Rijken, vorsten, steden en heerlijkheden (c.1000-1350) - interregnum
6 belangrijke vragen over Rijken, vorsten, steden en heerlijkheden (c.1000-1350) - interregnum
Strijd tuss pretendenten (2de helft 13de E)
- tegelijk: machtsconsolidatie regionale en lokale vorstendommen, nemen koninklijke rechten over
Opkomst perifere dynastieën Habsburg, Wittelsbach (Beieren), Luxemburg
°territoria i Z periferie Dui gebieden+hertogdom Oostenrijk i 1274
°vanaf 1440: monopolie Roomse koning-en keizerschap tot 1806
Keurvorsten (Kurfürsten)
Kerkelijke vorsten
2. Aartsbisschop v Keulen
3. Aartsbisschop v Mainz
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Keurvorsten (Kurfürsten)
wereldlijke vorsten
5. Hertog van Saksen
6. Markgraaf Brandenburg
7. Paltsgraaf aan de Rijn
De Duitse 'Sonderweg'
afwijkende hist ontwikkeling: gn centralisatie
losse, multi-etnische associatie v machtige vorsten (kerkelijk/wereldlijk) onder de koning
- koning: slechts regionale machtsbasis (Hausmacht)
- koningsverkiezing-vanaf 13de E dr keurvorsten
De Duitse 'Sonderweg'
afwijkende hist ontwikkeling: gn centralisatie
gn bestuurlijke, juridische, fiscale hervormingen
- wel Landvredes (Landfriedes), gepromoot dr koningen
°vrede-en ordehandhaving als collectieve actie
-wél centralisatie op niveau v kerkelijke en wereldlijke vorstendommen!
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















