Interpreteren van bronnen - ZT Synthese
6 belangrijke vragen over Interpreteren van bronnen - ZT Synthese
"Zodra je al het relevante bronnenmateriaal hebt verzameld, is de onderzoeksfase afgerond. Het is tijd om te gaan schrijven."
Is dit een accurate beschrijving van hoe historisch onderzoek doorgaans verloopt?
- eerst bronnenkritiek toepassen om de betrouwbaarheid en representativiteit van de informatie in de verschillende bronnen te waarderen.
- dan ordenings- en analysefase.
- hoe verhouden de verschillende bronnen zich tot elkaar en wat daarbij op?
- (verschillende analysemethoden toepassen)
In de opdracht over de spoorwegstaking zagen we dat in Het Volk en De Nieuwe Courant gelijkaardige cijfers werden genoemd voor wat betreft het aantal georganiseerde spoorwegarbeiders.
Kun je deze cijfers dan als feitelijke informatie overnemen?
Motiveer je antwoord.
Nee, je kunt dit niet als feitelijke informatie overnemen.
- Wanneer je deze cijfers gebruikt, zou het toch verstandig zijn om daar een voorbehoud bij aan te geven. Het zou immers goed kunnen dat beide kranten zich baseren op dezelfde bron, en die hoeft niet per definitie te kloppen.
- Violet Soen noemt dit de 'mythe van unanimiteit': wanneer bronnen elkaar bevestigen, betekent dat nog niet dat de informatie die ze geven hoeft te kloppen.
Stel, je gaat onderzoek doen naar de spoorwegstaking in 1903. Zoals Violet Soen uitlegt in het handboek kun je dan kiezen tussen verschillende analysemethoden.
Hoe zou het onderzoek eruit kunnen zien als je een micro-analyse zou uitvoeren?
Bij de spoorwegstaking zou je bijvoorbeeld kunnen overwegen om de focus specifiek op de groep stakende spoorwegarbeiders in Amsterdam te leggen.
Je zou zelfs kunnen overwegen om naar de ontwikkelingen bij één bedrijf te kijken.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Je doet onderzoek naar de leefomstandigheden van mensen die als slaaf werkten op plantages in Curaçao aan het begin van de negentiende eeuw. De enige bronnen die je hebt, zijn journalen van de gouverneur-generaal, waarin hij verslag uitbrengt aan de Nederlandse regering. Daarin komt het slaafgemaakte deel van de bevolking uitsluitend ter sprake in het kader van criminele zaken. Bekend is dat er in die periode 'slavenreglementen' waren, waarin regels waren vastgelegd over hoe eigenaren met hun slaven moesten omgaan.
Hoe zou je met deze bronnen toch iets over het onderwerp van je onderzoek kunnen zeggen?
Je zou voor deze analyse gebruik kunnen maken van het stilzwijgendheidsargument.
Het feit dat de journalen van de gouverneur niets zeggen over de leefomstandigheden op de plantages, zegt iets over hoe (on)belangrijk die werden gevonden.
Ook zou je kunnen concluderen dat er blijkbaar weinig toezicht was op de naleving van de slavenreglementen.
Anders zou uit de journalen immers moeten blijken dat hier controles op werden uitgevoerd.
Op deze manier gebruik je dus het zwijgen van de bron over een bepaald onderwerp om daar toch wat informatie over te verkrijgen.
Stel, je doet onderzoek naar de vrouwenbeweging in Nederland aan het begin van de twintigste eeuw. Het is bekend dat in de Nederlandse strijd om het vrouwenkiesrecht het er lang niet zo gewelddadig aan toeging als bij de Britse suffragette-beweging. Je hypothese is dan ook dat er van invloed van de Britse op de Nederlandse beweging niet echt sprake zal zijn. Je vindt een krantenartikel van NRC uit 1907 waarin de voorzitster van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht aangeeft niet terug te deinzen voor geweld wanneer dat in Nederland ook noodzakelijk zou zijn.
Wat doe je met deze bron?
Gezien de hypothese is het misschien verleidelijk om een bron als deze terzijde te schuiven, maar het is natuurlijk juist belangrijk om haar in het onderzoek te betrekken. Het is immers een aanwijzing dat de historische werkelijkheid misschien genuanceerder is dan wat je vooraf had verondersteld. Meer dan andere wetenschappers zijn historici op zoek naar het bijzondere en het unieke (de uitzondering op de regel) in plaats van dat ze algemeen geldende theorieën willen formuleren.
"Aan het einde van de achttiende eeuw werd het slavernijsysteem steeds minder belangrijk voor de Britse economie. Wereldwijd was er een overschot aan suiker en Britse handelaren konden dit goedkoper produceren, bijvoorbeeld in India. Als gevolg daarvan maakte Groot-Brittannië in 1807 een einde aan de slavenhandel."
Welke interpretatiefout spreekt door in deze passage?
Leg je antwoord uit.
- In deze passage is sprake van determinisme: de afschaffing van de slavenhandel wordt volledig opgehangen aan economische factoren.
- Die kunnen een rol hebben gespeeld, maar evenzo belangrijk was de anti-slavernijbeweging die zich in deze periode ontwikkelde, als ook de opstanden die plaatsvonden op de plantages in de Britse koloniën en geopolitieke ontwikkelingen.
- Er spelen dus meer factoren dan alleen economische in een ontwikkeling als deze.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















