Biomoleculen: Koolhydraten en Lipiden

17 belangrijke vragen over Biomoleculen: Koolhydraten en Lipiden

Wat is het verschil tussen Aldose en Ketose?





  • Aldose: bevat een aldehydegroep aan het begin van de keten.
  • Ketose: bevat een ketongroep in het midden van de keten.

Wat voor reactie speelt er bij de vorming van een disachariden?

Bij het vormen van een disacharide worden twee monosachariden aan elkaar gekoppeld. Daarbij wordt een watermolecule (H₂O) afgesplitst → dit heet dehydratie.

Hoe noemen we het als oligomeren in de cel aan eiwitten en vetzuren worden gekoppeld?

  • Glycoproteïnen
  • glycolipiden
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Waar worden glycoproteïnen en glycolipiden gevormd?


  • Glycoproteïnen worden gevormd in het RER en het Golgi-apparaat
  • Glycolipiden worden gevormd in het SER en het Golgi-apparaat

Waaraan herken je een amylopectine?

  • Vormt vertakkingen

Waaraan herken je amylose?

  • Vormt helix

Wat is het verschil tussen zetmeel en glycogeen?

  • Zetmeel: opslag van zetmeel in zetmeelgranules in een cel van een aardappel en bevat amylose onvertakt.
  • Glycogeen: glycogeen granules opgeslagen in spier weefsel en bevat glycogen vertakt.

Wat is de meest voorkomende biomolecuul in de biosfeer?

Cellulose

Hoeveel % van al het plantaardige materiaal is cellulose?

33%

Wat is het verschil tussen zetmeel en cellulose?

  • Zetmeel dient als energieopslag in planten en heeft α-bindigen, waardoor mensen het kunnen verteren.
  • Cellulose zorgt voor de stevigheid van de celwand en bevat β-bindigen, waardoor het voor mensen onverteerbaar is.

Een cel bevat zowel DNA als RNA.
a. Noem drie verschillen tussen DNA en RNA wat betreft de bouw.
b. Noem twee functies van RNA in een cel

a. Drie verschillen tussen DNA en RNA:
  1. DNA bevat deoxyribose, RNA bevat ribose.
  2. DNA heeft thymine (T), RNA heeft uracil (U) in plaats van thymine.
  3. DNA is dubbelstrengs, RNA is meestal enkelstrengs.
b. Twee functies van RNA in een cel:
  1. mRNA draagt genetische informatie van DNA naar het ribosoom voor eiwitsynthese.
  2. tRNA brengt aminozuren naar het ribosoom en koppelt ze aan de juiste codons tijdens eiwitsynthese.

B. Gegeven de onderstaande vier beschrijvingen:
1) α-helix
2) disulfide bruggen tussen zijgroepen van de aminozuren
3) de volgorde van de aminozuren
4) disulfide bruggen tussen verschillende eiwitketens. Leg uit wat voor structuur dit is.


Primaire structuur   de volgorde van de aminozuren Secundaire structuur   α-helix Tertiaire structuur   disulfidebruggen tussen zijgroepen van aminozuren Quaternaire structuur   disulfidebruggen tussen verschillende eiwitketens

Welke vier non-covalente bindingen kunnen in de tertiaire structuur van eiwitten voorkomen?

  • Waterstofbruggen
  • Ionbindingen (zoutbruggen)
  • Hydrofobe interacties
  • Van der Waals-krachten
  • Teken de structuur van een fosfolipide.
    b. Een fosfolipide is een “amfifiele” verbinding. Geef in je tekening aan welke deel hydrofiel is en welk deel hydrofoob.

    c. Bevat de door jouw getekende verbinding verzadigde vetzuren, onverzadigde vetzuren of beiden?

  • Één rechte vetzuurstaart → dit is verzadigd (geen dubbele bindingen).
  • Één geknikte vetzuurstaart → dit is onverzadigd, veroorzaakt door een cis-dubbele binding.
  • A. Uit welke atomen is één molecuul glucose opgebouwd en wat is de molecuulformule?

    6 koolstof, 12 waterstof en 6 zuurstof.. C6H12O6

    B. Wat is de algemene formule voor een monosacharide?

    (CH2O)n

    C. Teken de basisstructuur van een 6-ringvormige C6 suiker: geef daarbij ook aan waar de zuurstof in de ring zit en nummer de koolstofatomen van 1 t/m 6.

    ...

    De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

    • Een unieke studie- en oefentool
    • Nooit meer iets twee keer studeren
    • Haal de cijfers waar je op hoopt
    • 100% zeker alles onthouden
    Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
    Trustpilot-logo