Proeftoets met alle onderdelen

8 belangrijke vragen over Proeftoets met alle onderdelen

Op het etiket van een medicijn staat de sterkte aangegeven 10 ml = 200 mg.
De zorgvrager moet 140 mg hebben. Hoeveel ml geef je?

Uitwerking:
Voorschrift: 140 mg
Aanwezig per 1 ml: 200 mg : 10 ml = 20 mg/ml
V : A 140 : 20 = 7 ml

Van meneer Akyuz zijn de volgende gegevens bij gehouden over de afgelopen 24 uur.
In:
Infuus 50 ml/uur.
Ranja:  500 ml
Bouillon: 200 ml
Appelmoes:  2 x 170 ml
Uit:
Urine: 420 ml, 360 ml, 270 ml, 380 ml, 0,5 liter
Wonddrain: 120 ml
Bereken de vochtbalans in aantal ml van de afgelopen 24 uur. Bij een negatieve vochtbalans noteer je een – voor je antwoord. Dus bijvoorbeeld -300 ml. Bij een positieve vochtbalans hoef je geen teken te noteren en volstaat het aantal ml.

Opgenomen Uitgescheiden   Balans50 x 24  =           1.200 ml1 x 500 =            500 ml
1 x 200 =            200 ml
2 x 170 =            340 ml
Totaal:   2.240 ml
  1 x 420  =         420 ml
  1 x 360  =         360 ml
  1 x 270  =         270 ml
  1 x 380  =         380 ml
  1 x 0,5 liter=    500 ml
  1 x 120 =           120 ml
Totaal:    2.050 ml
   In:        2.240 ml
  Uit:       2.050 ml
190 ml positief

Erythrocytenconcentraten moeten in 6 uur ingelopen zijn. Een verpakking bestaat uit 600 ml. Wat is de juiste druppelsnelheid in druppels per minuut, uitgaande van 1 ml = 18 druppels? Rond zo nodig je antwoord af op hele druppels.

Uitwerking:
Druppels: 600 ml x 18 = 10.800
Minuten: 6 uur x 60 = 360
10.800 : 360 = 30 druppels per minuut
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Je wilt met een patiënt een kopje koffie in het restaurant gaan drinken. Je verwacht 45 minuten weg te zijn met de patiënt. De patiënt heeft 3 liter zuurstof per minuut nodig.
Op hoeveel bar moet de manometer van een 5 liter cilinder minimaal staan?

Uitwerking:
Nodig: 45 minuten x 3 = 135 liter
Stand manometer: 135 : 5 = 27 bar

Tamara krijgt 450 ml medicatie toegediend verdeeld over 3 porties. Elke portie moet 40 minuten inlopen.
Op welke snelheid per minuut stel je de druppelregelaar in? Ga er vanuit dat 1 ml, gelijk is aan 20 druppels en rond je antwoord zo nodig af op hele druppels.

Uitwerking:
Druppels 450 ml : 3 = 150 ml per portie. 150 x 20 = 3.000 dr.
Minuten 40 min.
3.000 : 40 = 75 druppels p/m
Of
Druppels 450 ml x 20 = 9.000
Minuten 40 minuten per portie, 3 x 40 = 120 minuten
9.000 : 120 = 75 druppels p/m


Je moet voor een cliënt, voor een mondspoeling 100 ml met een sterkte van 0,6% klaarmaken.
In voorraad: een oplossing met een sterkte van 3%.
a. Hoeveel ml neem je van de voorraad
b. Hoeveel ml water voeg je toe?
  • a: 20 ml b. 80 ml
  • a. 80 ml b. 20 ml
  • a. 30 ml b. 70 ml
  • a. 70 ml b. 30 ml

Uitwerking:
a. Hoeveel ml neem je van de voorraad
Voorschrift: 0,6 x 100 = 60
Aanwezig: 3
V : A 60 : 3 = 20 ml
b. Hoeveel ml water voeg je toe?
100-20 = 80 ml water

In een ambulance is een zuurstofcilinder aanwezig van 2 liter. De manometer geeft 80 bar aan. De zorgvrager krijgt 3 liter zuurstof per minuut. Het is 35 minuten rijden naar het ziekenhuis.
Welke uitspraak is correct?

Op voorraad: 2 x 80 = 160 liter zuurstof
Tijd: 160 : 3 = 53,33 minuten.
Ja je hebt genoeg op voorraad.


Je kijkt op de klok en ziet dat het 11.15 uur is. Een infuus loopt in met een snelheid van 30 druppels per minuut. Er moet in totaal 150 ml inlopen.
Hoe laat is het volledige infuus ingelopen? Ga er vanuit dat 1 ml gelijk is aan 20 druppels.
  • 12:40 uur
  • 12:45 uur
  • 12:50 uur
  • 12:55 uur

Uitwerking:
30 druppels per minuut = 30 : 20 = 1,5 ml per minuut.
150 ml : 1,5 ml = 100 minuten. Dit is 1 uur en 40 minuten.
11:15 + 1:40 = 12.55 uur is het volledig ingelopen.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo