De vroege middeleeuwen - studieboek

15 belangrijke vragen over De vroege middeleeuwen - studieboek

Wat is de reden van dat de periode tussen de 4de en 6de eeuw onrustig is?

  1. Er zijn voortdurend invallen.
  2. Er woeden permanente oorlogen.
    • => Dit maakt de samenleving onveilig.

Wat is het gevolg van dat de periode tussen de 4de en 6de eeuw onrustig is?

Vrije boeren zoeken bescherming bij lokale krijgsheren en grootgrondbezitters. De krijgsheren beschikken immers over een klein legertje van enkele tientallen krijgers. Ze dienen vaak een heersende vorst en staan in voor de veiligheid en het bestuur van een bepaald gebied.

Wat vraagt de krijgsheer in ruil voor de bescherming die hij de boeren aanbiedt?

  1. Gehoorzaamheid.
  2. Steun in de strijd.
  3. Overdracht van hun grond => hiermee breidt de krijgsheer zijn grondbezit uit en verstevigt hij zijn macht.
    • Gevolg: de boeren verliezen zo een deel van hun vrijheid.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Wat krijgen de boeren na verloop van tijd? Wat krijgen ze zo?

Nog meer verplichtingen: karweien doen, belastingen betalen, ... => Zo krijgen de afhankelijke boeren het statuut van horigen = ze 'horen' bij hun heer.

Kon je van de ene stand naar de andere overstappen wat zegt de bron?

Neen, de drie standen bestaan samen en mogen niet worden vermengd.

Wat is de taak van de clerus of de geestelijken.

  1. Erop toezien dat gelovigen goede christenen bleven en leefden volgens de bijbel.
  2. Zorgen voor de zielen van de mens (bidden) = hemel bereiken.

Wie zijn de lage clerus?

  1. Monniken
  2. Priesters
  3. Nonnen

Wat is de taak van de adel?

  1. Land beschermen
  2. Land/rijk besturen
  3. Vechten voor de koning indien nodig = ridders.

Wie zijn de lage adel?

Gewone heren met beperkte grond (domein) en titels = een heer.

Wat zijn de rechten van de adel?

  1. Geen belastingen betalen
  2. Eigen rechtbank
  3. Oudste zoon erft alle bezittingen

Wat is de taak van de gewone boeren?

  1. Werken op de domeinen van de kloosters/abdijen of van de heer
  2. Meevechten met de heer, indien nodig

Wie zijn de horigen of cijnsboeren? Geef meer uitleg.

  1. Halfvrij
  2. Persoonlijke vrijheden
  3. Werken op de tenures/mansus
  4. Geen eigen grond
  5. Staan deel van hun oogst af = belasting (cijns)

Wie zijn de lijfeigenen? Geef meer uitleg.

  1. Onvrij
  2. Behoren tot het bezit dat bij het domein hoort
  3. Hebben toelating van de heer nodig om te trouwen of om het domein te verlaten

Waarom kon het feit dat je afkomst (= je geboorte) je stand bepaalt een probleem worden voor de eerste stand: de clerus?

Geestelijken mogen niet huwen, dus niemand kan geboren worden binnen de stand van de clerus.

Hoe werd de stand van de clerus opgevuld?

Uit de stand van de adel en de gewone bevolking. Vb.: de 2de zoon binnen de adel werd meestal naar het klooster gestuurd om priester te worden.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo