Rijken, vorsten, steden en heerlijkheden (c.1000-1350) - Het Duitse Rijk
3 belangrijke vragen over Rijken, vorsten, steden en heerlijkheden (c.1000-1350) - Het Duitse Rijk
Pol en juridische aanspraken op It (vs paus en stadstaten) sinds verovering koninkrijk It dr Otto I (951)
°kroning dr paus i Rome (formaliteit)-aanstelling belangrijker- pauselijke erkenning geeft wel drslag i betwiste successies
°sacrale autoriteit: beschermers Roomse Kerk, pausdom en ganse christenheid (vs. Paus)
- complexe relatie met Dui kerkelijke (bisschoppen) en seculiere (graven, hertogen)
°stevig regionaal verankerd dankzij grondbezit, netwerk adellijke volgelingen, controle over kloosters
°Dui ges hoge en late ME: veeleer Landesgeschichte dan Reichsgeschichte
DUS langer de vorstelijke titel w, hoe minder gezag
Maar ook grote uitdagingen
Machtigste Dui vorsten, mr ook rivaliteit Welfen
expansie i It
- meer aandacht op It betekende minder aandacht op Frankrijk
°'herstel keizerlijke soevereiniteit' v R recht
°vs Lombardische Liga (1167)+steun paus Alexander III
°erkenning dr keizer v pol, juridische en militaire autonomie steden i Vrede v Konstanz (1183)
- Hendrik VI uitgehuwelijkt aan erfdochter Costanza v Normandische koninkrijk Sicilië en Z-It
°normandische dynastie 'de hauteville'
°zoon Frederik II: personele uni met Dui R
°sacraliteit onderstrepen: H. R, Kruistocht
Na successiestrijd (eind 12de E-begin 13de E): Frederik II (1ste helft 13de E)
Dui vorsten w nog autonomer
- krimp i grootgrondbezit Hohenstaufen
- greep op de Kerk verslapt
- 1231: erkenning verregaande autonomie vorsten
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















