Samenvatting: Beelden Van Het Verleden. Inleiding Historisch Denken
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Beelden van het verleden. Inleiding historisch denken
-
1 Wat is geschiedenis
Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
Laat hier meer flashcards zien -
1.1.1 ZT Betekenissen van geschiedenis
-
Het volgende citaat is van de Amerikaanse auteur en journalist (1842 - ca.1914) Ambrose Bierce. In 1911 schreef hij het satirische en humoristische werk The devil's dictionary:'[History is] an account, mostly false, of events, mostly unimportant, which are brought about by rulers, mostly knaves, and soldiers, mostly fools.'Welke van de drie betekenissen die, volgens Soen, in media en maatschappij vaak aan het begrip 'geschiedenis' worden toegekend, spreekt door in dit citaat?
Uit het citaat spreekt de negatieve (pejoratieve) connotatie van "geschiedenis", waarin het wordt voorgesteld als iets triviaals. Bierce benadrukt immers dat geschiedenis vaak gaat over onbelangrijke zaken. Hij richt zich in dit citaat op de politiek-militaire geschiedenis die op dat moment nog dominant was. Zijn aanduiding van heersers als schurken en soldaten als dwazen impliceert een maatschappij kritische visie. -
Welke definitie van het begrip geschiedenis spreekt uit het citaat?
Uit het citaat spreekt de definitie van geschiedenis van historia rerum gestarum: geschiedenis als verhaal over gedane zaken. Bierce spreekt namelijk over "an account of events", waarmee hij de betekenis van geschiedenis als verhaal over het verleden benadrukt. -
1.2.1 ZT Wat doen historici?
Dit is een preview. Er zijn 4 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2.1
Laat hier meer flashcards zien -
Welke invulling geven historici aan het woord "bron"?
Historici gebruiken het woord bron enkel voor de categorie van historische bronnen. (source, Quelle, fuente) -
2 Geschiedenis en samenleving
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2
Laat hier meer flashcards zien -
2.1 ZT Probleemgerichte benadering
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2.1
Laat hier meer flashcards zien -
Wat is een kenmerk van de probleemgeorïenteerde vorm van geschiedbeoefening? (histoire-problème)
De probleemgerichte benadering richt zich vooral op de vraag waarom bepaalde zaken in het verleden zijn gebeurd. Een ander kenmerk van deze benadering is de brede benadering van samenlevingen in het verleden. -
Waar verwijst het begrip "contingentie" naar in de geschiedschrijving?
Het begrip "contingentie" verwijst naar het gegeven dat historische gebeurtenissen en ontwikkelingen vaak het resultaat zijn van een toevallige samenloop van omstandigheden. Iets gebeurde op een bepaalde plek, op een bepaald moment, op een bepaalde manier, maar had ook heel anders kunnen verlopen. Bijvoorbeeld als sommige mensen andere keuzes hadden gemaakt. -
2.2 ZT Maatschappelijke functies
Dit is een preview. Er zijn 5 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2.2
Laat hier meer flashcards zien -
Waar richt de probleemgerichte benadering van geschiedbeoefening zich vooral op? (Histoire-problème)
De probleemgericht benadering richt zich vooral op de vraag waarom bepaalde zaken in het verleden zijn gebeurd. De benadering laat zich kenmerken door een brede benadering vansamenlevingen in het verleden en daarbij gaat het ook om de sociale eneconomische verhoudingen (naast de politieke ontwikkelingen) -
5 Bronnenkritiek
Dit is een preview. Er zijn 4 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 5
Laat hier meer flashcards zien -
5.1 ZT Vormelijke en inhoudelijke kritiek
Dit is een preview. Er zijn 21 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 5.1
Laat hier meer flashcards zien -
Vormelijke kritiek: echtheid
Is de bron authentiek? Controleer de bron op vervalsing:- vormelijk/materieel falsum: bron stamt niet uit de tijd waaruit hij beweert afkomstig te zijn.
- inhoudelijk/intellectueel falsum: bron biedt foutieve informatie.
Let bij de beoordeling op anachronismen -
Vormelijke kritiek: overlevering
Is de bron orgineel of betreft het een kopie?
Kopie? Nagaan hoe de verschillende versies zich tot elkaar verhouden. -
Vormelijke kritiek: herkomst
- Wie is de auteur van de bron? (maak eventueel onderscheid tussen de intellectuele, materiële en juridische auteur)
- wanneer is de bron opgesteld of vervaardigd?
- waar is de bron opgesteld of vervaardigd?
- Wie is de auteur van de bron? (maak eventueel onderscheid tussen de intellectuele, materiële en juridische auteur)
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















