Vervolg -Eiwitsynthese en -routing
18 belangrijke vragen over Vervolg -Eiwitsynthese en -routing
Welke componenten zijn betrokken bij de herkenning en import van eiwitten in het endoplasmatisch reticulum (ER)?
- SRP (Signaalherkenningspartikel) bindt aan de signaalsequentie
- SRP receptor bevindt zich op het ER-membraan en bindt SRP
Welke types transmembraan eiwitten worden in het endoplasmatisch reticulum ingevoegd?
- Multipass transmembraan eiwitten met meerdere domeinen
Wat gebeurt er met eiwitten nadat ze verwerkt zijn in het endoplasmatisch reticulum?
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Wat zijn de twee soorten regio's in het endoplasmatisch reticulum en wat zijn hun respectievelijke functies?
- Smooth ER: zonder ribosomen, verantwoordelijk voor lipidesynthese en calciumopslag.
- Rough ER: met ribosomen, betrokken bij eiwitsynthese, productie van transmembraan eiwitten en glycoproteïnen, en distributie van transport vesicles.
Wat is de functie van een ER import signaal bij eiwitten?
- Het signaal bevindt zich vaak aan de N-terminus van een eiwit, maar kan ook intern gelegen zijn.
Welke methode wordt gebruikt om de aanwezigheid van een ER import signaal te bevestigen?
- Resultaat is cytosol + mRNA met ruwe microsomen.
- Ruwe microsomen simuleren de omstandigheden van het ER lumen.
- Signaalsequentie wordt herkend en het eiwit wordt getransloceerd.
- Signaalpeptidase verwijdert de signaalsequentie, wat resulteert in een volwassen eiwit.
Wat doet het SRP als het bindt aan het ER import signaal en het ribosoom?
- Deze binding resulteert in een tijdelijke blokkade van de eiwittranslatie.
Welke functie heeft de SRP receptor volgens de getoonde informatie?
- Deze binding leidt het complex naar de proteïne translocator.
- Na loslating van SRP en de SRP receptor zet de translatie zich voort en start translocatie.
- De groeiende polypeptide wordt het ER (endoplasmatisch reticulum) in getransporteerd.
Wat zijn de kenmerken en functies van het Sec61 complex betrokken bij eiwittranslocatie?
- Het bevat drie subunits en vormt de basis van de translocator.
- De plug in het complex is een korte alfa-helix.
- Het Sec61 translocator opent enkel wanneer het een eiwit met een ER importsignaal herkent.
Welke onderdelen vormen samen de eiwittranslocatiecomplex genaamd Sec61 complex en waar bevinden deze zich?
- Grote ribosomale subeenheid: bindt aan het Sec61 complex
- Kleine ribosomale subeenheid: onderdeel van het ribosoom dat interageert met mRNA
- Signaalsequentie: leidt een eiwit naar het Sec61 complex
- Translokerend polypeptide: het eiwit dat door het Sec61 complex gaat
- Het geheel bevindt zich bij het endoplasmatisch reticulum, het complex spant de grens tussen cytosol en ER lumen
Wat betreft ribosomen, wat is het verschil tussen de cyclus van vrije ribosomen en de cyclus van membraangebonden ribosomen zoals afgebeeld?
- mRNAs coderen voor cytosolische eiwitten.
- Vrije polyribosomen in het cytosol.
- De membraangebonden ribosoom cyclus: betrokken bij de synthese van naar het ER getargete eiwitten.
- mRNAs coderen voor eiwitten die naar het ER worden getarget.
- Membraangebonden polyribosomen zijn vastgemaakt aan het ER-membraan.
- De SRP-cyclus speelt een rol bij het richten van bepaalde ribosomen naar het ER.
Welke twee soorten eiwitten worden in het endoplasmatisch reticulum getransporteerd?
- Transmembraan eiwitten: voor het ER membraan, plasma membraan of ander membraan.
Welke soorten eiwit translocatie worden er onderscheiden volgens de afbeelding?
- Post-translationele translocatie vindt plaats in mitochondriën, de kern, chloroplasten (plastiden) en peroxisomen.
Wat zijn de kenmerken van een single-pass transmembraan eiwit volgens optie B?
- N-terminaal domein is kort en niet gevouwen, dit is echter niet zichtbaar gemaakt in de presentatie.
Wat gebeurt er met de hydrofobe signaalsequentie na translocatie van een single-pass transmembraan eiwit?
- De oriëntatie van het eiwit in het membraan hangt af van de aminozuursequentie vóór en na de signaalsequentie.
- Als de signaalsequentie aan de N-terminus is, bevindt de N-terminus zich in het lumen van het ER en de C-terminus in het cytosol.
Wat wordt gebruikt door membraaneiwitten met een relatief lange N-terminaal domein in het ER lumen voor insertie in het ER membraan?
- Eiwit met een lange N-terminaal domein start in het cytosol.
- Signaalsequentie helpt het eiwit te koppelen aan het transmembraansegment.
- Signaalpeptidase verwijdert de signaalsequentie om de insertie te voltooien.
Waardoor wordt de topologie van het multipass transmembraan eiwit bepaald?
- Aanwezigheid van geladen aminozuren die transmembraan segmenten flankeren
Hoe worden opeenvolgende transmembraan segmenten in een multipass transmembraan eiwit ingevoegd?
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















