Samenvatting: Hoorcollege 4 _ Teksten

Studiemateriaal generieke omslagafbeelding
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
LET OP!!! Er zijn slechts 23 flashcards en notities beschikbaar voor dit materiaal. Deze samenvatting is mogelijk niet volledig. Zoek a.u.b. soortgelijke of andere samenvattingen.
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Hoorcollege 4 _ teksten

  • 1 Callens & Verhoest (2023): Unlocking the process of collaborative innovation

    Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Divergentie en convergentie zijn complementaire mechanismen in collaborative thinking. Wat is divergentie?

    • Divergentie: creëren van variëteit aan ideeën; exploratiefase; stimuleert creativiteit
    • Convergentie: beperken van variëteit; selectie & concretisering van ideeën; maakt implementatie mogelijk
      • Beiden zijn essentieel én moeten complementair georganiseerd worden in verschillende fasen van innovatie
  • Callens & Verhoest onderscheiden vier fasen in collaboratieve innovatie, welke?

    1. Initiatiefase
      1. Vaak divergerend: open verkenning, probleemanalyse
      2. Actoren brengen verschillende interpretaties en belangen aan tafel
    2. Ideevorming
      1. Combinatie van divergerende (brainstorm, brede input) en
      2. Convergerende processen (selectie van haalbare ideeën) 
    3. Proof-of-concept
      1. Testfase: sterke convergentie door praktische afstemming en contractuele afspraken
    4. Implementatiefase
      1. Volledig convergent: 
        1. strak gestuurd via project- en contractmanagement


    Conclusie: succes vereist een ritmiek tussen divergente creativiteit en convergente uitvoering
  • 2 Geschiedenis innovatieonderzoek

    Dit is een preview. Er zijn 6 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2
    Laat hier meer flashcards zien

  • Innovatie heeft twee kernkenmerken, welke?

    1. Nieuwheid
      1. Relatief ten opzichte van de context
    2. Adoptie
      1. Ideeën worden effectief toegepast;
      2. hebben praktische gevolgen
  • Leg uit: Schumpeters (1942) creatieve destructie?

    • Innovatie is de motor van economische groei via creatieve destructie
    • Bedrijven innoveren om een competitief voordeel te behalen
    • Evolutie van gesloten R&D naar open innovatie
      • Kennisversnippering --> nood aan samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en gebruikers
      • Opkomst van concepten als: open innovation, user-driven innovation, cocreatie, living-labs 
  • Leg het verschil tussen New Public Management en New Public Governance uit?

    • NPM:
      • Introduceren marktlogica in het openbaar bestuur: efficiëntie en decentralisatie
    • NPG:
      • Netwerken, participatie, focus op coproductie
  • Er zijn drie redenen waarom de publieke sector innoveert. Vul aan, aan de hand van de tips:Wicked wicked wickedWe willen allemaal maatwerk krijgenEr is nooit genoeg geld  

    1. Steeds meer complexere maatschappelijke problemen = wicked issues
    2. Druk van burgers voor betere, gepersonaliseerde diensten
    3. Behoefte aan kostenefficiëntie in context van schaarste
  • Publieke diensten hebben drie soorten strategieën om te innoveren. Welke?

    • In-house innovatie
      • Interne research & development
      • Autonomie
      • Maar: hoge investeringskosten
    • Outsourcing
      • Lagere kosten
      • Maar: 
        • minder controle of legitimiteit
    • Collaboratieve innovatie
      • Samenwerking met andere overheden, bedrijven en burgers
      • Synergie, legitimiteit, gedeeld eigenaarschap en risico.
  • Welke voordelen heeft collaboratieve innovatie?

    • Toegang tot externe kennis;
    • Meer draagvlak en gedeeld eigenaarschap;
    • Betere oplossingen voor complexe beleidsuitdagingen
  • 3 Baldwin & Von Hippel (2011): Modeling a Paradigm Shift: From Producer Innovation to User and Open Collaborative Innovation

    Dit is een preview. Er zijn 5 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3
    Laat hier meer flashcards zien

  • Het 'producermodel' was het oude paradigma in innovatie. Leg uit?

    Bedrijven ontwikkelen en verkopen producten aan gebruikers.
  • Er heeft een paradigmaverschuiving van het producermodel naar twee alternatieve modellen plaatsgevonden.Wat zijn die modellen?Hoezo zijn die innovatiemodellen nu wél economisch haalbaar?  

    • Modellen:
      • Single-user innovatie
      • Open collaborative innovatie
    • Door nieuwe technologieën, zoals: internet en modulaire systemen
LET OP!!! Er zijn slechts 23 flashcards en notities beschikbaar voor dit materiaal. Deze samenvatting is mogelijk niet volledig. Zoek a.u.b. soortgelijke of andere samenvattingen.

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart