Groei en placenta - foetale groei - vroege groeirestrictie

20 belangrijke vragen over Groei en placenta - foetale groei - vroege groeirestrictie

Wanneer spreekt men van vroege groeirestrictie?
  • A) Wanneer de foetus in het derde trimester groeit onder de P5 van de referentiecurven
  • B) Wanneer een structureel normale foetus in het tweede trimester groeit onder de P5 van de referentiecurven
  • C) Wanneer de foetus niet meer groeit na het eerste trimester
  • D) Wanneer de foetus te zwaar is voor de zwangerschapsduur

  • B) Wanneer een structureel normale foetus in het tweede trimester groeit onder de P5 van de referentiecurven

Welk lichaamsdeel van de foetus vertoont vaak als eerste tekenen van suboptimale groei bij vroege groeirestrictie?
  • A) Hoofd
  • B) Femur
  • C) Handen
  • D) Rug

  • B) Femur

Wat kunnen echogene darmen bij de foetus aangeven in het kader van vroege groeirestrictie?
  • A) Een tekort aan vruchtwater
  • B) Een aanwijzing voor suboptimale groei door verminderde bloedstroom naar de darmen
  • C) Een verhoogde doorbloeding naar de darmen
  • D) Een normale ontwikkeling van het foetale spijsverteringssysteem

  • B) Een aanwijzing voor suboptimale groei door verminderde bloedstroom naar de darmen
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Wat is het doel van frequent onderzoek van de foetale groei en herhaling van doppleronderzoek bij vroege groeirestrictie?
  • A) De bevalling vervroegen
  • B) Vroegtijdig veranderingen in de foetale groei en bloedstroom detecteren
  • C) Het geslacht van de foetus bepalen
  • D) Vaststellen of er sprake is van tweelingzwangerschap

  • B) Vroegtijdig veranderingen in de foetale groei en bloedstroom detecteren

Welke verandering in de arteria-umbilicalisflow kan een aanwijzing zijn voor placenta-insufficiëntie bij vroege groeirestrictie?
  • A) Verhoogde PI en retrograde einddiastolische flow
  • B) Afname in PI en toename van einddiastolische flow
  • C) Continu hoge flow zonder diastolische fase
  • D) Normale flow met een lage PI

  • A) Verhoogde PI en retrograde einddiastolische flow

Wat kan het doppleronderzoek van de arteriae uterinae aantonen bij een vermoeden van vroege groeirestrictie?
  • A) Verminderde doorbloeding in de foetale hersenen
  • B) Aanwijzingen voor placenta-insufficiëntie
  • C) De hoeveelheid vruchtwater rond de foetus
  • D) De sterkte van de foetale hartslag

  • B) Aanwijzingen voor placenta-insufficiëntie

Wat is een veel voorkomende dopplervondst in de arteria cerebri media bij foetussen met brain sparing?
  • A) Lage PI
  • B) Verhoogde PI
  • C) Afwezige flow in de diastole
  • D) Normale PI met verhoogde diastolische flow

  • A) Lage PI

  • A) De CTG-waarden verbeteren, terwijl de ductus-venosusflow stabiel blijft
  • B) De CTG-waarden verslechteren, meestal voorafgaand aan een afwijkende ductus-venosusflow
  • C) De ductus-venosusflow wordt als eerste afwijkend, gevolgd door CTG-verslechtering
  • D) Beide blijven normaal tot de bevalling

  • B) De CTG-waarden verslechteren, meestal voorafgaand aan een afwijkende ductus-venosusflow

Welke maternale aandoening is vaak, maar niet altijd, geassocieerd met vroege groeirestrictie?
  • A) Hyperthyreoïdie
  • B) Pre-eclampsie
  • C) Diabetes type 2
  • D) Hepatitis

  • B) Pre-eclampsie

Wat zegt de grote interfoetale variatie over de foetussen die lijden aan vroege groeirestrictie?
  • A) Iedere foetus vertoont een uniek patroon in ernst en progressie van placenta-insufficiëntie
  • B) Alle foetussen met groeirestrictie vertonen hetzelfde groeipatroon
  • C) Er is weinig verschil in hoe vroeg de groeirestrictie optreedt
  • D) Foetussen vertonen geen enkele variatie in groeirestrictie

  • A) Iedere foetus vertoont een uniek patroon in ernst en progressie van placenta-insufficiëntie

Wat maakt de diagnose van late groeirestrictie lastig?
  • A) De foetus groeit altijd buiten de normale curves voor de zwangerschapsduur
  • B) De foetus kan binnen de norm vallen maar toch niet zijn volledige groeipotentie bereiken
  • C) De foetus vertoont alleen afwijkingen in de hersenontwikkeling
  • D) De placenta laat geen afwijkingen zien op een echo

  • B) De foetus kan binnen de norm vallen maar toch niet zijn volledige groeipotentie bereiken

Wat betekent een ‘afbuiging van de curve’ bij herhaalde biometrie?
  • A) De foetus groeit steeds sneller
  • B) De foetus groeit minder snel dan verwacht
  • C) De foetus groeit precies zoals verwacht
  • D) De foetus groeit in golven van hoge en lage snelheid

  • B) De foetus groeit minder snel dan verwacht

Welk dopplerverschijnsel kan een aanwijzing zijn voor late groeirestrictie?
  • A) Verlaagde PI in de arteria umbilicalis
  • B) Verhoogde PI in de arteria umbilicalis
  • C) Afwezige PI in de arteria umbilicalis
  • D) Normale PI in de arteria umbilicalis

  • B) Verhoogde PI in de arteria umbilicalis

Waarom wordt aangeraden om naast de arteria umbilicalis ook de arteria cerebri media te onderzoeken bij late groeirestrictie?
  • A) Omdat de arteria umbilicalis geen betrouwbare resultaten geeft
  • B) Omdat afwijkingen vaak ook in de arteria cerebri media optreden
  • C) Omdat de arteria cerebri media direct de placenta doorbloedt
  • D) Omdat de arteria cerebri media beter de foetale hartslag meet

  • B) Omdat afwijkingen vaak ook in de arteria cerebri media optreden

Welke meting blijkt het gevoeligst om late en milde groeirestricties op te sporen?
  • A) Groei van de hoofdomtrek
  • B) Afbuiging van de curve
  • C) Verhoogde PI in de arteria umbilicalis
  • D) Afwijkende cerebrale/placentaire ratio (C/P-ratio)

  • D) Afwijkende cerebrale/placentaire ratio (C/P-ratio)

Waarvoor is een afwijkende C/P-ratio een goede voorspeller?
  • A) Groeiachterstand bij de geboorte
  • B) Foetale nood in het derde trimester
  • C) Normale foetale groei in het derde trimester
  • D) Vermindering van vruchtwater

  • B) Foetale nood in het derde trimester

Wat was in het verleden een veelvoorkomende misinterpretatie van suboptimale groei in het derde trimester?
  • A) Als constitutionele small-for-dates zonder medische oorzaak
  • B) Als normale groei zonder enige afwijking
  • C) Als een teken van verhoogde PI in de arteria cerebri media
  • D) Als gevolg van te veel vruchtwater

  • A) Als constitutionele small-for-dates zonder medische oorzaak

Waarom is het belangrijk om de foetale bewaking aan te passen bij vermoedens van late groeirestrictie?
  • A) Om afwijkingen in de placenta op te sporen
  • B) Om tijdig foetale nood te herkennen en in te grijpen
  • C) Om het geslacht van de foetus te bepalen
  • D) Om de bevalling uit te stellen

  • B) Om tijdig foetale nood te herkennen en in te grijpen

Wat suggereert de afwezigheid van duidelijke dopplerafwijkingen in de PI van de arteria umbilicalis bij late groeirestrictie?
  • A) Dat de placenta functioneert zoals verwacht
  • B) Dat suboptimale groei mogelijk als normaal werd beschouwd
  • C) Dat de foetus een infectie heeft
  • D) Dat de foetus te veel vruchtwater heeft

  • B) Dat suboptimale groei mogelijk als normaal werd beschouwd

Wat kan de verhoogde incidentie van afwijkende C/P-ratio’s in het derde trimester aangeven?
  • A) Een vertraagde ontwikkeling van de hersenen
  • B) Een verhoogde kans op longontwikkeling bij de foetus
  • C) Een milde placentaire insufficiëntie en verhoogd risico op foetale nood
  • D) Een betere aanpassing van de bloedstroom naar de nieren

  • C) Een milde placentaire insufficiëntie en verhoogd risico op foetale nood

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo