Leerpad C: materialen binnen restauratieve zorg

18 belangrijke vragen over Leerpad C: materialen binnen restauratieve zorg

Wat zijn de vereisten voor biomaterialen?

  • Biocompatibel: het ontbreken van schadelijke effecten voor de patiënt
    • niet toxisch
    • niet allergeen
    • niet carcinogeen
  • Goede biomechanische eigenschappen
    • elasticiteit
    • resistent tegen corrosie
    • sterkte
  • Weinig aanhechtbaar voor micro-organisme
  • Thermisch goed isoleren
  • Thermische expansie die vergelijkbaar is met het menselijk weefsel waarmee ze in aanraking komen
  • Esthetisch aanvaardbaar voor de patiënt

Tandheelkundige restauratieve (bio)materialen : OPDELING: noem ze op

  1. Metalen
  2. Polymeren
  3. Keramieken
  4. Composieten

Biomaterialen metalen welke soorten zijn er en hoe worden ze gebruikt binnen de THK?

Biomaterialen metalen:
  • Goud
  • Kobalt-chroom legering
  • Nikkel-titanium legering
THK-gebruik:
  • Giettechnieken
  • versmelting of koud verbuigen
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Wat zijn de voor- en nadelen van metalen (biomaterialen)?

  • Voordelen:
    • sterk
    • hard
    • opaak
  • Nadelen:
    • duur + niet- esthetisch
    • corroderen
    • metaalion toxiciteit

Wat zijn de voor- en nadelen van composieten in de context van biomaterialen

  • Voordelen:
    • Sterk
    • Lichtgewicht
    • Resistent tegen corrosie
  • Nadelen:
    • Hogere kosten
    • Wijziging aan vorm is moeilijk

Materialen in de tandheelkunde moeten voldoen aan verschillende eigenschappen, afhankelijk van hun doel.
Er zijn 4 hoofdgroepen:

1) Fysische eigenschappen
2) Mechanische eigenschappen
3) Chemische eigenschappen
4) Biologische eigenschappen

Leg de fysische eigenschappen uit van tandheelkundig materiaal

  • 1. Thermische eigenschappen
    • Thermo-expansiecoëfficiënt (TEC): mate waarin materiaal uitzet/krimpt bij temperatuurverandering. Moet lijken op tandweefsel om randspalten te vermijden.
    • Thermische geleiding: vermogen om warmte door te geven. Isolatoren (glazuur, dentine, composiet) geleiden slecht; warmtegeleiders (amalgaam, goud) geleiden goed → te veel warmte kan pulpa beschadigen.
  • 2. Elektrische geleiding:
    • Gebruik verschillende materialen → verschillend elektrodenpotentiaal→ gevolg: corrosie
    3. Optische eigenschappen:
    • Reflectie: Weerkaatsing van het licht
    • Absorptie: Opnemen van het licht
    • Transmissie: Doorgeven van het licht.
    • →Translucent materiaal = Licht doorlaatbaar
    • →Opaak materiaal = Licht absorberend
  • 4. Verkleuring: opname van kleurstoffen (bv. koffie), ruwheid of corrosie.
  • 5. Verhardings- en verwerkingstijd: Ontstaat bij mengen vna stoffen of componenten
  • Leg de mechanische eigenschappen uit van tandheelkundig materiaal

    De eigenschappen kunnen een gevolg hebben op de vervorming van materiaal:
    1) Kauwkracht
    2) Hardheid materiaal
    3) Creep→ langzame vervorming onder constante belasting (amalgaam)
    4) Vermoeiing materiaal → Breuk
    5) Slijtage:
    • Fysiologische: Occlusie
    • Niet-fysiologische: Knarsen
    • Chemische: Erosie

    Leg de Chemische- en Biologische eigenschappen uit van tandheelkundige materialen

    Chemische eigenschappen
    • Verschillende soorten corrosie
    Biologische eigenschappen
    • Toxiciteit materialen
    • Mogelijke overgevoeligheidsreacties
    • (Contact)allergieën

    Waaruit bestaat amalgaam? Wat zijn de voor- en nadelen van amalgaam

    • Legering van kwik (Hg) & één of meer metalen

    • Voordelen:
      • Duurzaam: gem. levensduur 11,5 jaar
      • Goedkoop
      • Sterk en slijtvast
      • Weinig techniek gevoelig
      • Beperkte micro lekkage
    • Nadelen:
      • Kwik belasting
      • Esthetiek
      • Meer tandweefselverlies omwille van retentieve caviteitspreparatie
      • Creep (= verandering in vorm omdat er continu druk staat)

    Leg de composiet- hechting aan glazuur en dentine (adhesieve techiek 3 stappen) uit.

    Adhesieve techniek – 3 stappen:
    1. Etsen van het opp. Met 35%-50% fosforzuur-> na 10-15 sec afspoelen en droogblazen
    2. Primer: bevochtiging
    3. Bonding/adhesief: uitharding nodig


    - Kan herleid worden naar 2 stappen (zelf-etsende primer + bonding)
    - of zelfs naar 1 stap(zelf-etsende bonding)

    Wanneer wordt glasionomeer cement (GIC) gebruikt?

    • In minder gunstige omstandigheden te gebruiken
      • bv. Kinderen met hoog cariësrisico, wortelcariës
    • Behandelaars met minimale training
    • Vaak gebruikt als voorlopig vullingsmateriaal

    Glasionomeer cement benoem de samenstelling & vorming

    • Reactie: zuur-base reactie
    • Basisch glas: aluminosilicaatglas (ASG) → bevat fluoride (F), calcium (Ca) en fosfaten
    • Zure oplossing: polyalkenoëzuur (poeder of vloeistof)
    • Functie: adhesief én restauratief materiaal
    • Eigenschap: fluoride reservoir (zoals sealants)

    Cementen en voorlopige vullingsmaterialen wanneer wordt dit gebruikt?

    1. Voorlopig vullingsmateriaal:
    • In nood
    • tijdelijke restauratie in afwachting van definitieve behandeling
    • behandelaars met minimale training
    2. Onderlaag:
    • Wanneer dentine minder dan 2mm = bescherming pulpa + bevordering aanmaak secundair dentine

    Welke 2 soorten facetten/veneers zijn er?

    1) Facetten als directe restauratie= met composiet, geen labo fase
    • Voordeel: Snelle optie, Lage kostprijs, minder eigen tandmateriaal kwijt
    • Nadeel: Minder esthetisch, verkleurt
    2) Facetten als indirecte restauratie= met porselein, door tandtechnieker gemaakt
    • Voordeel: zeer goede esthetiek, verliezen geen kleur
    • Nadeel: lange behandelduur (meerdere afspraken nodig), duur, meer verlies van eigen tandmateriaal

    Wat zijn de gebruikte materialen voor vaste prothetische voorzieningen?

    1. Metaallegeringen ~ Biomaterialen
    A)Edelmetalen: Goudlegeringen-> sterk+ weinig esthetisch
    • zuiver goud te zacht+ niet slijtvast, daarom legering:
      • Standaard: goud-zilver-koper-palladium-zink legering
    B)Titanium
    • Vnl. Implantaten
    • Biocompatibel: niet toxisch, - carcinogeen, -allergeen
    • Corrosiebestendig
    C)Niet- edel metaal (Nikkel-chroom)
    • Witte kleur
    • sterker dan edelmetaal
    • harder dan edelmetaal

    2. Keramische materialen ~ Biomaterialen
    A)Porselein

    • Esthetische restauraties
    • Twee types dentaal porselein :
      • Hoog smeltbaar (1300-1400°C)
      • Laag smeltbaar (850-1100°C)

    Wat doet een uitneembare gebitsprothese en waaruit bestaat het

    = Vervangt ontbrekende elementen
    • Prothese basis
    • Prothese tanden

    Waar valt de hydrocolloïden en leg de kenmerken uit

    = elastische afdrukmaterialen
    • Belangrijkste component: water
    • Eigenschap: gaan van vloeibare toestand → rubberachtige toestand
    • Soorten:
      1. Onomkeerbaar (chemische uitharding): irreversibel alginaat
      2. Omkeerbaar (door temperatuursverschil): reversibel agar

    De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

    • Een unieke studie- en oefentool
    • Nooit meer iets twee keer studeren
    • Haal de cijfers waar je op hoopt
    • 100% zeker alles onthouden
    Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
    Trustpilot-logo