Sturing en bouw van het maag-darmkanaal - KC Secretie

6 belangrijke vragen over Sturing en bouw van het maag-darmkanaal - KC Secretie

Noem de 3 speekselklieren, de stoffen waar speeksel uit bestaat en de functie van speeksel

Parotisklier, submandibularis, sublingualis
Speeksel bevat:
Mucus (mucines), bicarbonaat, enzymen (lipase, amylase, ribonuclease), proline-rijke eiwitten, antibacteriële producten
Functies:
Vertering (amylase, lipase), bescherming epitheel, bevochtigt mond (voor spraak, slikken, smaak), glijmiddel voor droog eten

Welk soort cellen liggen in het corpus en het antrum van de maag

Corpus:
Pariëtale cellen -> zuur en intrinsic factor
Hoofdcellen -> pepsinogeen/lipase
ECL -> histamine
Antrum:
hoofdcellen -> pepsinogeen
D-cellen -> somatostatine
G-cellen -> gastrine

Welke stoffen stimuleren maagzuursecretie en welke remt het (+ beschrijf stof die remt)

Acetylcholine, gastrine, histamine stimuleren aanmaak

Somatostatine: gemaakt door D-cellen
Remmende werking op ECL-cellen en remmende werking direct op pariëtale cellen
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Beschrijf de 3 fases van zuurproductie (+ wie/wat ze uitvoeren, percentages)

Cephale fase: door nervus vagus. -> 30% zuurproductie. Begint wanneer voedsel geroken wordt of aan gedacht wordt. Dan vaak ook speekselproductie in mond
Gastrische fase: door distensie maagwand (n. Vagus) -> 50-60% suursecretie
Intestinale fase: door G-cel in duodenum -> 5-10% zuursecretie. Eiwitrestanten stimuleren G-cel in duodenum

Beschrijf pepsinogeen (soort, gemaakt, stimulatie) de pepsinogeensecretie (effect, regulatie)

Behoort tot peptidasen: eiwit-afbrekende stoffen.
Gemaakt door hoofdcellen in maag, o.i.v. Zuur milieu omgezet in pepsine
Pepsine: rol bij vertering
Stimulatie via neuroendocriene pathways.
Pepsinogeensecretie -> stimulatie secretine, VIP, beta-adrenerge en PGE2. Regulatie pepsinogeen parallel aan maagzuursecretie

Beschrijf de pancreas (samenstelling, stoffen die op pancreas in werken, functie, remmen)

99% exocrien klierweefsel, 1% endocrien
Tijdens intestinale fase meeste stimulatie
CCK: werkt in op pancreasenzymen die voor vertering van vetten, eiwitten en koolhydraten zorgen
Secretine: stimuleert secretie HCO3 en vocht

Pancreas zorgt voor hoogste eiwitsynthese en secretie   
Rond 1,5 liter verteringssappen per dag
Inhoud:
Enzymen -> amylase, lipase, proteasen
Bicarbonaat, natrium, kalium, chloride

Grote reserve in enzymfunctie voor koolhydraten en eiwitten, beperkt voor lipase    (daarom steatorroe bij verminderde pancreasfunctie)

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo