Samenvatting: Anesthesie

Studiemateriaal generieke omslagafbeelding
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
LET OP!!! Er zijn slechts 40 flashcards en notities beschikbaar voor dit materiaal. Deze samenvatting is mogelijk niet volledig. Zoek a.u.b. soortgelijke of andere samenvattingen.
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Anesthesie

  • 2 MKA Anesthesie

    Dit is een preview. Er zijn 10 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2
    Laat hier meer flashcards zien

  • Hoe ziet de samenstelling er globaal uit van anesthesie?

    De meeste anesthetica bevatten naast de verdovende stof ook nog een vasoconstrictor, conserveringsmiddel, buffersysteem, natriumchloride en steriel water.
  • Welke verdovende stoffen worden het meest gebruikt in de tandheelkunde?

    voornamelijk lidocaïne, articaïne en prilocaïne
  • Welke verdovingsstof wordt vaak bij lange geleidinganesthesie gebruikt?

    Bupivacaïne
  • Wat voor basen zijn lokale anesthetica?

    Lokale anesthetica zijn zwakke basen met een karakteristieke molecuulstructuur. Zij oxideren gemakkelijk als ze aan de lucht worden blootgesteld.


    Er worden drie delen onderscheiden: lipofiel (vet oplosbaarheid-> doordringen scherde van schwann), hydrofiel (water minnend) en alifatische keten(kopel stuk van keten).
  • Waarom wordt er een vasoconstrictor toegevoegd aan anesthesie?

    • om de doorbloeding van de injectieplaats te verminderen. Daardoor blijft het anestheticum langer ter plaatse in voldoende hoge concentratie, waardoor de inwerkingsduur toeneemt. 
    • de diffusie en resorptie vertraagd, waardoor de opname +kans op intoxicatie in de bloedbaan afneemt. Door verminderde doorbloeding daalt lokaal de PH waardoor het onesthetische effect afneemt. 
    • Verder kan onder invloed van de ophoping van afvalstoffen na uitwerking van de vasoconstrictor een versterkt vasodilatoir effect optreden, met als gevolg een verhoogde kans op nabloeden.
  • Waar bestaan de systematische effecten uit van een vasoconstrictor?

    kunnen bestaan uit een verhoogde bloeddruk door vasoconstrictie, verhoging van de cardinale output en hartritmestoornissen. ->bij adequate toepassing van beperkte hoeveelheden anesthesie komen systemische complicaties echter zelden voor.
  • Waarom zit er natriumchloride in de anesthetica?

    om alles in de oplossing isotoon (gelijke osmotische oplossing) te maken.
  • 4 Oefenvragen

    Dit is een preview. Er zijn 17 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 4
    Laat hier meer flashcards zien

  • Stelling: Articaïne (bijv. Seponest en Ultracain) is een lokaal anestheticum met een amide-verbinding

    Juist
  • Stelling: Een mandibulair blok wordt toegediend in de pterygomandibulaire loge

    Juist
  • Stelling: De naam voor de vasoconstrictor epinefrine en adrenaline is hetzelfde

    Juist
LET OP!!! Er zijn slechts 40 flashcards en notities beschikbaar voor dit materiaal. Deze samenvatting is mogelijk niet volledig. Zoek a.u.b. soortgelijke of andere samenvattingen.

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart