Samenvatting: Gewichtsconsulent
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Gewichtsconsulent
-
Les 1 Het menselijk lichaam
Dit is een preview. Er zijn 9 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 05/02/2020
Laat hier meer flashcards zien -
Welke drie soorten steunweefsel zijn er, waar bevindt het zich en waar dient het voor?
Er zijn drie soorten steunweefsel, namelijk: bindweefsel, beenweefsel (bot) en kraakbeen.
Het dient ter versteviging van het lichaam, beschermt interne organen en slaat energiereserves op. Ook dient het als transportsysteem. -
Wat zijn cellen en waar is een cel uit opgebouwd?
het menselijk lichaam us iogebouwd uit eenheden: cellen een cel is opgebouwd uit een:- Celmembraan
- protoplasma - bestaat uit celkern en cytoplasma
-
Wat is het verschil tussen epitheelweefsel en endotheel weefsel?
Beide zijn vormen van dekweefsel. Epitheelweefsel bekleed zowel de binnen als de buitenkant, met name de huid en allerlei holle organen zoals spijsverteringskanaal. Het endotheelweefsel lijkt erop, maar dit bekleed het hart en de bloedvaten -
Wat zijn cellen en waaruit is een cel opgebouwd
Het menselijk lichaam is opgebouwd uit eenheden, de zogenaamde cellen. Het is opgebouwd uit een celmembraan en protoplasma (bestaande uit een celkern en cytoplasma.
De taken van cellen zijn: Groei, stofwisseling (het geheel van omzettingen/veranderingen die stoffen binnen cellen ondergaan. -
Wat is het grootste verschil tussen glad en dwarsgestreept spierweefsel? Noem van beide types een voorbeeld.
Glas spierweefsel werkt buiten onze wil. Zoals darmen en bloedvaten. Dwarsgestreept spierweefsel is willekeurig. Wij sturen dit zelf, zoals skeletspieren. -
Waar bestaat het ademhalingsstelsel uit? Wat is de functie van het ademhalingsstelsel?
Neus, mondholte, keelholte, strottenhoofd, luchtpijp en longen. Het stelsel zorgt voor opname van zuurstof dat nodig is voor de verbranding van voedsel. Daarnaast zorgt het voor de afvoer van kooldioxide dat vrijkomt bij de verbranding. -
Wat is de taak van de grote bloedsomloop? Tot welke stelsel behoort de grote bloedsomloop?
De grote bloedsomloop heeft als taak alle lichaamsdelen te voorzien van zuurstof en voedingsstoffen. Het behoort tot het bloedvatenstelsel. -
Hoe wordt de alvleesklier genoemd en wat is de functie?
De alvleesklier wordtpancreas genoemd en regelt de bloedsuikerspiegel. Het produceertpancreassap . Dit bevat enzymen die helpen bij de vertering van eiwitten en het neutraliseert de zuremaaginhoud . Dit sap bevat de enzympen: amylase, lipase, trypsinogeen en natriumcarbonaat. In de alvleesklier liggen de eilandjesvan Langerhans , hier wordt Insuline enGlucagon gemaakt.
Amylase: breekt koolhydraten af
Lipase: breekt vetten af
Trypsinogeen: Breekt eiwitten af
Natriumcarbonaat: Neutraliseert zure maaginhoud -
Les 2 Spijsvertering en stofwisseling
Dit is een preview. Er zijn 16 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 06/02/2020
Laat hier meer flashcards zien -
Waar in de darmen worden de in vet oplosbare vitamines A, D, E, K, B12 en de galzuren geabsorbeerd?
In de kronkeldarm, deze is drie meter lang en wordt ook wel ileum genoemd. Deze bevindt zich in de dunne darm (intestinum tenue), na de twaalfvingerige darm(duodenum) en de nuchtere darm (jejunum). De ileum mondt uit in de dikke darm, maar dit wordt gescheiden door de klep van Bauhin (dikkedarmklep), zodat er geen inhoudt van de dikke darm (vol met bacteriën) terugvloeit naar de dunne darm. -
Les 4 Koolhydraten
Dit is een preview. Er zijn 7 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 06/02/2020
Laat hier meer flashcards zien -
Welke functies hebben onverteerbare koolhydraten/ voedingsvezels?
Vezels geven een verzadigd gevoel in de maag. Vezels hebben invloed op de opname van glucose in het bloed. Ze voorkomen dat er snel veel glucose in het bloed wordt opgenomen. Vezels hebben een positief effect op de darmfunctie, hart- en vaatziekten, verlaging van het cholesterolgehalte en een verbetering van de bloedsuikerspiegel. Vezels binden water aan zich en maken ontlasting makkelijker. Ze zorgen ervoor dat de ontlasting het lichaam sneller verlaat. Dit komt door de werking van bacteriën op de voedingsvezels, waardoor zure gassen ontstaan die de darmwand prikkelen. Vezels schuren de tanden.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















