Farmacologie - Lokale anesthesiemiddelen
6 belangrijke vragen over Farmacologie - Lokale anesthesiemiddelen
Wat doet lidocaïne bij lokale anesthesie?
Op welke volgorde verdwijnen de volgende punten bij toediening van lokale anesthesie met lidocaïne (temperatuur, motorisch, propriocepsis (evenwicht, besef van stand van het ledemaat), pijn, aanraking
Waarom wordt er vaak adrenaline aan lidocaïne toegevoegd voor lokale anesthesie? En wanneer mag het niet worden toegevoegd?
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Wat zijn indicaties voor lidocaïne?
- Plaatselijk verdoven van zenuwen (op de huid, slijmvliezen, infiltratie en regionaal, intra-articulair, etc)
- Ritmestoornissen
- CRI als pijnbestrijding
Wat zijn bijwerkingen van lidocaïne en bupivacaïne?
- Toxische (vergiftiging) reactie van lokaal anesthetica
- CZS: duizeligheid, convulsie en toevallen (te behandelen met diazepam of phenobarbital
- Cardiovasculair: aritmiën bij lidocaïne en bij bupivacaïne ventrikelfibrillatie en asystolie. Lidocaïne wordt ook gebruikt ter bestrijding van aritmiën
- Weefsels: kan lokaal weefsel irriteren, vooral skeletspieren zijn hiervoor gevoelig en voornamelijk voor bupivacaïne
- Allergische reactie: komt niet vaak voor en wordt meestal veroorzaakt door de conserveringsmiddelen
Wat zijn de doseringen voor lidocaïne en bupivacaïne?
- Lidocaïne
- Lokaal: 0.5 mg/kg (evt met 1:200.000 adrenaline)
- Ter bestrijding van artimiën: 2-4 mg/kg en 0.05 mg/kg/min
- Bupivacaïne: 1-2 mg/kg
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















