Groei en placenta - foetale groei - navelstreng
41 belangrijke vragen over Groei en placenta - foetale groei - navelstreng
Waaruit bestaat de gelei van Wharton, waarin de navelstrengvaten zijn ingebed?
- A) Spierweefsel
- B) Een gelatineuze massa
- C) Bindweefsel
- D) Harde collageenvezels
- B) Een gelatineuze massa
Hoe vaak draaien de vaten in een normale navelstreng gemiddeld om elkaar heen?
- A) 5 keer
- B) 8 keer
- C) 11 keer
- D) 15 keer
- C) 11 keer
In welk deel van de navelstreng kunnen de arteriae het beste beoordeeld worden?
- A) Bij de placentale insertie
- B) In het intra-abdominale gedeelte, langs de blaas
- C) Aan de foetale zijde van de navelstreng
- D) Dicht bij de baarmoederwand
- B) In het intra-abdominale gedeelte, langs de blaas
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Wat is de normale variatie in lengte van de navelstreng?
- A) 10-50 cm
- B) 30-120 cm
- C) 40-100 cm
- D) 60-130 cm
- B) 30-120 cm
Wat kan geassocieerd worden met zwangerschapscomplicaties met betrekking tot de navelstreng?
- A) Een navelstreng met weinig of veel windingen
- B) Een gemiddelde lengte van de navelstreng
- C) Een centrale insertie van de navelstreng
- D) Een navelstreng met slechts één arterie
- A) Een navelstreng met weinig of veel windingen
Hoe vaak is de insertie van de navelstreng op de placenta centraal?
- A) In ongeveer 5% van de gevallen
- B) In ongeveer 20% van de gevallen
- C) In ongeveer een derde van de gevallen
- D) In ongeveer twee derde van de gevallen
- C) In ongeveer een derde van de gevallen
Wat betekent het wanneer de navelstreng een velamenteuze insertie heeft?
- A) De vaten lopen via de vliezen naar de placenta
- B) De navelstreng is veel langer dan normaal
- C) De navelstreng heeft geen windingen
- D) De navelstreng is centraal verbonden met de placenta
- A) De vaten lopen via de vliezen naar de placenta
Vanaf welk trimester kan de insertie van de navelstreng goed worden beoordeeld met kleurendoppler?
- A) Het eerste trimester
- B) Het tweede trimester
- C) Het derde trimester
- D) Alleen bij a-term
- B) Het tweede trimester
Wat is de klinische betekenis van een omstrengeling van de navelstreng om de foetus?
- A) Het is een ernstige complicatie
- B) Het heeft zelden klinische betekenis
- C) Het verhoogt de kans op vroeggeboorte
- D) Het vereist altijd een keizersnede
- B) Het heeft zelden klinische betekenis
Hoeveel procent van de zwangerschappen heeft een marginaal of velamenteus geplaatste navelstreng?
- A) 1-2%
- B) 5-10%
- C) 2-6%
- D) 10-15%
- C) 2-6%
Wat kan echoscopisch niet goed worden vastgesteld bij de navelstreng?
- A) De insertieplaats van de navelstreng
- B) Het aantal helices
- C) De lengte van de navelstreng
- D) De omstrengeling van de navelstreng om de foetus
- C) De lengte van de navelstreng
Waarmee wordt de navelstreng omgeven?
- A) Vliezen van de placenta
- B) De gelei van Wharton
- C) Amnion
- D) Het myometrium
Welke van de volgende afwijkingen wordt vaak geassocieerd met een enkele arteria umbilicalis?
- A) Cardiale afwijkingen
- B) Intestinale afwijkingen
- C) Urogenitale afwijkingen
- D) Alle antwoorden hierboven
- D Alle antwoorden hierboven
Bij hoeveel procent van de zwangerschappen met een enkele arteria umbilicalis wordt foetale groeirestrictie gezien?
- A) 1-5%
- B) 2-15%
- C) 10-20%
- D) 20-30%
- B) 2-15%
In hoeveel procent van de gevallen met een chromosomale afwijking komt een enkele arteria umbilicalis voor, vooral bij trisomie 13 en 18?
- A) 1-3%
- B) 6-11%
- C) 15-20%
- D) 25-30%
- B) 6-11%
Wat is een bekende associatie van een enkele arteria umbilicalis in meerlingzwangerschappen?
- A) Toename van hartafwijkingen
- B) Meer kans op navelstrengverkorting
- C) Meer kans op marginale of velamenteuze insertie
- D) Verminderd aantal helices in de navelstreng
- C) Meer kans op marginale of velamenteuze insertie
Hoeveel procent van de gevallen met een enkele arteria umbilicalis heeft bijkomende afwijkingen?
- A) Ongeveer 10%
- B) Ongeveer 30%
- C) Ongeveer 50%
- D) Ongeveer 70%
- B) Ongeveer 30%
Welke extra vaatanomalie in de navelstreng is zeer zeldzaam?
- A) Een enkele arteria umbilicalis
- B) Vier bloedvaten in de navelstreng
- C) Marginale insertie van de navelstreng
- D) Velamenteuze insertie van de navelstreng
- B) Vier bloedvaten in de navelstreng
Welke van de volgende opties beschrijft een navelstreng met vier bloedvaten?
- A) Twee venae en twee arteriae of één vena en drie arteriae
- B) Twee arteriae en één vena
- C) Drie venae en één arteria
- D) Eén arteria en drie venae
- A) Twee venae en twee arteriae of één vena en drie arteriae
Bij welke chromosomale afwijkingen wordt een enkele arteria umbilicalis het vaakst gezien?
- A) Trisomie 21 en 18
- B) Trisomie 13 en 18
- C) Trisomie 13 en 21
- D) Trisomie 18 en 22
- B) Trisomie 13 en 18
Wat wordt gedefinieerd als vasa praevia?
- A) Vaten die in de navelstreng door de gelei van Wharton lopen
- B) Een velamenteuze insertie van de navelstreng waarbij de vaten over het ostium internum van de cervix lopen
- C) Een insertie van de navelstreng aan de achterwand van de uterus
- D) Vaten die onder de foetale romp lopen zonder velamenteuze insertie
- B) Een velamenteuze insertie van de navelstreng waarbij de vaten over het ostium internum van de cervix lopen
Welk type echoscopie heeft in sommige gevallen toegevoegde waarde bij de diagnose van vasa praevia?
- A) Abdominale echoscopie
- B) Vaginale echoscopie
- C) Doppler echoscopie zonder kleur
- D) Echografie met MRI
- B) Vaginale echoscopie
Waarom zijn velamenteuze vaten kwetsbaarder dan vaten in de navelstreng?
- A) Ze liggen verder weg van de foetus
- B) Ze worden niet beschermd door de gelei van Wharton
- C) Ze hebben een dikkere vaatwand
- D) Ze zijn omgeven door extra amnionvliezen
- B) Ze worden niet beschermd door de gelei van Wharton
Wat vormt de grootste bedreiging voor de foetus bij vasa praevia?
- A) Verstikking door omstrengeling
- B) Laesies van de kwetsbare vaten, wat tot ernstige bloedingen kan leiden
- C) Verhoogde kans op infecties door velamenteuze vaten
- D) Vertraagde foetale groei
- B) Laesies van de kwetsbare vaten, wat tot ernstige bloedingen kan leiden
Welk onderzoek kan al vroeg de mogelijke aanwezigheid van vasa praevia vaststellen?
- A) CT-scan van de baarmoeder
- B) MRI-scan van de placenta
- C) Structureel echoscopisch onderzoek met kleurendoppler
- D) Bloedonderzoek van de moeder
- C) Structureel echoscopisch onderzoek met kleurendoppler
Bij welke situatie is er het hoogste risico voor de foetus bij velamenteuze insertie van de navelstreng?
- A) Velamenteuze vaten lopen direct over de cervixopening (ostium internum)
- B) Velamenteuze vaten lopen langs de zijkant van de placenta
- C) Velamenteuze vaten lopen naast het amnion
- D) Velamenteuze vaten zijn beschermd door de gelei van Wharton
- A) Velamenteuze vaten lopen direct over de cervixopening (ostium internum)
Hoe kunnen velamenteuze vaten tijdens de zwangerschap worden geïdentificeerd?
- A) Alleen met MRI
- B) Met echografie en gebruik van kleurendoppler
- C) Met handmatige palpatie
- D) Door bloedonderzoek bij de foetus
- B) Met echografie en gebruik van kleurendoppler
Wat is het klinische belang van het identificeren van vasa praevia voor de bevalling?
- A) Het verminderen van de kans op pre-eclampsie
- B) Het plannen van een keizersnede om schade aan de foetale bloedvaten te voorkomen
- C) Het verbeteren van de bevallingsduur
- D) Het bepalen van de lengte van de navelstreng
- B) Het plannen van een keizersnede om schade aan de foetale bloedvaten te voorkomen
Wat wordt vaak gedaan bij een vastgestelde vasa praevia om risico’s te beperken?
- A) Toediening van antibiotica aan de moeder
- B) Vroegtijdige inleiding van de bevalling
- C) Keizersnede om bloeding van de kwetsbare vaten te voorkomen
- D) Het uitvoeren van cordocentese
- C) Keizersnede om bloeding van de kwetsbare vaten te voorkomen
In welk percentage van de zwangerschappen worden bij vasa praevia velamenteuze vaten waargenomen?
- A) 1-2%
- B) 5-10%
- C) 15-20%
- D) 30-40%
- A) 1-2%
Wat is een belangrijke klinische complicatie die kan ontstaan bij vasa praevia?
- A) Foetale hemorragie tijdens de bevalling
- B) Hoge bloeddruk bij de moeder
- C) Verhoogde kans op meervoudige zwangerschap
- D) Vertraagde bevalling
- A) Foetale hemorragie tijdens de bevalling
Wat zijn geïsoleerde echolucenties in de navelstreng vaak het gevolg van?
A) Intra-uteriene infecties
B) Restanten van de allantois/urachus en de ductus omphalomesentericus
C) Verhoogde druk in de navelstreng
D) Chromosomale afwijkingen
Waar bevinden de cysteuze structuren zich in de navelstreng?
A) Aan de maternale zijde
B) Aan de foetale zijde
C) In het midden van de navelstreng
D) Bij de insertie van de navelstreng in de placenta
A) Ze zijn altijd groter dan 5 cm
B) Ze zijn zonder epitheliale bekleding
C) Ze zijn altijd omgeven door vloeistof
D) Ze kunnen gemakkelijk worden gedifferentieerd van echte cysten
Wat is de oorzaak van hematomen in de navelstreng?
A) Chromosomale afwijkingen
B) Navelstrengpunctie
C) Intra-uteriene infecties
D) Hoge bloeddruk bij de moeder
Wat is een zeer zeldzame bevinding in de navelstreng?
A) Pseudocysten
B) Aneurysma van de navelstreng
C) Varix van de vena umbilicalis
D) Hematomen
Wat kan een verwijding van het intra-abdominale deel van de vena umbilicalis aanwijzen?
A) Chromosomale afwijkingen
B) Varix van de vena umbilicalis
C) Aneurysma van de navelstreng
D) Cysteuze afwijkingen
Wat kan zichtbaar zijn binnen een varix van de vena umbilicalis?
A) Een tumor
B) Een trombus met flowvermindering
C) Cysten
D) Infectieuze massa's
Wat is een mogelijke klinische betekenis van een aneurysma van de navelstreng?
A) Het veroorzaakt meestal geen problemen
B) Het kan leiden tot foetale hemorragie
C) Het leidt tot premature bevalling
D) Het heeft vaak invloed op de placentaire functie
Wat is belangrijk om te overwegen bij het visualiseren van afwijkingen in de navelstreng?
A) De kleur van de navelstreng
B) Andere structurele foetale afwijkingen uitsluiten
C) De lengte van de navelstreng meten
D) De plaats van de navelstrenginsertie controleren
at kan de groei van hemangiomen en teratomen in de navelstreng veroorzaken?
A) Verhoogde bloeddruk bij de moeder
B) Compressie van de navelstrengvaten
C) Veranderingen in de placentafunctie
D) Intra-uteriene infecties
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















