C - Cardiovasculaire middelen - Diuretica (Thiazidediuretica; Lisdiuretica; Kaliumsparende diuretica)
9 belangrijke vragen over C - Cardiovasculaire middelen - Diuretica (Thiazidediuretica; Lisdiuretica; Kaliumsparende diuretica)
Hoe werken diuretica in zijn algemeenheid?
Waar grijpen lisdiuretica op aan in de nieren?
--> Hoger aanbod van Na+ in distale tubulus en eerste deel verzamelbuis activeert het Na+/K+ countertransport met een verhoogde K+ uitscheiding
Wat doet spironolacton voor hartfalen?
Spironolacton voorkomt een kaliumdepletie door het kalium sparende effect.
CAVE hyperkaliemie bij spironolacton
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Hoe verklaar je de hypotensie als bijwerking vij lisdiuretica?
risicofactoren
- koorts
- diarree
- braken
- anorexie
-> als dat gebeurd stoppen met middel en hydratiecontroles
Waar moet je nog meer op letten als bijwerking naast hypotensie (valneiging en duizeligheid) bij lisdiuretica?
let op spierzwakte
risicogroepen
- minder kalium intake in eten
- ouderen
- diarree
to do: kaliumsuppletie of toevoegen/overstappen op kaliumsparende diureticum
Bij thiazidediuretica wat is naast zoals bij lisdiuretica bijwerking hypokaliemie en verminderd effectief circulerend vermogen nog meer iets waar je op moet letten
- misselijkheid
- verward
ontstaat binnen twee weken, dit kan ook al na één of twee dagen of na een enkele dosis ontstaan. Risicofactor; ouderen en minder intale eiwitten en zout
!! Daarom serum natrium na 5-9 dagen na starten controle bij >80 jaar, >70 jaar met SSRI of ziekte.
Wat is centrale pontiene myelinolyse en wanneer kan het optreden?
te geven.
Let op! Een te snelle correctie kan leiden tot een te snelle dehydratie van hersencellen (centrale pontiene myelinolyse).
Hoe uit zich hyperkaliemie wat kan ontstaan als bijwerking van kaliumsparende diuretica
duizeligheid
verhoogde valneiding
--> hyperkaliemie kan zorgen voor dehydratie, hypotensie en nierfalen
risicofactoren
- DM
- hartfalen
- ouderen
- nierfalen
Hoe behandel je een hyperkaliemie
- calciumgluconaat
- insuline/glucose
- natrium-polysereensuflaat (resonium)
- dialyse
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















