Introductie - Virologie en vaccinatie

8 belangrijke vragen over Introductie - Virologie en vaccinatie

Virus replicatie cyclus

  1. Attachment: binden aan cellulaire receptor
  2. Penetration: virus deeltje opgenomen
  3. Uncoating: genoom van virus moet toegang krijgen tot cytosol -> kapsel moet afgebroken/open gaan
  4. Replication: synthese van viraal messenger RNA, virale eiwitten voor nieuwse capsides of virale DNA/RNA
  5. Assembly: capsides vormen om DNA/RNA
  6. Release: vrijgelaten bij naakte virussen, bij envelop virus proces van budding (envelop afkomstig van membraan van de gastheercel)

Route symptomatische virus infectie

  • Acuut: acute ziekte gevolgd bij verwijdering van virus
    • Influenza
  • Chronisch: ziekte symptomen, geen verwijdering van virus
    • Hepatitis B
  • Latent: ziekte symptomen bij re-activatie van virus
    • Herpes
  • Oncogeen: aanwezigheid van virus resulteert in transformatie van cellen
    • HPV

Hoe kan een virus ons ziek maken

  • Schade door de replicatie van het virus
    • Lokale symptomen
  • Schade door immuunreactie van gastheercel (immunopathologie)
    • Lokale en systemische symptomen
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Schade door virus replicatie

  • Cellen worden kapotgemaakt
  • Celfysiologie kan veranderen
  • Cellen kunnen groeicontrole verliezen
  • Virusinfectie zorgt voor verlies van functie van de cel

Schade door immuunreactie gastheercel

  • Aangeboren reacties: griepsymptomen
    • Type I IFN -> antivirale staat
    • NK cellen -> controle groei virus
  • Verworven reacties: weefselschade
    • Antilichamen -> neutraliseren zodat virus niet op cellulaire receptor kan binden
    • CD8+ CTL -> opruimen en klaren van virale infectie

Wat kan je met vaccinaties bewerkstelligen

  • Bescherming tegen symptomatische infectie
    • Individuele immuniteit
  • Voorkomen van verspreiding
    • Groepsimmuniteit

Immuunrespons geïnduceerd door conventionele vaccins

  • Antigenen opgenomen door dendritische cellen
  • Activatie van CD4+ of CD8+ T-cellen door dendritische cellen om het antigen te presenteren aan lymfeknopen
  • Antigen zelf verplaatst zich ook naar lymfeknopen en kan interactie aangaan met B cel receptoren -> prolifereren -> differentiëren tot plasmacellen die veel antlichamen kunnen produceren & tot geheugen B cellen
  • T cellen ook geactiveerd en kunnen vervolgens bij een virus infectie geïnfecteerde cellen opruimen

Wat induceren vaccins

  • Circulerende antilichamen
    • Directe neutralisatie van inkomende pathogenen of van pathogenen afgeleide toxinen
  • Geheugen T en B cellen
    • Zeer snelle en sterke reactie op de infectie

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo