Samenvatting: Orientatie In De Sociale Psychologie Het Individu En De Groep | 9789031319183 | H A M Wilke

Samenvatting: Orientatie In De Sociale Psychologie Het Individu En De Groep | 9789031319183 | H A M Wilke Afbeelding van boekomslag
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Orientatie In De Sociale Psychologie Het Individu En De Groep | 9789031319183 | H.A.M. Wilke

  • 1 Sociale psychologie ingeleid

    Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Uit welke drie invalshoeken kan sociale beïnvloeding worden benaderd?

    het accent kan worden gelegd op intra persoonlijke, interpersoonlijke en groepsprocessen.

  • wat houdt empirisch staven in?

    Empirisch staven houdt in dat we nagaan(meten) of een bewering houdbaar is of niet.

  • 1.3 Sociale psychologie omschreven

    Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.3
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat is het verschil tussen expliciet en impliciet?

    Expliciet: werkelijke aanwezigheid.
    • Impliciet: niet echt aanwezig, ‘in gedachten aanwezig’.
  • wat is het verschil tussen beleving en gedrag waar sociaal psychologen onderscheid in maken?

    • Beleving: manier waarop iemand iets ervaart of interpreteert.
    • Gedrag: extern waarneembaar gedrag, komt tot stand als gevolg van interne processen
  • 1.4 Toetsing in de sociale psychologoe

    Dit is een preview. Er zijn 5 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.4
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat wordt er gemeten in een experimenteel onderzoek?

    Er worden systematisch twee onafhankelijke variabelen gevarieerd, namelijk veel versus weinig informatie die de ander tot zijn beschikking had en veel versus weinig participatie ( gegevensuitwisseling) tussen de proefpersonen en de ander.
    De afhankelijke variabele – de uiteindelijke meting- was vrij eenvoudig, namelijk of proefpersonen van standpunt waren veranderd.
    Wanneer de ander veel informatie bezat, veranderden de proefpersonen vaker van standpunt dan wanneer de ander weinig informatie bezat. En dat er bij veel participatie meer proefpersonen van standpunt veranderden dan bji weinig participatie. 
  • Wat is het verschil tussen correlationeel onderzoek en een experimenteel onderzoek?

    In Correlationeel onderzoek wordt duidelijk of en hoe sterk variabelen samenhangen, terwijl experimentele studies toetsing van oorzakelijke verbanden mogelijk maken. Zo komt uit correlationele onderzoek naar voren dat er een positief verband is – dat wil zeggen: zijn de scores op de ene variabele hoger, dan zijn ook die op de andere variabele hoger. Uit het experimentele onderzoek wordt duidelijk dat wanneer de ander veel informatie heeft en ook veel gelegenheid m invloed uit te oefenen, hij de proefpersoon vaker van standpunt kan doen veranderen.  
  • 1.5 Niveaus van analyse

    Dit is een preview. Er zijn 4 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.5
    Laat hier meer flashcards zien

  • Beinvloeding op gedrag kan op welke 3 niveaus geanalyseerd worden?

    • Intrapersoonlijk(binnen de persoon)
    • Interpersoonlijk(als iets te maken heeft met de onderlinge relatie tussen personen)
    • Groepsniveau
  • Als er gekeken word naar de motieven hoe emoties tot stand komen en hoe ermee om word gegaan kijken we naar twee onderzoeken welke en wat vertelt het ons?

    •Onderzoek van Cantril (1940): War of the Worlds:Hierin werd in een radioprogramma aangekondigd dat de wereld werd aangevallen door buitenaardse wezens. Er ontstond een chaos. Cantril concentreerde zich op de intrapersoonlijke processen. Hij suggereert dat wanneer mensen voorzichzelf onzeker zijn over wat ze moeten denken van een gebeurtenis, zij zich tot anderen wenden om hun intrapersoonlijke onzekerheid terug te dringen
    Onderzoek Schachter(1959):Experiment waarbij hij bevestiging gevonden heeft voor de stelling:intrapersoonlijke angst leidt tot affiliatie’ -> Affiliatie:men wendt zich tot relevante anderen om intrapersoonlijke onzekerheid terug te dringen
  • Welke twee onderzoeken werden er gedaan als we kijken naar hoe groepen elkaar beinvloeden?

    1.Bennington-studie(Newcomb,1943): Het onderzoek op Bennington maakte aannemelijk dat attitudes door groepsprocessen beïnvloed worden. De meisjes die progressiever gingen denken, namen eerder de waarden en normen over van de progressieve staf. De studenten die niet verandereden bleven vasthouden aan hun conservatieve milieu, ze gingen zich minder hechten aan de waarden en normen van het college.
    2 Autokinetisch-effect-studie (Sherif 1935):
  • 2 Zelf: cognities, gevoelens en gedrag

    Dit is een preview. Er zijn 59 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat bedoelt Markus (1977) met de term zelf-schema?

    Het beeld dat wij over onszelf opbouwen omschreven als een cognitieve generalisatie van ons 'zelf'.

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart