Samenvatting: Zelftoetsen
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Zelftoetsen
-
1 Week 1 Zelftoets Waarom vertellen we verhalen?
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
Laat hier meer flashcards zien -
1.1 Tekst 1.1 Lotte Jensen: Culturele veerkracht vragen
Dit is een preview. Er zijn 4 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.1
Laat hier meer flashcards zien -
Opmerkelijk is dat de culturele herinnering aan voorgaande pan- of epidemieën weinig levend is, we hadden de coronacrisis nodig om ons bijvoorbeeld (opnieuw) te verdiepen in de Spaanse griep.Hoe kan het dat we voorgaande pandemieën zo snel vergeten volgens Jensen?
Om verschillende redenen is het moeilijk een samenhangend 'narratief' te creëren rond een epidemie. Ten eerste gaat het om fenomenen die zich lang uitstrekken in de tijd en vaak geen duidelijk begin, midden of eind hebben. Ten tweede is er geen sprake van een duidelijke dader of 'vijandbeeld', ook het onderscheid tussen 'wij' en 'zij' blijft vaak diffuus. Tot slot zijn de verhalen van slachtoffers vaak minder aansprekend (slepende ziekte, dood) dan de verhalen over andere rampenbelevingen (ecologische rampen, oorlogen). (p.259) -
1.2 Tekst 1.2 Peter Verstraten: Van vermeende milieuziekte tot "magische hut"vragen
Dit is een preview. Er zijn 6 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2
Laat hier meer flashcards zien -
In paragraaf 2 van zijn hoofdstuk stelt Verstraten dat verhalen vaak 'medium-specifiek' zijn.Wat bedoelt hij hiermee?En waardoor is deze medium-specificiteit veranderd?
Met media-specificiteit bedoelt Verstraten dat bepaalde verhalen vaak een 'eigen' medium hebben, zo zouden verhalen over stadse vervreemding het beste passen op het witte doek, terwijl een vertelling over het studentenleven het goed doet in een sitcom die je thuis op de bank bekijkt. Digitalisering heeft dit soort vaste verbindingen tussen specifieke verhalen en bijbehorende media gelijkgetrokken ('genivelleerd'). (p.273) -
2 Week 2 zelftoets Wat is narratologie?
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2
Laat hier meer flashcards zien -
2.1 Tekst 2.1 Ann Rigney: Verhalen
Dit is een preview. Er zijn 16 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2.1
Laat hier meer flashcards zien -
Welk onderscheid wordt er in de narratologie gemaakt tussen narrative en story?
In de narratologie wordt met de term narrative of 'narratief' verwezen naar de representatie van de vertelling. Als we het over het narratief/de vertelling hebben dan spreken we op het niveau van het medium en de verteltechnieken die worden gebruikt om de personages en hun wereld te beschrijven. Met story of de 'verhaalwereld' bevinden we ons op het niveau van de personages en de handelingen, de story verwijst met andere woorden naar de reeks samenhangende gebeurtenissen die onderwerp zijn van het narratief. (Rigney 160) -
Hoe zou je dit onderscheid uitleggen aan de hand van het voorbeeld van La Peste van Albert Camus, genoemd door Winkler in tekst 1.3?
Nemen we La Peste als voorbeeld dan kunnen we stellen dat het hier op het niveau van het narrative gaat om een literaire vertelling in romanvorm die historisch in verband te brengen is met het existentialisme. Het verhaal (story) beschrijft het leven van verschillende personages in een geïsoleerde stad waar de pest woedt. -
Rigney beschrijft hoe door de eeuwen heen taal is aangevuld met andere verteltechnieken en media. Zo noemt ze in de context van Don Quichote toneelstuk, illustraties en musical. Verder geeft ze aan dat 'de film heel belangrijk (is) geworden als "doorgeefluik" voor verhalen die aanvankelijk in tekstvorm verschenen.' (Rigney 161-62)
De twee belangrijkste manieren om een personage uit te werken zijn door over het personage te vertellen (zgn. directe karakterisering) of dingen over het personage te laten zien (zgn. indirecte karakterisering).
In verhalen waarin de auteur de lezer dingen vertelt over het personage, krijgt de lezer vaak concrete informatie over eigenschappen en gedrag. Veel moderne schrijvers geven daarentegen de voorkeur om de lezer indirecter informatie te geven over personages, door te laten zien hoe een personage door anderen wordt gezien of door middel van interacties. (Rigney 165-67) -
Wat is de basisdefinitie van een verhaal?
De representatie in een medium van een reeks samenhangende gebeurtenissen waarbij de menselijke ervaring centraal staat. -
Plato maakt in zijn Republiek een onderscheid tussen mimesis en diëgesis, wat is dit verschil?
- Mimesis: handelingen worden uitgebeeld door acteurs en het publiek krijgt direct toegang tot de verhaalwereld door naar de acteurs te kijken en te luisteren.
- Diëgesis: de toegang is indirect en alle informatie over de verhaalwereld wordt gefilterd door een verteller.
- Mimesis: handelingen worden uitgebeeld door acteurs en het publiek krijgt direct toegang tot de verhaalwereld door naar de acteurs te kijken en te luisteren.
-
Wat is het narrative pact?
De stilzwijgende overeenkomst waarbij lezers zich laten lijden door de verteller in het vertrouwen dat de lezer een samenhangende werkelijkheid wordt voorgezet. -
Welke twee basisstrategieën zijn er bij het beschrijven van een personage?
- Impliciete karakterisering: de verteller geeft rechtstreeks informatie over een personage en een analyse van haar of zijn kwaliteiten. (telling, verkondigen)
- Expliciete karakterisering: informatie over de personages wordt ingebed in het verhaal, bijvoorbeeld door waarnemingen van andere personages. (showing, laten zien)
- Impliciete karakterisering: de verteller geeft rechtstreeks informatie over een personage en een analyse van haar of zijn kwaliteiten. (telling, verkondigen)
-
Welke drie conclusies zijn te trekken uit de opmerkingen rond personages?
- Fictionele personages zijn door en door kunstmatig, hoe levendig en virtueel zij ook overkomen. Die levendigheid is een product van de vertelkunst.
- Deze constructies getuigen ook van inzichten in hoe mensen in elkaar zitten. Verhalen bieden een experimentele ruimte waar psychologische en morele eigenschappen onder woorden worden gebracht en zo waarneembaar zijn gemaakt voor anderen.
- Personages krijgen niet dezelfde hoeveelheid ruimte: ze zijn op een ongelijke manier in het leven geroepen, dit heeft te maken met hun rol in het verhaal als geheel.
- Fictionele personages zijn door en door kunstmatig, hoe levendig en virtueel zij ook overkomen. Die levendigheid is een product van de vertelkunst.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















