108 - derving levensonderhoud
5 belangrijke vragen over 108 - derving levensonderhoud
De eerste persoon die blijkens art. 108 lid 1 onder a een schadevergoedingsaanspraak heeft, is de echtgenoot of de geregistreerde partner van de overledene. Is vereist dat de overledene ten tijde van overlijden reeds in het levensonderhoud van zijn echtgenoot of GP voorzah
Blijkens art. 108 lid 1 onder b kunnen ook andere dan de onder a genoemde bloed- of aanverwanten van de overledene een schadevergoedingsaanspraak hebben. Wanneer hebben ze deze aansspraak
Kan je stellen dat onder art. 108 lid 1 onder b BW ook vallen de meerderjarige kinderen die ten tijde van het overlijden door het slachtoffer werden onderhouden.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Een vorderingsrecht komt ingevolge art. 108 lid 1onder c voorts toe aan degenen die reeds vóór de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, met de overledene in gezinsverband samenwoonden en in wier levensonderhoud hij geheel of voor een groot deel voorzag. Geldt hiervoor dezelfde voorwaarden als met a en b?
Vereist is dan ook niet dat de overledene het grootste aandeel had in de kosten van het levensonderhoud. Het gaat erom of de behoefte aan levensonderhoud door het overlijden is toegenomen
Wordt pensioen meegenomen in schadevergoeding
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















