Probeer onze studie magie gratis!

Samenvatting: Goederenrecht | 9789013143874 | W H M Reehuis, et al

Samenvatting: Goederenrecht | 9789013143874 | W H M Reehuis, et al Afbeelding van boekomslag
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
een PDF bestand en leer hem super snel
  • Geen aanmelding, e-mail of creditcard nodig!
  • AI maakt onbeperkte flashcards
  • AI maakt oefen toetsen van de stof
  • Stel vragen aan AI
Maak een notitieblok aan
  • Geen aanmelding, e-mail of creditcard nodig!
  • Heb en houd perfect overzicht
  • Maak Maak flashcards, notities en mindmaps
  • Oefen, test jezelf en scoor beter!

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Goederenrecht | 9789013143874 | W. H. M. Reehuis; A. H. T. Heisterkamp

  • 1 Algemene inleiding

    Dit is een preview. Er zijn 23 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat is het standaard format voor beantwoording van een tentamenvraag:

    1. Welke juridische vraag dient er te worden beantwoord?
    2. Welke deelvragen zijn er om tot beantwoording van de juridische vraag te komen?
    3. Werk elke deelvraag uit aan de hand van relevante wetsartikelen en jurisprudentie.
    4. Formuleer het antwoord op de hoofdvraag in een conclusie.
  • Wat is de belangrijkste les van het Arrest-Quint/Te Poel?

    Belangrijkste les is dat niet alles in de wet staat (bv wijzen van verlies) en dat je dat kan 'oplossen' door een systematiek te zoeken die aansluit bij de wel in de wet geregelde gevallen.
  • Waarom wordt bij het omschrijven van het Beperkte Recht de term ‘waarop’ gebruikt?

    Omdat het beperkte recht gevestigd wordt op een bepaald goed. Het beperkte recht blijft ook rusten op dat goed ook al wordt het goed door de gerechtigde overgedragen aan een ander. Een beperkt recht volgt dus de zaak, vandaar het zaaksgevolg.
  • Beperkte rechten bij natrekking (niet leren; doorlezen)

    Wanneer er een hoofdzaak kan worden aangewezen waar een beperkt recht op rustte, dan komt dat beperkte recht te rusten op de zaak met inbegrip van het nagetrokken bestanddeel. Het beperkte recht wordt als het ware uitgebreid 

    Wanneer er geen hoofdzaak kan worden aangewezen en er dus een nieuwe zaak ontstaat, dan komt het beperkte recht te vervallen. 
    • Echter HR Glencore --> lees aantekeningen werkgroep week twee
  • 1.1 Verkrijging en verlies goederen

    Dit is een preview. Er zijn 8 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Verkrijging en verlies beperkte en afhankelijke rechten

    3:81 BW -> beperkte rechten
    • lid 1: degene met een zelfstandig overdraagbaar recht, kan binnen de grenzen van dat recht de in de wet genoemde beperkte rechten vestigen 
    • lid 2: vijftal wijzen van tenietgaan van beperkte rechten, dit is niet limitatief. 

    3:82 BW -> afhankelijke rechten
    • afhankelijke rechten volgen het recht waaraan zij verbonden zijn.
    • wanneer het hoofdrecht op een ander overgaat, van rechtswege ook ht afhankelijke recht op die ander overgaat daarvoor hoeft verder niks worden gedaan.   
  • 1.2 Vermogen

  • Hoe definieer je vermogen in privaatrechtelijke zin?

    Iemands op geld waardeerbare rechten en plichten.
  • 1.6 Onroerende en roerende zaken (art. 3:3)

    Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.6
    Laat hier meer flashcards zien

  • In hoeverre speelt de verkeersopvatting een rol bij het bepalen van de vraag of een gebouw of werk duurzaam met de grond verenigd is?

    De verkeersopvatting kan als een hulpbron gebruikt worden door de rechter maar is geen zelfstandige beoordelingsmaatstaf.
  • Door welke twee arresten wordt het Arrest-Portacabin aangevuld en wat is deze aanvulling?

    Door het Arrest-Havenkraan en Arrest-Woonark. UIt deze twee arresten blijkt dat alleen de bestemming om duurzaam ter plaatse te blijven alleen niet voldoende is: er moet ook sprake zijn van ‘vereniging’ met de grond.
  • Welke twee wegen/manieren (twee-wegenleer) zijn er om te bepalen of een grond of werk verenigd is met de grond en dus onroerend is?

    1. Via 3:4 bestanddeel-vorming (‘natrekking’ door zaakseenheid)
    1. een onderdeel van het gebouw is bestanddeel van het gebouw en daarmee direct duurzaam verenigd met het gebouw en gaat daarmee op in de eigendom van de grond.
    2. strikte toets, volgend ook uit Depex/Curatoren.

    2. Via 3:3 jo.  5:20 lid 1 sub e (natrekking door de grond)
    1. een gebouw of werk is bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven en is daarmee indirect duurzaam verenigd met het gebouw en daarmee met de grond.
    2. makkelijkere toets door bestemmingscriterium, volgt uit Portcabin.
  • 1.7 Registergoederen (art. 3:10)

    Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.7
    Laat hier meer flashcards zien

  • Hoe worden registergoederen gedefinieerd in de wet?

    Goederen die alleen overgedragen of gevestigd kunnen worden als ze in daartoe bestemde openbare registers ingeschreven zijn, art. 3:10

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Onderwerpen gerelateerd aan Samenvatting: Goederenrecht