Hoest en Hemoptoe
67 belangrijke vragen over Hoest en Hemoptoe
Wat gebeurt er met diffusie-evenwicht bij lage V/Q verhouding en wat betekent lage V/Q verhouding
betekent minder ventilatie -> leidt tot lagere PAO2
Beschrijf de compensatoire mechanismen bij lage V/Q (shunt) en hoge V/Q (dode ruimte ventilatie)
Dode ruimte ventilatie: hoge PAO2 bronchioli -> bronchoconstrictie -> aanvoer nieuwe lucht verkleind
Hoe kan bloeden worden gestopt bij hemoptoe
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Waar moet bij jonge hemoptoe patienten met vasculaire klachten en astma in VG altijd aan gedacht worden
Beschrijf de trachea (splitsing, kraakbeen, mucosale, trilharen, hoesten)
Trachea en bronchi bevatten kraakbeen en submucosale kliertjes die slijm produceren -> stofdeeltjes blijven hangen op trilharen
Trilharen van epitheel brengen deeltjes terug naar boven -> slikken
Kraakbeenplaten voorzien grotere luchtwegen van stevigheid, hoefijzervorm
Bij hoesten klapt open deel naar binnen -> veel kracht gezet -> lucht naar buiten
Beschrijf de bronchioli (kraakbeen, kliertjes, slijm, parenchym)
Wel slijmproducerende cellen
Opgehangen in longparenchym
Gesteund en opengehouden door parenchym
Beschrijf functionele eenheden, membraneuze bronchioli en respiratoire bronchioli (+ wat bronchioli bevatten en wat alveolair de structuur is en bevat)
Membraneuze bronchioli: zorgen voor gaswisseling en geleiding
Respiratoire bronchioli: zorgen voor gaswisseling
Bronchioli bevatten net als pleura veel elastine
Alveolair: structuur met bindweefsel en spieren over in alveolair weefsel. Ook geen klieren en kraakbeen
Beschrijf de stijfheid en elasticiteit van de long en thoraxwand (oppervlakte thorax/long, pneumo, ruststand, streef/rustvolume)
Long -> wil kleiner worden
Thoraxwand (ribbenkast + diafragma) -> wil groot oppervlakte hebben
Vacuum tussen long en thoraxwand -> opgeheven bij pneumothorax -> elasticiteit en ruststand long en thorax dan te zien
Long: klein streefvolume
Thoraxwand: groter rustvolume
Waar is de grootste weerstand in de longen
Hoe zijn de kleine alveolibuisjes geschakeld en waar zorgt dit voor (+ hoe neemt weerstand toe/af naar distaal + weerstand longen model)
Hierdoor vanaf middelgrote bronchi weerstand naar distaal toe afname
ondanks kleinere diameter (parallele schakeling = totale diameter groter)
Lijkt zo op trompetmodel
Wat betekent hogere weerstand in luchtwegen
Drukverschil bepaalt snelheid luchtstroom en soort flow die ontstaat
Beschrijf laminaire, turbulente en transitionele flow
Turbulent: hoge stroomsnelheden, chaotische en onregelmatige bewegingen lucht
Transitioneel: omdat long uit veel vertakking bestaat vaak overgangsvorm tussen laminair en turbulent -> transitioneel
Waar is de hoogste stroomsnelheid + wat voor flow in alveoli
Alveoli: laminair (parallel, veel aftakkingen, lagere snelheid)
Rangschik op basis van geleiding van geluidsgolven: vast, water, lucht
2. Water
3. Lucht -> slechtste
Waar wordt geluid in longen door veroorzaakt + waar wordt bijna geen geluid gegenereerd
In alveoli zelf vrijwel geen drukverschil -> geen turbulente flow -> geen geluid gegenereerd
Waar ontstaat vesiculair ademgeruis, hoe klinkt het en waarom
Wordt doorgegeven naar perifere delen long
Zacht, laagfrequent geruis (soort lentebriesje). Doordat lucht slechte geleider is -> hoge frequenties eruit gefilterd
Noem 5 factoren die luidheid ademgeruis beinvloeden
Geleiding door longweefsel: goed geventileerd en gezond -> minder geleiding dan samengedrukt of verdicht weefsel
Weerkaatsing: geluid kan weerkaatsen op structuren in borstkas
Afstand tot bron: veel vet -> geluid gedempt, minder te horen
Doorgankelijkheid luchtwegen: als tumor luchtweg afsluit -> mogelijk geen geluid voorbij afsluiting, maar als tumor aan uiteinde zit -> betere geleiding want vaste stof
Waar zit pleuravocht en wat doet het met ademgeruis + waar zit vocht bij pneumonie en wat doet vocht binnen de long zelf
Pneumonie: vocht in long zelf (pus of onstekingscellen) -> verscherpt ademgeruis
Vocht in long zelf -> verscherpt ademgeruis
Geef aan wat er gebeurt met het geluid/geruis bij de volgende aandoeningen: emfyseem, obesitas, corpus alienum, tumor in bronchus
Obesitas: verzwakt geruis want grotere afstand tot bron
Corpus alienum: luchtweg afgesloten -> distaal voorbij afsluiting verzwakt geruis
Tumor in bronchus: luchtweg vaak niet helemaal afgesloten -> tumor vaste structuur -> verscherpt geruis
Wat duurt langer: in of expirium, waar is gemiddelde flow hoger en is dus meer te horen. Wat is de verhouding bij bronchien
Bronchiën: 1:1 verhouding door geluid dat daar ontstaat en hoge flow
Wat voor bijgeluid is rhonchi, wanneer hoor je ze, waar wijzen ze op, hoe ontstaan (+ paar mogelijke oorzaken)
Tijdens expirium
Obstructie in luchtwegen
Oscillatie (trilling) van bronchioli (Bernoulli effect)
Vernauwing luchtwegen of gedeeltelijke afsluiting: astma, COPD, bronchiectasieen
Noem en beschrijf de 3 soorten rhonchi + wanneer deze voorkomen
Laagfrequent: brommen, ontstaan bij slappe luchtwegen (vb COPD)
Bronchopulmonale: door sputumplug die los in luchtweg zit en heen en weer beweegt. Na hoesten verdwijnt of verplaatst zich
Wat voor bijgeluid is crepitaties, waar wijst het op, noem mogelijke oorzaken, wanneer ontstaan ze
Zwelling parenchym (parenchym: gebied waar alveolus, interstitium en endotheel bloedvaten samenkomen. Zorgt voor gasuitwisseling)
Pneumonie -> ontstekingscellen in parenchym. Oedeem: vocht toegenomen doordat hart niet goed pompt. Fibrose -> meer bindweefsel ontstaan
Ontstaan meestal tijdens inademing
Noem en beschrijf de 3 soorten crepitaties en wanneer ze voorkomen
Sputum/slappe longen -> vroeg crepiteren
Bronchopulmonale oorzaak -> typisch bij oude patient die veel ligt. Crepitaties bij eerste diepe samenhaling omdat samengeklapte alveoli weer open gaan. Verdwijnen bij rustig ademen
Noem de 3 overige soorten bijgeluiden, hoe ze klinken, wanneer je ze hoort en oorzaken
Pleurawrijven: lopen door verse sneeuw. Zowel inspiratie als expiratie. Longvliezen langs elkaar schuren (pleuritis). Vaak pijn. Ook lokaal horen bij drain
Stridor: gierend geluid. Altijd tijdens inademing. Hoge luchtwegobstructie
Geef voor de volgende aandoeningen aan welk ademgeruis er te horen is, of dit verlengd in/expirium heeft, verzwakt/versterkt/afwezig is en welk bijgeluid er te horen is
Astma
COPD
Bronchitis
Emfyseem
VAG = vesiculair ademgeruisAstma: VAG (verlengd expirium), expiratoir piepende rhonchi
COPD: VAG (verlengd expirium), expiratoir brommende rhonchi
Bronchitis: -, weghoestbare brommende rhonchi
Emfyseem: verzwakt VAG, vroeginspiratoire grove crepitaties
Geef voor de volgende aandoeningen aan welk ademgeruis er te horen is, of dit verlengd in/expirium heeft, verzwakt/versterkt/afwezig is en welk bijgeluid er te horen is
ILD
Linkerventrikelfalen
Pleuritis
Pleuravocht
Linkerventrikelfalen: VAG, eindinspiratoire fijne crepitaties
Pleuritis: VAG, pleurawrijven
Pleuravocht: verzwakt VAG, -
Geef voor de volgende aandoeningen aan welk ademgeruis er te horen is, of dit verlengd in/expirium heeft, verzwakt/versterkt/afwezig is en welk bijgeluid er te horen is
Pneumonie
Pneumothorax
Tumor:
Open bronchus
gesloten bronchus
Pneumothorax: afwezig/verzwakt VAG, -
Tumor: VAG
Open bronchus: versterkt VAG
Gesloten bronchus: Afwezig/verzwakt
Wat is de snelheid bij hoestbui, mogelijke intrathoracale druk en snelheid die behaald kan worden
Kan +300mmHg en 750 km/u halen
Wat is de normale intrathoracale druk
Wat gebeurt er bij obstructie van de luchtweg met de larynx
Hoe verlopen mechanische en chemische prikkels en waar worden ze door uitgelokt
Uitgelokt door vb voedselbolus, mucus of verhoogd zuurgraad
Chemisch: C-vezels
Temperatuur
Capsaïcine
Roken
Welke zenuw speelt belangrijke rol bij prikkeling hoestreceptoren en welke 3 aftakkingen ervan
Nervus Laryngeus superior
Nervus laryngeus recurrens
Nervus Arnoldi
Noem 7 risicofactoren voor ernstig beloop hoesten
Comorbiditeit als ernstige hart- of longaandoeningen
Diabetes mellitus
Sterk verminderde afweer
Neurologische aandoeningen
Prematuriteit < 37 weken
Ernstige lever of nierinsufficientie
Wat is DKT vaccinatie en voor wie is het
Zwangere vrouwen
Beschermt ook baby eerste 6 maanden tegen kinkhoest
Beschrijf acute bronchitis bij de huisarts (oorzaak, symptomen, tijd, LO)
Frequenter dan normaal hoesten, vaak < 2 weken
Meer dan gebruikelijk purulent slijm opgehoest < 2 weken
Bij LO over beide longen rhonchi
Beschrijf kinkhoest (oorzaak, risicogroep, pathogenese, beloop, diagnostiek en behandeling, meldplicht)
Vooral jonge kinderen <2 jaar risico ernstig beloop, secundaire pneumonie of apneu
Pathogenese: bacterie hecht aan trilhaarepitheel luchtwegen, produceren toxines -> ontsteking -> toename lymfocyten (lymfocytose) -> lokale weefselbeschadiging
Beloop: verkoudheid, algehele malaise eerste 2 weken. Dan 2-6 weken hevige hoestbuien (soms 50x), gierende inademing, ophoesten helder sputum, vooral snachts, overgeven,
Diagnostiek en behandeling: PCR of serologie. Mogelijk azitromycine als post-expositieprofylaxe aan vb ouders en broers etc patient.
B2 meldingsplicht vanwege besmettelijkheid
Meeste gevallen rond lente
Beschrijf RSV bronchiolitis (oorzaak, pathogenese, beloop, diagnostiek en behandeling, meldingsplicht)
koorts, benauwdheid, diepe intrekkingen, snelle ademhaling, PIEPEN. Vooral herfst en winter
Pathogenese: virus infecteert epitheel luchtwegen -> ontsteking bronchi, bronchioli, alveoli
Beloop: jonge kinderen bronchiolitis, pneumonie of sepsis. Bij herinfectie milder beeld (BLWI, tracheobronchitis). Volwassenen milde klachten of asymptomatisch behalve immmuuncompromis personen -> pneumonie of influenza-achtig
Diagnostiek en behandeling: sneltest (neus-keelspoeling). Behandeling ondersteunend (zuurstof of beademing)
Geen meldingsplicht voor RS virus
Beschrijf laryngitis subglottica (pseudokroep)
Zwelling en oedeem slijmvliezen larynx en trachea. Inspiratoire stridor, dyspnoe, blafhoest, heesheid. Vaak snachts of bij stress verergering. Behandeling meestal ondersteunend: evt zuurstof of cortico
Welke medicatie kan hoest veroorzaken + symptomen
Vaak nonproductieve hoest gepaard met jeukend/kriebelend en of irriterend gevoel keel
Bij staken medicatie verdwijnt hoesten binnen 4 weken of neemt af
Wat zegt CRP mbt pneumonie en wanneer wel/niet meten in HA praktijk
CRP 20-100 mg/L: twijfel wel of geen
CRP >100 mg/L: pneumo waarschijnlijk
Meestal niet nodig, bij patienten zonder risicofactoren voor ernstig beloop kan bepaling worden overwogen
Bij patienten met risicofactoren voor ernstig beloop CRP meestal geen consequenties beleid
Kinderen niet aanbevolen
Om welke 3 redenen wordt X-thorax in HA praktijk niet aanbevolen + wanneer wel
In begin pneumonie is infiltraat niet altijd goed zichtbaar
Kosten
Wel: blijvende diagnostische onzekerheid, vb volwassen patiënt met 7 dagen hoest en koorts zonder eenzijdige auscultatie afwijkingen
Noem aanwijzingen voor een pneumonie (2 soorten en onderverdeling)
(eenzijdig) auscultatie afwijkingen en/of
Koorts > 7 dagen en/of
ziekenhuisopname voor pneumo voorafgaande jaar en/of
CRP >100mg/L en/of
nieuw infiltraat X-thorax
OF
Acuut hoesten en 1 of meer signalen van ernstig ziek zijn:
tachypneu, dyspneu, hypoxemie, hypotensie, tachycardie, verwardheid, sufheid
Wat is kenmerkend voor pneumonie < 2 jaar (2) en wat voor bronchiolitis (5)
Pneumo:Hoge koorts
Focale crepitaties
Bronchiolitis:
persisterend hoesten
Verlengd expirium
Bilateraal piepen
Crepitaties
Snotterigheid
Geef de medicamenteuze behandeling hoesten (wel doen 2, niet doen 4)
Paracetamol bij keel of spierpijn
Behandel oorzaak
Niet:
Hoestprikkeldempende middelen
Mucolytica
Luchtwegverwijders
Inhalatiecorticosteroiden
Wat veroorzaakt in 98% van de gevallen tuberculose en beschrijf dit MO (vorm, transmissie, incubatietijd, primaire infectie en afweerreactie)
Zuur-vaste staaf -> dus niet zichtbaar met standaard hematoxyline eosinekleuring -> specifieke Ziehl-Neelsen kleuring nodig
Aerogene transmissie
Incubatietijd 8 weken tot levenslang
Primaire infectie vaak symptoomloos
Afweerreactie meetbaar dmv Mantoux (huidprik) of Quantiferon (bloed)
Beschrijf de pathofysiologie van tuberculose (afweer, immuunrespons, percentages actief/reactivatie/latent, reactivatie)
Niet direct geelimineerd -> adaptieve immuunrespons T-cel gemedieerd -> granuloomvorming -> inkapseling tuberkelbacterie door immuuncellen, houden bacterie onder controle
5% mensen primaire infectie krijgt directe actieve tuberculose
5% later stadium reactivatie latente infectie
Dus 10% blootgestelden ontwikkelt actieve TB
90% blijft latent met granuloomvorming
Reactivatie wanneer immuun verzwakt -> HIV, gebruik immuunsuppressors -> granuloom valt uiteen -> bacterie weer actief
Beschrijf pulmonale en extrapulmonale tuberculose
Extrapulmonale: klachten afhankelijk aangedaan orgaan. Vb lymfeklieren -> lokale zwelling -> hese stem
Wat is het doel van TB behandeling en wat is de behandeling
Tuberculostatica: isoniazide, rifampicine, pyrazinamide en ethambutol
Beschrijf de 2 fasen van TB behandeling + wanneer welk middel
Continuatiefase -> nog 4 maanden na eerste 2. Behandeling voortgezet meestal 3 middelen of 2 bij bekende gevoeligheid.
Rifampicine -> mogelijk lichaamsvloeistoffen oranje kleur
Hoe lang mag maximaal de behandeling van TB onderbroken worden + wat is de meldplicht bij TB
2 maanden bij continuatiefase
Meldplicht: B1 -> binnen 24 uur melding bij GGD
Welke testen worden gebruikt voor diagnostiek bij tuberculose
Quantiferon -> bloedonderzoek -> duidt op latent?
Wat is de gouden standaard voor bevestiging van pneumonie
Wanneer heeft iemand pneumonie volgens NHG-standaard (7)
Acuut hoesten en matig ziek + minstens 1 van volgende verschijnselen:
Auscultatoire afwijkingen
Koorts > 7 dagen
Eerdere opname ivm pneumonie
POC (point of care CRP)
Nieuw infiltraat op X-thorax
Wat is community acquired pneumonia en wat zijn de typische verwekkers ervan
Typische verwekkers:
Streptococcus pneumoniae
Haemophilius influenzae
Staphylococcus Aureus
Geef de waarschijnlijkheid voor pneumonie bij CRP 20, >100 en de behandeling + behandeling voor aspiratiepneumonie
CRP >100 waarschijnlijk
Amoxicilline, antibioticum
Bij aspiratiepneumonie: amoxicilline-claviculaanzuur (tegen ook de anaerobe bacteriën)
Wat is vaak de verwekker van pneumonie bij mensen die eerst infectie van bovenste luchtwegen hebben doorgemaakt en daarna longontsteking krijgen
Welk middel wordt overwogen bij resistentie tegen amoxicilline
Noem atypische verwekkers en waar worden die door aangetoond ipv een (sputum)kweek en geef aan welke niet meldingsplichtig zijn
Chlamydia pneumoniae
Chlamydia psittaci
Legionella soorten
Coxiella burnetii
Mycobacterium tuberculosis
(Bordetella pertussis)
M pneumoniae en C. Pneumoniae enige niet meldingsplichtig
Geef voor elk micro-organisme aan welke meldingsplicht ze hebben en het daarbij horende beleid:
Mycoplasma pneumoniae
Chlamydia pneumoniae
Chlamydia psittaci
Legionella soorten
Coxiella burnetii
Mycobacterium tuberculosis
(Bordetella pertussis)
C Pneumoniae: niet
C psittaci: C
Legionella: C
Coxiella: C
Mycobacter tuberculosis: B1
Bordetella pertussis: B2, geen pneumonie maar kinkhoest
C: geen dringende maatregelen, wel advies om gemeenschap te beschermen
B1: direct melden GGD, mag verplicht opgenomen worden
B2: meldingsplicht, verbod op beroepsuitoefening/school
Waar staat de CURB-65 voor en geef aan wat elke letter en 65 betekent
Aanwezigheid van een van de aspecten -> 1 punt voor elke
C: confusion (verwardheid)
U: ureum >19ml/dL = 7 mmol/L (dus niet 7.5)
R: respiration (ademhaling) >=30/minuut
B: bloeddruk systolisch <90 of diastolisch <=60 mmHg
65: leeftijd >=65 jaar
Geef voor elke Curb-65 score de mortaliteit en het beleid/risico
1: 3.6% laag risico, overweeg poliklinisch
2: 13% kortdurende opname of poliklinisch nauwe controle
3: 17% opname, overweeg IC
4: 41.5% opname, overweeg IC
5: 57% opname, overweeg IC
Wat is HAP en wanneer spreekt men van eentje (4)
Als aan 1 van volgende criteria wordt voldaan:
Klinische verschijnselen ontstaan 48 uur na opname in ziekenhuis
Patient is in afgelopen 90 dagen opgenomen in ziekenhuis
Sprake van Ventilator associated pneumonie als iemand intubatie krijgt en 48 uur na start beademing ziekteverschijnselen krijgt
Patient is bewoner van verpleeghuis
Waarom is onderscheid CAP en HAP belangrijk + wat is behandeling HAP
Daarom 2e of 3e generatie cefalosporinen zoals cefuroxim
Welk middel is noodzakelijk bij pneumonie door pseudomonas aeruginosa
Want ongevoelig voor andere cefalosporinen
Wat is een organiserende pneumonie + kenmerken, behandeling
Lijkt vaak op gewone pneumonie, 44% koorts
Infiltraat wisselt op rontgenfoto, verdwijnt niet met antibiotica
Behandeld met prednisolon
Geef per CURB score (1t/m4) aan met welk middel er behandeld wordt bij pneumonie (+ waar op gelet moet worden en hoe het dan anders is)
CURB 2: benzylpenicilline
CURB 3: ciprofloxacine
CURB 4: cefuroxim
Is anders als er legionella is
Legionellapositief CURB 2 -> levo of moxifloxacine?
CURB 3tot5 -> levo of moxifloxacine?
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















