65j -
Er is een classificatie van beperking volgens functionele status:- Welke 2 klassen kan het in geplaatst worden en wat wordt ermee bedoeld?
1.Basis activiteiten in dagelijks leven (ADL )
- eten,aankleden ,wandelen
-verzorging : bad, toilet gebruik
2.Instrumentele activiteiten in dagelijks leven (IADL )
- eten maken, med nemen,schoonmaken
-autorijden of gebruikopenbaar vervoer -
Er is een classificatie van beperking volgens prognose:- Welke 4 klassen kan het in geplaatst worden?
1.Blijvende stabielebeperking
2. Progressievebeperking
3. Tijdelijkebeperking
4. Combinatie van beperkingen -
3 Epidemiologie
-
Welke 3 factoren zijn er die de mondgezondheid van personen met beperking beïnvloeden?- Geef hierbij per factoren voorbeelden.
1.Biologische factoren
-cognitieve + fysieke + emotionele factoren
-chronische aandoeningen
-bijwerkingen vanmedicatie
-uitdroging van de mond
2.Leefstijl
- voeding
- mindermondhygiëne momenten
- anderemedische of sociale problemen krijgen voorrang
3.Omgevingsfactoren
- ouders +zorgverleners
- negatieve ervaringen
- ontbreken -->aangepaste materialen +inrichting -
Benoem minstens 5 problemen van de mondgezondheid bij personen met een beperking in Vlaanderen samengevat.
1. Meer onbehandeld tandbederf
2. Minder tandvullingen
3. Meer ontbrekende tanden
- meer extracties
- meer tandloze personen
- minder vaak vv ontbrekende tanden door prothese
4. Minder goede mh
5. Meer + ernstigere vorming parodontitis
6. Vaker voorkomende orthodontische afwijkingen + tandslijtage -
Socio-economische aspecten:- Door welke 5 dingen wordt de toegankelijkheid van de zorg bemoeilijkt?- Welke 2 aspecten horen nog meer bij de SES-aspecten?- Wat is het risicofactor hierbij
1.Achtergestelde materiële situatie
2. Werking van instelling
3. Hogemedische zorgbehoefte
4. Ontbreken vanniet -professionele steun
5. Gebrek aan kennis
6. Moeilijk om medische kost te betalen (44%)
7. Zorg uitstellen
--->risicofactor =chronische aandoening -
4 Kwetsbare ouderen
Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 4
Laat hier meer flashcards zien -
Welke 2 problemen ondervinden kwetsbare ouderen mbt de organisatie van de mondzorg voor kwetsbare ouderen?
1.HA contacteert zeldenTA
2.TA niet bereidmondzorg te verlenen owv:
- ontbreken vanapparatuur (63%)
- te weinig tijd (20%)
- wil datbewoner naarpraktijk komt (11%) -
Wat zijn de 4 meest uitgevoerde behandelingen voor kwetsbare ouderen?
Meestuitgevoerde behandelingen:
- ontlasten drukpunt --> doorgebitsprothese
- herstellen + aanpassen -->gebitsprothesen
-vervaardigen nieuwegebitsprothese
- extracties -
Benoem minstens 5 drempels voor mondzorg in WZC
1. Hoge werkdruk
2. Gebrek communicatie over mondzorg
3. Onvoldoende inzien van belang mondzorg
4. Ontbrekende kennis + vaardigheden
5. Onvoldoende medewerking van bewoners
6. Zichtbaarheid van de mondproblemen -
5 Personen in kansarmoede
Dit is een preview. Er zijn 4 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 5
Laat hier meer flashcards zien -
Er zijn 5 verschillende soorten armoede:- Wat is kansarmoede?- Noem 3 andere soorten
1. Absolute/volledigekansarmoede
- het gaat om leven en dood --> net genoeg geld voeding/kleding
- te weinig om van te leven --> vaak ontwikkelingslanden
2. Relatievearmoede
- ongelijke verdeling inkomens
- je verdient minder dan ander --> maar niet echt arm
Socialearmoede
- niet normaal meedoen in leven --> door te weinig geld
- hier vervagen sociale contacten door
3.Armoede bijwerkenden
- of te weinig verdienen
- of 1 iemand verdient geld in het gezin
4.Kansarmoede
- laag inkomen + uitgesloten op verschillende domeinen
- opleiding/welzijn/huisvesting/vrijetijdsbesteding
- politieke en sociale zeggingskracht + cultuur
5. Generatiearmoede
- doorgeven ouder op kind -->armoede kringloop
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















