Basic Prosesses of Learning
37 belangrijke vragen over Basic Prosesses of Learning
Welke termen verving Skinner in Thorndikes wet en waarom?
- Hij de focus wilde leggen op observeerbare zaken.
- Gevoelens zijn subjectief en niet meetbaar, terwijl bekrachtiging en bestraffing dat wel zijn.
- Dit sluit aan bij Watsons gedragstheorie.
Hoe wordt de trainingstechniek genoemd waarbij gedrag geleidelijk wordt gevormd?
- Belonen van algemene aanzetten van het gewenste gedrag.
- Steeds specifieker worden in de beloning.
- Resultaat is dat alleen de exacte uitvoering van het gewenste gedrag overblijft.
Wat zijn de vier typen operante conditionering volgens Skinner?
A: Positieve bekrachtiging – Stimulus toegediend, kans op gedrag neemt toe.
B: Positieve bestraffing – Stimulus toegediend, kans op gedrag neemt af.
C: Negatieve bekrachtiging – Stimulus verwijderd, kans op gedrag neemt toe.
D: Negatieve bestraffing – Stimulus verwijderd, kans op gedrag neemt af.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Hoe kun je shaping toepassen in de casus van een kind dat zich druk gedraagt?
A: Positieve bekrachtiging - Kind wordt geprezen na rustig gedrag.
B: Positieve bestraffing - Het kind krijgt een bestraffing bij druk gedrag.
C: Negatieve bekrachtiging - Groep mag nog vrij spelen bij rustig gedrag.
D: Negatieve bestraffing - Kind wordt uit de groep gehaald bij druk gedrag.
Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen laboratoriumonderzoek en veldonderzoek?
- Laboratoriumonderzoek is gecontroleerd en gericht op specifieke processen, maar gedragsresultaten kunnen beïnvloed zijn door de labomgeving.
- Veldonderzoek is minder controleerbaar, maar geeft een natuurlijke context van het organisme.
Hoe wordt het onderscheid tussen laboratoriumonderzoek en veldonderzoek weergegeven in het hoofdstuk over leerprocessen?
- Laboratoriumonderzoek behandelt klassieke en operante conditionering met focus op controllen en manipulaties.
- Het tweede deel richt zich op leerprocessen in alledaagse, natuurlijke omgevingen.
Wat zegt het wetenschappelijk onderzoek naar leerprocessen over eerdere onderzoekers?
- Wat er nu precies onderzocht is: gedrag van organismen of gedrag gecreëerd door onderzoekers.
- De effectiviteit van klassieke en operante conditionering in alledaagse leerprocessen.
Wat is het veronderstelde voordeel van spel volgens de theorie van Groos?
- De mogelijkheid om biologische drijfveren en gedragingen te oefenen.
- Het helpt jonge organismen om instinctieve tendensen in hun specifieke leefomgeving tot uitdrukking te brengen.
- Spel vormt de basis voor dit afstemmingsproces.
Wat zijn de vijf categorieën van bewijs ter ondersteuning van Groos' theorie?
- Jonge organismen spelen meer dan oudere.
- Diersoorten die veel leren, spelen ook veel.
- Spel concentreert zich op belangrijke en moeilijk te leren vaardigheden.
- Spel bevat herhaling voor oefening.
- Jonge organismen zoeken uitdagingen op in hun spel.
Wat zijn de twee belangrijkste verschillen tussen exploratie en spel?
- Exploratie is eerder en breder aanwezig dan spel, met veel diersoorten die het vertonen.
- Exploratie focust op wereldverkenning, terwijl spel interactiever leren hoe te handelen in de wereld stimuleert.
Wat bedoelt Bandura met de term vicarious reinforcement?
- Leren door het observeren van bekrachtigd gedrag van anderen.
- Het gedrag van een individu hoeft niet bekrachtigd te worden om te leren.
Wat wordt aangewakkerd in het organisme door vicarious reinforcement?
- Een individu ziet een ander een handeling uitvoeren.
- Deze handeling wordt beloond.
- Hierdoor stijgt de kans dat het individu zelf die handeling gaat vertonen.
Definieer de termen imitatiespel, stimulus enhancement, goal enhancement en emulation.
- Imitation - Naar gedrag kijken en het vervolgens reproduceert.
- Stimulus enhancement - Objecten krijgen meer aandacht door een andere actie.
- Goal enhancement - Beloningen worden aantrekkelijker door observatie van anderen.
- Emulation - Een doel bereiken op een persoonlijke, andere manier.
Wat zijn de belangrijkste verschillen in cognitieve complexiteit tussen de vormen van sociaal leren?
- Doel enhancement en emulation benadrukken aantrekkelijkheid van doelen.
- Stimulus enhancement legt focus op objecten.
- Imitatie is veel complexer, vereist geheugen en reproductie van gedrag, terwijl de andere drie concepten minder complex zijn.
Wat hebben voedselaversie, angst voor slangen en imprinting gemeen?
- Alle drie hebben een evolutionaire functie voor overleving.
- Ze leren individuen om te reageren op belangrijke stimuli in hun omgeving.
- Ze verbeteren overlevingskansen door verantwoorde gedragingen te bevorderen.
Hoe is het verloop van leren bij voedselaversie, angst voor slangen en imprinting?
- Voedselaversie is snel te leren, zelfs na een tijdsinterval met ziekte.
- Angst voor slangen wordt snel gekoppeld aan natuurlijke bedreigingen.
- Imprinting vindt plaats als organismen het eerste bewegende object na geboorte waarnemen.
Hoe verschillen klassieke conditionering, operante conditionering, spel en sociaal leren evolutionair?
- Klassieke conditionering vereist eerdere reflexen en is beperkt tot relevante stimuli.
- Operante conditionering heeft oude gedragingen als basis, maar is breder in toepassing.
- Spel en exploratie bieden tools om gedrag en interactie met de wereld te leren zonder directe biologische associaties.
- Sociaal leren biedt voordelen door observaties zonder directe biologische doeleinden.
Hoe kun je de leervermogens ordenen van evolutionair sterk naar zwak?
- Gespecialiseerde leervermogens (voedselaversie, angst, imprinting)
- Klassieke conditionering
- Exploratie en spel
- Sociaal leren
- Operante conditionering
Is operante conditionering in strijd met evolutionaire neigingen?
- Neemt aan dat gevolgen van gedrag voortbouwen op aangeboren neigingen.
- Werkt vooral via belonen en straffen, welke vaak ook evolutionair zijn.
- Blijft binnen biologisch haalbare gedragingen van organismen.
Wat zijn de twee domeinen waarin de aanpassing van de mens plaatsvindt?
- Het evolutionaire domein - biologische systematische aanpassing op lange termijn
- Het domein van leerprocessen - gedragsafstemming op specifieke contexten
Hoe wordt het menselijk gedrag gekarakteriseerd in relatie tot biologische aanleg en omgevingsinvloeden?
- Nature - biologische aanleg
- Nurture - omgevingsinvloeden
Wat houdt Thorndikes 'Law of effect' in?
- Gedrag met bevredigend resultaat waarschijnlijker weer optreedt
- Gedrag met onaangenaam resultaat waarschijnlijker niet meer optreedt
Welke termen verving Skinner in de wet van Thorndike?
- 'bevredigend' door 'bekrachtigd'
- 'onaangenaam' door 'bestraft'
Waarom is positieve bestraffing onaangenaam voor het individu?
- Een bestraffing wordt toegediend
- Dit is een onaangename ervaring voor het individu
Wat zijn de kenmerken van veldonderzoek?
- Het moeilijker is om processen te isoleren
- Je observeert natuurlijk gedrag van het organisme
Waarom hebben klassieke en operante conditionering hun nut bewezen?
- Ze toepasbaar zijn in opvoedingssituaties
- Ze in een bepaalde mate de leerprocessen van mens en dier verklaren
Wat is het theoretische voordeel van spel volgens Groos?
- Het biedt een oefenmodus voor biologische drijfveren
- Het helpt in het afstemmen van gedrag op de leefomgeving
Welke categorieën van bewijs ondersteunen Groos' theorie?
- Jongere organismen spelen meer
- Diersoorten die leren spelen meer
- Spel concentreert zich op moeilijke vaardigheden
- Spel bevat veel herhaling
- Jonge organismen zoeken expliciet uitdagingen op
Wat is vicarious reinforcement volgens Bandura?
- Non-zelf bekrachtiging van gedrag
- Leren door gedrag van anderen te observeren
Hoe beïnvloedt vicarious reinforcement de actiebereidheid?
- Je ziet een ander handelingen uitvoeren
- Deze handelingen worden beloond
- De kans op zelf vertonen van die handeling stijgt
Wat zijn de vier termen in sociaal leren?
- Imitation - observeren en reproduceren
- Stimulus enhancement - object krijgt meer aandacht
- Goal enhancement - doel of beloning krijgt meer aandacht
- Emulation - doel op eigen wijze bereiken
Wat maakt imitatie cognitief complexer dan de andere vormen van leren?
- Het gedrag moet opgeslagen en gereproduceerd worden
- De andere vormen vereisen niet deze vergaande geheugenprocessen
Wat is de evolutionaire functie van voedselaversie, angst en imprinting?
- Vermijden van ziekte door voedselaversie
- Bang zijn voor bedreigingen zoals slangen
- Hechten aan verzorgers voor overleving
Hoe verschillen exploratie en spel van elkaar?
- Exploratie is primitiever dan spel
- Exploratie richt zich op verkennen, spel op leren handelen
Waarom zijn klassieke en operante conditionering niet altijd in lijn met evolutionaire aanpassing?
- Klassieke conditionering vereist biologische reflexen
- Operante conditionering heeft biologische grenzen aan wat geleerd kan worden
Hoe zijn spel en exploratie evolutionair nuttig?
- Ze helpen bij leren hoe de wereld werkt
- Ze bieden effectievere manieren om met de omgeving om te gaan
Hoe verschilt observationeel leren van andere leerprocessen in termen van evolutie?
- Het leerproces afhangt van observatie van anderen
- Het biedt flexibiliteit in leren zonder directe ervaring
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















