H IX: HET BLOED EN HET CARDIOVASCULAIRE STELSEL - Plasma, het vloeibare deel van bloed, bevat een grote hoeveelheid plasma-eiwitten
4 belangrijke vragen over H IX: HET BLOED EN HET CARDIOVASCULAIRE STELSEL - Plasma, het vloeibare deel van bloed, bevat een grote hoeveelheid plasma-eiwitten
Hoe groot is het plasmavolume in vol bloed en waar bestaat plasma (de matrix van het bloed) uit?
plasma bestaat uit:
- plasma-eiwitten (7%)
- ander opgeloste stoffen (1%)
- water (92%)
Wat zijn de voornaamste verschillen tussen plasma en interstitieel vloeistof?
- Hoeveelheden van de bij de ademhaling betrokken gassen (zuurstof en kooldioxide)
- concentraties en soorten opgeloste eiwitten (plasma-eiwitten kunnen de capillaire wanden niet passeren)
Welke plasma-eiwitten ken je en wat is hun rol
- 60% albuminen => osmotische druk van het plasma
- 35% globulinen => bevatten antilichamen (immunoglobulinen), vallen vreemde eiwitten aan en zijn transporteiwitten
- 4% Fibrinogeen => rol bij bloedstolling
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Hoe werkt globulinen als een transporteiwit?
- binden zich aan kleine ionen, hormonen of verbindingen die anders door de nieren worden uitgescheiden of die slecht in water oplosbaar zijn (thyroïdbindend globulinen bindt aan schildklierhormoon). Stoffen die anders niet kunnen oplossen in water zijn gebonden aan transporteiwit +> nu wel oplosbaar
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















