Samenvatting: Bestuursrecht Ii
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Bestuursrecht II
-
1 Week 1 L1 Handhaving: inleiding
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
Laat hier meer flashcards zien -
1.4 Gedogen en beginselplicht tot handhaving
Dit is een preview. Er zijn 6 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.4
Laat hier meer flashcards zien -
Wat is de juridische basis voor het gedogen?
De juridische basis is gelegen in de (zij het beperkte) beleidsruimte die het bestuursorgaan toekomt bij de besluitvorming over de vraag of zal worden gehandhaafd. -
Kan tegen de overtreding van een voorwaarde, die verbonden is aan een gedoogbeslissing, worden opgetreden met last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom?
- Nee, de gedoogbeslissing heeft geen wettelijke basis en wordt niet aangemerkt als een besluit.
- Het overtreden van een voorwaarde kan niet worden aangemerkt als de overtreding van een bij of krachtens de wet opgelegde verplichting.
- Het is dus niet mogelijk tegen overtreding van dergelijke voorschriften rechtstreeks handhavend op te treden.
- Bij overtreding van gedoogvoorwaarden kan wel handhaving volgen van de oorspronkelijke overtreding.
-
1.6 Fiscale boete en "criminal charge"
-
Wat was blijkens de uitspraak EHRM 24-02-1994 (Bendenoun) van belang voor de vraag of een opgelegde boete moet worden aangemerkt als een "criminal charge"?
Het volgende was bij die vraag van belang:- dat de boete aan iedere belastingbetaler die in overtreding was, kon worden opgelegd en de toepasselijke straffen algemeen waren geregeld;
- dat het doel van de sanctie geen compensatie maar bestraffing was;
- dat de boete was gebaseerd op een regel met een bestraffend en preventief karakter, en;
- dat het om hoge boetes ging die moesten worden voldaan onder dreiging van strafrechtelijke sancties die tot gevangenisstraf konden leiden.
-
1.7 CRvB-uitspraak inzake "De Samenwerking" (tkst. 1.3)
-
Wat volgt uit de overwegingen die zijn opgenomen in CRvB, 19-02-1996 (De Samenwerking) ?
CRvB:- de opgelegde verhoging (boete) was aan te merken als een "criminal charge" in de zin van art. 6 EVRM;
- CRvB wijst ter ondersteuning van zijn oordeel naar Bendenoun;
- omdat 6 EVRM van toepassing is moet worden onderzocht of
- terecht is geklaagd dat de zaak niet binnen een redelijke termijn is afgerond;
- art, 6 EVRM eist: een bahendeling binnen een redelijke termijn.
-
Welke factoren acht de rechter van belang bij de vraag of de redelijike termijn is geschonden?
- De duur van de procesgang in alle fasen, (waarbij het gedrag van de belanghebbende mede van betekenis is);
- de ingewikkeldheid van de zaak en;
- de wijze waarop de zaak door het bestuursorgaan en de rechter is behandeld, maar ook;
- de hoogte van de opgelegde verhoging!
- De duur van de procesgang in alle fasen, (waarbij het gedrag van de belanghebbende mede van betekenis is);
-
Wat blijkt voorts uit de overwegingen?
Uit de overwegingen blijkt voorts dat als de redelijke termijn is overschreden, de rechter tot een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de verhoging zal besluiten. -
1.8 Bestuurlijke sancties en evenredigheid (Tkst 1.4)
-
Wat is uitdrukkelijk uitgesproken in de uitspraak van de ABRvS, 04-06-1996(Intrekking APK- keuringsbevoegdheid)?
Debestuursrechter moetbestraffende bestuursrechtelijke sancties indringend(er) toetsen aan het inart . 3:4lid Awb neergelegdeevenredigheidsbeginsel . -
Wat was voor de rechter kennelijk doorslaggevend bij de integrale toetsing aan het evenredigheidsbeginsel in deze casus?
De intrekking van de keuringsbevoegdheid was in dit geval in strijd met art. 3:4, lid 2 Awb, de rechter constateerde dat het ging om:- een eenmalige overtreding;
- die niet opzettelijk was gedaan;
- van een voorschrift dat de belangen van de verkeersveiligheid slechts indirect beschermt.
-
Als de bestuurserchter toetst aan het evenredigheidsbeginsel, wat toetst de rechter dan?
De bestuursrechter moet zich dan afvragen of er evenredigheid bestaat tussen de ernst van de overtreding en de zwaarte van de opgelegde sanctie. -
Waarom achtte de rechter het besluit tot definitieve intrekking in strijd met het evenredigheidsbeginsel?
Het besluit was in strijd met het evenredigheidsbeginsel omdat:- het beleid van het bestuursorgaan voorzag uitdrukkelijk in een reeks, in ernst toenemende sancties;
- waarschuwing - voorwaardelijke - tijdelijke en definitieve intrekking;
- het besluit om de zwaarste sanctie in te zetten = disproportioneel.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Onderwerpen gerelateerd aan Samenvatting: Bestuursrecht Ii
-
Handhaving: inleiding
-
Handhaving : inleiding
-
Het stelsel van bestuursrechtelijke rechtbescherming: inleiding
-
Bezwaar en beroep: inleiding - Uitgangspunten van het stelsel van bestuursrechtelijke rechtbescherming (Tkst
-
Toegangsdrempels in het bestuurprocesrecht: inleiding - Toegangsdrempels- :1 Awb kernbegrippen
-
Toegangsdrempels in het bestuurprocesrecht: inleiding - Bevoegdheids- en ontvankelijkheidskwesties en het besluit als "rechtsingang" (Tkst















