ST 5. - Aandacht

34 belangrijke vragen over ST 5. - Aandacht

Aandacht werkt als een flessenhals of filter in de verwerking, uit welke twee fenomenen blijkt dat?

- Onopzettelijke blindheid (inattentional blindness): een gebrek aan bewustzijn van een visuele prikkel omdat de aandacht ervan wordt weggeleid
- Veranderingsblindheid (change blindness): het niet opmerken van de verschijning/verdwijning van objecten tussen twee afwisselende beelden.

Welke rollen vervullen de linker- en rechter pariëtaalkwabben volgens Mevorach en hoe verhouden dit soort non-spatiële selectiemechanismen zich tot ruimtelijke tekorten bij neglect?

- Mevorach stelde dat de linker-, en rechter pariëtaalkwabben verschillende rollen vervullen bij non-spatiële aandacht. Vooral de rechterhemisfeer is belangrijk voor aandacht voor een saliente stimulus, en de linkerhemisfeer voor het onderdrukken van een niet-saliente stimulus.
- Het is onduidelijk hoe dit soort non-spatiële selectiemechanismen zich verhouden tot de ruimtelijke tekorten die zichtbaar zijn bij neglect.
- Wat de relatie ook is, de consensus is dat aandacht kan worden opgebroken in verschillende soorten mechanismen.

Wat wordt gesuggereerd over het LIP wat aansluit bij de metafoor van aandacht als schijnwerper?

- Gesuggereerd wordt dat het LIP een saliencekaart heeft waarin alleen de locaties van relevante stimuli worden aangegeven. Dit sluit aan bij de metafoor van aandacht als een zoeklicht.
- Daarnaast reageren neuronen in het LIP ook op de huidige stand van het oog. Die informatie kan worden gebruikt om een saccade, het overt oriënteren van aandacht, te plannen. Er is ook bewijs dat neuronen covert oriënteren ondersteunen.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Omschrijf ruimtelijke aandacht over de zintuigen: buikspreker

In het geval van een buikspreker ontstaat er een illusie waarbij het lijkt alsof het geluid afkomstig is van de dummy en niet van de buikspreker zelf. Dit komt doordat onze hersenen geneigd zijn om geluid te lokaliseren op basis van visuele aanwijzingen, aangezien we visuele stimuli nauwkeuriger kunnen lokaliseren dan auditieve. Onderzoek heeft aangetoond dat mensen geluiden vaak koppelen aan visuele informatie, zoals lipbewegingen, wat invloed kan hebben op hoe we geluiden waarnemen en lokaliseren.

Omschrijf aandachtsprocessen en gebruik de termen 'bottom-up' en 'top-down'

Terwijl perceptie gaat over het begrijpen van de wereld om ons heen, bewegen aandachtsprocessen zich op het snijvlak van de omgeving en onze interne toestanden (zoals doelen en verwachtingen). De omgeving vraagt onze aandacht (bottom-up) en onze doelen bepalen onze aandacht (top-down). In de meeste gevallen zijn beide krachten in werking en kan aandacht worden opgevat als een samenspel van bottom-up en top-down invloeden waarin selectie plaatsvindt.

Omschrijf hoe de rapporteerbaarheid van een ervaring gekoppeld wordt in de verdeling van het perceptueel bewustzijn

- In deze visies wordt de rapporteerbaarheid van een ervaring gekoppeld aan het frontaal-pariëtale netwerk, maar de eigenlijke ervaring van waarneming aan interacties in het perceptuele verwerkingsnetwerk zelf.
- Er zijn bijvoorbeeld aanwijzingen dat de zichtbaarheid van onbeheerde stimuli uitsluitend verband houdt met activiteit in de occipitale kwab.
- In deze visie is aandacht nog steeds gerelateerd aan bewustzijn, maar alleen aan sommige aspecten van bewustzijn (d.w.z. rapporteerbaarheid).

Leg uit hoe beeld en geluid in dezelfde saliencekaart aan elkaar gekoppeld kunnen worden

- Om geluid en beeld in dezelfde saliencekaart aan elkaar te koppelen moeten de verschillende zintuigen ruimtelijk op elkaar afstemmen (remappen), omdat de locatie van geluid ten opzichte van de stand van hoofd of oren wordt aangegeven en de locatie van beeld ten opzichte van de stand van de ogen.
- Een aantal neuronen in het LIP zetten locaties van geluid om in locaties ten opzichte van de ogen, zodat ze kunnen worden gebruikt voor het plannen van saccades. Dit deel van de hersenen is dus multisensorisch.

Waar is het tonen van een pijl (endogene aanwijzing voor ruimtelijke oriëntatie) zichtbaar?

Met fMRI is het tonen van een pijl zichtbaar als kortstondige activiteit in visuele corticale gebieden, gevolgd door langdurigere activiteit in de achterste pariëtaalkwabben, inclusief de tegenhanger van het LIP en een gebied met de naam ‘frontaal oogveld (FEF)’, het deel van de frontaalkwabben dat verantwoordelijk is voor oogbewegingen.

Leg uit door welke externe factoren aandacht zich verplaatst, gebruik termen:
1. Exogeen
2. Endogeen

Aandacht verplaatst zich door externe factoren:
1. Exogeen oriënteren/richten: aandacht die extern wordt geleid door een stimulus
2. Endogeen oriënteren/richten: de aandacht wordt geleid door de doelen van de waarnemer. Een veelgebruikt paradigma dat om endogene oriëntatie vraagt is:
- Visueel zoeken: een taak om de aan-of afwezigheid van een bepaald target (doelobject) te detecteren in een reeks andere afleidende objecten – daarbij wordt zowel bottom-up verwerking (het identificeren van objecten en kenmerken) als top-down verwerking (onthouden van het gezochte en endogeen richten van de aandacht) toegepast.

Wat zijn de twee belangrijkste aandachtsnetwerken waarbij de pariëtaalkwabben betrokken zijn volgens Corbetta en Shulman? Welke circuits horen bij de afbeelding?

Volgens Corbetta en Shulman bestaat de dorsale stroom uit 2 delen:
1. Dorsodorsale stroom: aandacht richten volgens saillantiemodel, waarbij LIP en FEF betrokken zijn – is betrokken bij aandachtsoriëntatie binnen een saliencekaart.
2. Ventrodorsale stroom: wordt gezien als ‘stroomonderbreker’ die cognitieve activiteit onderbreekt om de aandacht op iets anders te richten.
A: Lateraal intrapariëtaal gebied (LIP)
B: Frontaal oogveld (FEF)
C: Temporopariëtale junctie (TPJ)
D: Ventral frontal cortex (VFC)


De beschreven visie op perceptie, aandacht en bewustzijn wordt niet algemeen aanvaard. Wat is een alternatieve visie hierop?


Een alternatieve visie suggereert dat perceptueel bewustzijn kan worden onderverdeeld in twee mechanismen:
- Fenomenaal bewustzijn: het ‘rauwe’ gevoel van een gewaarwording, de inhoud van bewustzijn. Het betrekking tot de ervaring van het waarnemen zelf.
- Toegankelijk bewustzijn: vermogen om verslag te doen van de inhoud van bewustzijn; de rapporteerbaarheid van die ervaring

Omschrijf wat simultaanagnosie en het syndroom van Balint inhoudt

- Patiënten met het syndroom van Balint kunnen slechts één object tegelijk opmerken: dit wordt simultaanagnosie genoemd.
- Het idee dat iemand een object zou kunnen waarnemen, maar niet de locatie ervan, is zeer contra-intuïtief, omdat het buiten het domein van onze eigen ervaringen valt.
- Patiënten met het syndroom van Balint hebben doorgaans schade aan zowel de linker als de rechter wandbeenkwabben en hebben ernstige ruimtelijke stoornissen.

Vergelijk de cued en uncued lijnen met elkaar. Welke conclusie kan hieruit getrokken worden? - Posners spatiële-cueingtaak

- Het verschil tussen reactietijd in een ‘cued’ en een ‘uncued’ trial geeft aan hoeveel voordeel het oplevert om een hint (cue) te krijgen over waar een doelobject (target) zal verschijnen.
- Wanneer de target snel verschijnt na de cue (in deze grafiek is dat sneller dan 200 milliseconden) dan wordt de target sneller gedetecteerd (er is een lagere reactietijd). Dit wordt ‘facilitation’ genoemd.
- De reactietijd neemt toe wanneer de target later verschijnt (in deze grafiek later dan 200 milliseconden). Dit wordt ‘inhibition of return’ genoemd.

Leg uit wat wijst op een hemisferische asymmetrie - hemisferische verschillen in bijdragen van pariëtaalkwabben aan aandacht

- De neglect is normaal gesproken veel sterker bij laesies in de rechter hemisfeer. Dit wijst op een hemisferische asymmetrie, waarbij de rechter pariëtaalkwab meer dan de linker bedoeld is voor ruimtelijke aandacht.
- De rechter pariëtaalkwab levert een grotere bijdrage aan het vormen van een saliencekaart dan de linkerkant, wat resulteert in een voorkeur voor saillantie aan de linkerkant (pseudo- neglect), en in een grotere kwetsbaarheid aan de linkerkant voor de effecten van hersenbeschadiging.
- Laesies in de pariëtaalkwabben kunnen overigens ook leiden tot niet-ruimtelijke
aandachtstekorten.

Wat verklaren FIT en de biased competition theory over simultaanagnosie en het syndroom van Balint?

- FIT: onvermogen om eigenschappen aan elkaar en aan locaties te binden.
- Biased competition theory: extreme vorm van perceptuele competitie gelinkt aan beperkte vaardigheid voor spatiële selectie

Wat kunnen patiënten met neglect niet en hoe wordt dit ook wel genoemd?

Patiënten met neglect (ook wel hemispatiale neglect, visuo-ruimtelijke neglect of visuele neglect genoemd) kunnen geen aandacht geven aan stimuli aan de zijde die tegenover hun laesie ligt. Een rechtszijdige laesie resulteert in onoplettendheid aan de linkerkant van de ruimte. In extreme gevallen kunnen neglect patiënten slechts de helft van hun gezicht scheren of de helft van het voedsel op hun bord eten.

Omschrijf de begrippen vroege selectie en late selectie vanuit de visie van FIT

FIT is een voorbeeld van wat een vroeg selectiemodel van aandacht wordt genoemd. Volgens theorieën van vroege selectie wordt informatie geselecteerd volgens waarneembare kenmerken. Dit staat tegenover theorieën van late selectie, die stellen dat alle binnenkomende informatie wordt verwerkt tot een betekenisvol (semantisch) niveau, voor te worden geselecteerd voor verdere verwerking.

Wat zijn de vier genoemde manieren om te testen op neglect? En welke gebieden spelen hierbij een rol?

1 - 2. Kopieertaak/tekentaak (copying): bij het (na)tekenen kunnen patiënten kenmerken aan de linkerkant weglaten
3. Lijnbisectie: een taak waarbij het middelpunt van een lijn aangewezen moet worden, plaatsen patiënten het midden vaak te ver naar rechts.
4. Wegstreeptaak (cancellation): variant op visueel zoeken, waarbij de patiënt targets zoekt en doorstreept. Hierbij vinden ze vaak de targets aan de linkerkant niet.
- Mort concludeerde dat de rechter angular gyrus van de onderste pariëtaalkwab een kritiek gebied is. Ander onderzoek laat zien dat ook de rechter achterste pariëtale cortex, die de salience kaarten bevat, een rol speelt.

Leg de analogie uit met betrekking tot ruimte; geen continue entiteit - neglect als stoornis van spatiële aandacht en bewustzijn

Ruimte is voor het brein geen continue entiteit. Een analogie is om te bedenken dat hersenen als het ware verschillende soorten ‘kaarten’ creëren, elk met zijn eigen referentiekader met een oorsprong en coördinaten. Kaarten kunnen aan elkaar gekoppeld worden door middel van onderlinge afstemming (remapping).

Hoe kunnen de bewijzen voor en tegen FIT met elkaar in overeenstemming worden gebracht volgens Lavie?

De selectie van objecten kan soms vroeg en soms laat plaatsvinden, afhankelijk van de gestelde taak. Lavie toonde aan dat bij taken met een zware perceptuele belasting de selectie vroeg is, maar bij een lage belasting met weinig objecten is capaciteit beschikbaar om alle objecten betekenisvol te verwerken, zoals bij late selectie.

Wat betekenen de termen 'mapping' en 'remapping'

- Mapping: ruimtelijke referentie frames met een eigen centrum en set van coördinaten
- Remapping: het aanpassen van een set ruimtelijke coördinaten om te worden uitgelijnd met een ander coördinatensysteem. De pariëtale lobben kunnen dit uitvoeren, informatie over zowel lichaamshouding als zintuigen.

Leg uit hoe visuele velden kunnen worden afgestemd

- Hiervoor werd al beschreven hoe neuronen de ruimtelijke positie van geluiden kunnen afstemmen van een referentiekader met het hoofd als middelpunt op een referentiekader met het oog als middelpunt.
- Hetzelfde is mogelijk bij andere combinaties. Zo kunnen visuele velden worden afgestemd zodat ze gebaseerd zijn op handpositie, waardoor hand- oogcoördinatie mogelijk is.
- De pariëtaalkwabben kunnen de afstemming uitvoeren omdat ze beschikken over informatie over zowel lichaamshouding als zintuigen.

Wat bewezen Bisiach en Luzzatti met betrekking tot neglect? En wat heeft hun onderzoek aangetoond?

Bisiach en Luzzatti bewezen dat neglect kan optreden voor ruimtelijke mentale beelden en niet alleen voor ruimtelijke representaties op basis van waarneming.
- Hun onderzoek toonde aan dat zogenaamde representatieve neglect een dubbele dissociatie vormt met neglect van waargenomen ruimte. De hippocampus wordt vaak beschouwd als een allocentrische kaart van de ruimte (de ruimtelijke relatie van verschillende oriëntatiepunten tot elkaar, in plaats van ten opzichte van de waarnemer), maar de pariëtale kwabben kunnen nodig zijn om het vanuit een bepaald gezichtspunt voor te stellen.

Wat is de koppeling van neglect tussen objecten met betrekking tot hersenbeschadiging?

Neglect tussen objecten is gekoppeld aan hersenbeschadiging in andere regio’s dan die geassocieerd met verwaarlozing van egocentrische ruimte; in het bijzonder lijkt het verband te houden met ventrale stroomlaesies, waaronder met de witte stof.

Wat is het verschil tussen FIT en de biased competition theory met betrekking tot verwerking?

Terwijl FIT uitgaat van parallelle of seriële verwerking, afhankelijk van het type zoekobject, gaat de biased competition theory uit van een gelijktijdig optreden.

Omschrijf dichtbij vs veraf met betrekking tot neglect

Tussen neglect van ruimte dichtbij vs ruimte veraf bestaan dubbele dissociaties. Op basis van onderzoek met lijnbisectie met gebruik van verschillende gereedschappen (zoals een laserpen) wordt gesuggereerd dat de gereedschappen letterlijk een verlengstuk van het lichaam worden en versmelten als de hersenen de ruimte om ons heen representeren.

Leg aan de hand van een voorbeeld de termen 'object-gebaseerd' en 'ruimte-gebaseerd' uit - neglect

Geschreven woorden zijn een interessante klasse van objecten, omdat ze een inherente volgorde van letters van links naar rechts hebben. Patiënten met linker object-gebaseerde neglect kunnen lettervervangingsfouten maken bij het lezen van woorden en niet-woorden, terwijl patiënten met ruimte-gebaseerde neglect individuele woorden correct kunnen lezen, maar er niet in slagen hele woorden aan de linkerkant van een pagina te lezen.


Wat is het uitgangspunt van de biased competition theory met betrekking tot competitie?

- Een uitgangspunt van het model is dat de competitie zich in verschillende fasen voordoet. Geen vroege of late selectie, maar een meer dynamische.
- De competitie treedt als eerste op in de visuele ventrale stroom, bij het verwerken van visuele kenmerken.
- De mate van competitie hangt af van hoe dicht de stimuli zich bij elkaar bevinden, maar ook van hun onderlinge gelijkenis. Mogelijk vormt dit de neurale basis van vroege groeperingseffecten en van pop-out.

Waardoor domineren bepaalde waarnemingen volgens de biased competition theory?

Bepaalde waarnemingen domineren door hun vertrouwdheid of doordat ze kort daarvoor ook gezien zijn (bv partner vinden in grote massa). Hiervoor is geen speciaal mechanisme vereist, wel dat zich bias (mate waarin signaal verstoord wordt) voordoet waardoor ze geselecteerd worden. De selectie kan ook worden beïnvloed door top-down signalen.

Wat is de kritiek op de premotor theory of attention?

Het is geen algemeen geldende theorie van aandacht, de theorie is alleen van toepassing in specifieke situaties.

Waar kwam het bewijs voor de premotor theory of attention uit voort? Gebruik de afbeelding voor de uitleg

Het aanvankelijke bewijs voor de theorie kwam voort uit een taak met spacial cueing tasks (spatiële aanwijzingen) van Rizzolatti. In onderzoek van Rizzolatti geeft een cijfer in het midden aan waar een doelstimulus verwacht kan worden, maar de stimulus kan ook verschijnen op een locatie die niet de aandacht heeft.
- Afbeelding: hoewel de positie 1 en 3 op gelijke afstand liggen van de verwachte locatie, zijn proefpersonen sneller met het verplaatsen van hun aandacht naar positie 1 dan naar positie 3.

Wat zijn de bevindingen van de test van Rizzolatti en wat wordt er gesuggereerd door onderzoekers?

De test leverde dezelfde resultaten bij een horizontale en een verticale opstelling. Verschillen in verwerking in de beide hemisferen spelen dus geen rol. De bevindingen zijn moeilijk te verklaren met de schijnwerper metafoor omdat de schijnwerper in beide scenario’s over dezelfde afstand beweegt. De onderzoekers suggereren dat het patroon aansluit bij het programmeren van oogbewegingen. Als een oogbeweging naar links wordt gemaakt kost het weinig inspanning om verder naar links te kijken, terwijl een verandering naar rechts een ander bewegingsprogramma vereist.

Samenvattende evaluatie aandachtstheorieën

De feature integration theory en de premotor theory of attention beperken zich tot spatiële aandacht, terwijl de biased competition theory een breder verklaringsmodel is. FIT is succesvol in het verklaren van menselijke gedragingen bij visueel zoeken, de biased competition theory geeft een meer neurowetenschappelijke verklaring voor concurrerende processen op verschillende niveaus, en de premotor theory of attention verklaart hoe aandacht kan worden gezien als een combinatie van zowel ruimtelijke (‘waar’) als motorische (‘hoe’) functies van de dorsale stroom.

Wat zijn de twee belangrijkste aandachtsnetwerken waarbij de pariëtaalkwabben betrokken zijn volgens Corbetta en Shulman? Welke circuits horen bij de afbeelding?

Volgens Corbetta en Shulman bestaat de dorsale stroom uit 2 delen:
1. Dorsodorsale stroom: aandacht richten volgens saillantiemodel, waarbij LIP en FEF betrokken zijn – is betrokken bij aandachtsoriëntatie binnen een saliencekaart.
2. Ventrodorsale stroom: wordt gezien als ‘stroomonderbreker’ die cognitieve activiteit onderbreekt om de aandacht op iets anders te richten.
A: Lateraal intrapariëtaal gebied (LIP)
B: Frontaal oogveld (FEF)
C: Temporopariëtale junctie (TPJ)
D: Ventral frontal cortex (VFC)

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo