De Spijsvertering / Het spijsverteringsstelsel - Stofwisseling

18 belangrijke vragen over De Spijsvertering / Het spijsverteringsstelsel - Stofwisseling

Hoe noemen we de stofwisselingsreactie, waarbij de opbouw van stoffen plaatsvindt met behulp van energie?

Anabolisme / Assimilatie

Hoe noemen we de stofwisselingsreactie voor afbraak van complexere stoffen waarbij energie vrijkomt?

Dissimilatie / afbraakstofwisseling

Wat doet de mond in de spijsvertering?

  • Fijnmaling met tong, gebit en vermengd met speeksel uit de speekselklieren (trosvormig).
  • Functie speeksel: nodig om slijmvliezen mond en keel vochtig te houden + voorkoming infecties mond/keelholte.
  • Speeksel is kleurloos en bevat de enzymen amytase en ptyaline --> eerste aanraking voedsel --> splitst/verteert koolhydraten (zetmeel/suikers).
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Welke stoffen staan ten dienste van de energievoorziening in cellen (Dissimilatie)?

1. Vetten
2. Koolhydraten

Wat doet de keelholte in de spijsvertering?

  • Gaat naar beneden over in de slokdarm en het strottenhoofd --> kruising luchtweg en spijsweg.
  • In het midden keelholte zit een kegelvormig aanhangsel = huig. -->
  • Bij slikken --> huig sluit neusholte af waardoor de doorgang van voedsel vanuit de mondholte naar de slokdarm geregeld wordt.
  • Strottenhoofd: direct aan de bovenzijde van de luchtpijp. Functie: Voorkomt dat voedsel bij slikken in de luchtpijp komt en vormt de stem.
  • Strottenklepje: ingang van het strottenhoofd, beweegt door aanspannen van spieren naar voren en beneden --> zorgt voor afsluiting naar strottenhoofd tijdens slikken zodat voedsel/vloeistof niet in de luchtpijp komt.

Hoe noemen we het verbruik van voedingsstoffen wat gebeurt tijdens dissimilatie/afbraakstofwisseling?

Dit verbruik van voedingsstoffen heet Katabool of Katabolisme (= Bedrijfsstofwisseling)

Wat doet de slokdarm in de spijsvertering?

  • Nauwste deel kanaal (25 cm lang).
  • Begint na de keelholte, ligt in de borst achter de luchtpijp en voor de wervelkolom. Passeert het middenrif --> 3cm lager in de maag.
  • Wand bestaat uit een slijmvlies, bindweefsel (met bloedvaten en zenuwen), twee spierlagen (kring- en lengtespieren) en een dunne laag bindweefsel.
  • Slokdarm dient om het voedsel uit de keelholte naar de maag te vervoeren d.m.v. De peristaltiek.

Beschrijf in het kort het metabolisme van koolhydraten

Koolhydraten > omzetting in suikers (meest voorkomende in ons voedsel zijn: fructose, galactose en glucose) > Suikers gaan naar Lever > Lever zet Fructose + Galactose om in Glucose (hier krijgen cellen hun energie uit!)

Beschrijf in het kort het metabolisme van vetten

Indien er té weinig energie is uit koolhydraten, dan zijn vetten en eiwitten een bron van energie.

Vetten worden dan opgesplitst in: 1. Glycerol en 2. Vetzuren

Glycerol > Lever > Glucose (glucosestofwisseling)

Beschrijf in het kort het metabolisme van eiwitten

Eiwitten worden afgebroken tot:

1. Aminozuren > nodig voor de groei
2. Enzymen > op gang brengen v/d stofwisseling in cellen

Wat doet de dikke darm in de spijsvertering?

Bestaat uit 3 delen:
  1. Blindedarm --> opstijgend
  2. Karteldarm --> opstijgend, dwars verlopend en afdalend
  3. Endeldarm --> anus


1. Blindedarm:
  • Rechtsonder in de buik, onder het opstijgende deel karteldarm. Uitmonding laatste gedeelte dunne darm.
  • Is een blind eindigend zakje met een dun aanhangsel --> de appendix. Bij ontsteking hiervan heb je een blindedarmontsteking.


2. Karteldarm:
  • Opgebouwd uit een opstijgend deel, een dwarslopend deel en een afdalend deel (links in de buik, overgaande in S-vormig deel)


3. Endeldarm:
  • Laatste stuk hiervan heet anale kanaal.
  • Uitgang endeldarm is de endeldarmopening/anus. Deze wordt afgesloten d.m.v. Een kringspier.

Wat is de functie voor enzymen Amylase en Ptyaline

Splitsen / verteren koolhydraten (zetmeel, suikers)

Uit welke lagen bestaat de slokdarm

Van binnen naar buiten
  1. Slijmvlies
    1. dunne laag epitheelcellen
  2. Bindweefsel met
    1. bloedvaten
    2. zenuwen
  3. twee spierlagen
    1. kringspieren
    2. lengespieren
  4. Dun laagje bindweefsel

Uit welke lagen bestaat de maagwand

  1. Van binnen naar buiten
    1. slijmvlieslaag - dunne laag epitheelcellen
    2. bindweefsellaag
    3. twee spierlagen
      1. kringspierlaag
      2. lengtespierlaag
    4. Dun laagje bindweefsel

Functie enzymen Peptine en Protease

  1. Eiwit splitsende functie
  2. vertering voedingsstoffen
  3. opname voedingsstoffen

Welke eindproducten passeren de dikke darm

  1. Glucose
  2. aminozuren
  3. vetzuren
  4. glycerol
  5. onverteerbare resten

Wat zijn onverteerbare resten

Onverteerbare voedseldelen die niet door de dunnedarm zijn opgenomen

Wat gebeurt er bij resorptie in de dikke darm

  1. Opname van water uit de dikke darm -> indikking van voedselresten
  2. Opname van zouten en vitaminen uit de voetselresten

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo