Samenvatting: 2: De Geriatrische Patient
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van 2: De geriatrische patient
-
1 De geriatrische patient
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
Laat hier meer flashcards zien -
Op welke manier wordt de geriatrische patient opgenomen op de afdeling geriatrie?
Elkegehospitaliseerde patient van75j of ouder in het ziekenhuis:
Wordt doorteamlid op zelfde afdeling gescreend
- mbv wetenschappelijk gevalideerd instrument
- na gaan of hij voldoet aan 1 van de criteria
- en dan moet worden opgenomen in --> zorgprogramma
- hiervan wordt melding gemaakt --> in patientdossier -
1.1 Fragiliteit en beperkte homeostase
-
De geriatrische patient heeft het fragiliteit en beperkte homeostase:- Welk syndroom hoort hierbij en welke kenmerken?- Waardoor komt de beperkte homeostase?
1. Fragiliteit: 'Frailty' syndroom
- verminderde reserve + 2 of meer van de 5 kenmerken:
- vermoeidheid
- zwakte
- inactiviteit
- trage gang
- gewichtsverlies
2. Beperkte homeostase
- door verminderde reserve
- verminderde weerstand --> tov stressoren -
1.2 Actieve polypathologie
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2
Laat hier meer flashcards zien -
Wat is de definitie van chronische pathologie?
Chronische pathologie
= Langdurige ziekten
- met meestal langzame progressie -
1.3 Atypische klinische symptomen
-
Wat wordt er bedoeld dat de geriatrische patient atypische klinische beelden vertoont?
Typische symptomen verlagen
--> en Atypische/aspecifieke symptomen stijgen:
Geriatrischesyndromen
- immobiliteit
- instabiliteit --> vallen
- incontinentie
- acute verwardheid -
1.4 Verstoorde farmacokinetiek
-
Welke 6 punten zorgen voor een verstoorde farmacokinetiek bij de geriatrische patient?
1. Verdeling
- vet --> stijgt
- spier en water --> daalt
2. Eiwitbinding
- hypoalbuminemie vrije fractie --> stijgt
3. Hogereplasmaspiegels
4. Meertoxiciteit +bijwerkingen 5 .Stijging polyfarmacie interacties
6. Nier:GFR (glomerular filtration rate: nierfunctie) daalt -
1.5 Gevaar voor functionele achteruitgang
-
Hoe komt het dat er gevaar is voor functionele achteruitgang bij de geriatrische patiënt
Die gevaar voor functionele achteruitgang:
komt doordat de patiënt last heeft van:
1. Beperkte mobiliteit
2. ADL (basis activiteiten in het dagelijks leven) beperking
3. Problematiek lichaamsbeweging + leeftijd -
1.6 Gevaar voor deficiënte voeding
-
De geriatrische patient kan lijden aan een deficiënte voeding:- Welke 3 gevolgen kan dit hebben voor deze patiënt? Geef hierbij uitleg waar nodig
1. Minder energiebehoefte/eetlust
- comorbiditeit: slecht gebit, dysfagie, depressie, kanker
2. Gewichtsverlies
3. Deficiënties
- eiwitten
- vitaminen
- vetten -
1.8 Psychosociale problemen
-
De geriatrische patient heeft vaak last van psychosociale problemen:- Welke 2 problemen zijn het meest uitvergroot en wat houden zij in?
1. Geestelijke problemen (3 D's)
- dementie
- depressie
- delier
2. Sociale problematiek
- vereenzaming
- zelfstandigheid
- afhankelijkheid -
2 Meten van kwetsbaarheid en zorgnood
Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2
Laat hier meer flashcards zien -
Geef de 4 grote kenmerken van frailty - broosheid - kwetsbaarheid van de geriatrische patiënt.
1. Inherent aan verouderen
- prevalentie stijgt met leeftijd
2. Structurele en functionele achteruitgang
--> van verschillende orgaansystemen
3. Sarcopenie
- verlies aan spiermassa en -kracht
- muscoskeletale weerslag
4. Gevolg
- vatbaar --> functionele beperkingen
- vatbaar --> ziekten + ziekteverwikkelingen
- toenemend risico: institutionalisering + hospitalisatie + overlijden -
3 Meten van zorgafhankelijkheid
-
3.2 MMSE
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3.2
Laat hier meer flashcards zien -
- Wat houdt de MMSE in?- Welke vragen staan hierin?
MMSE: Test die +/-10 min duurt
- Cognitieve stoornissen meten bij ouderen
- valide voor screening matig - ernstige, niet licht-mild
- goede sensitiviteit 87%
- hoge specificiteit 89%
Vragen die eenindruk geven van
- geheugen
- oriëntatie in tijd + ruimte
- concentratie
- rekenen
- taal
- visueel zicht
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















