Samenvatting: Tentamenn 1

Studiemateriaal generieke omslagafbeelding
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van tentamenn 1

  • 1 W2 WC2 Lineaire modellen

    Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
    Laat hier meer flashcards zien

  • 1.1 W3 HC1 & WC1 structuur van atomen

    Dit is een preview. Er zijn 13 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Teken wat in fase en out of fase betekend en wat er gebeurd.

  • Diffractie: golven buigen af als ze door een opening gaan of langs een object bewegen.
  • Interferentie: golven overlappen elkaar:
    • In fase → versterken elkaar (grotere amplitude = constructief)
    • Uit fase → heffen elkaar op (amplitude 0 = destructief)
  • Geef de formule voor plancks postulation en waarvoor je deze gebruikt.

    Je gebruikt Planck’s formule om de energie van licht (fotonen) te berekenen
  • 1.2 W3 WC2 micro-organismen

    Dit is een preview. Er zijn 12 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2
    Laat hier meer flashcards zien

  • a. In het laboratorium zijn we in staat om allerlei verschillende soorten prokaryote cellen te kweken. Waarom is het niet mogelijk om éénzelfde manier van kweken aan te houden voor verschillende soorten?

    • Voedingsbehoeften verschillen
      Sommige bacteriën hebben specifieke suikers, aminozuren, vitaminen of zelfs anorganische stoffen nodig, terwijl andere die zelf kunnen maken.
    • Zuurstofbehoefte verschilt
      • Aerobe bacteriën hebben zuurstof nodig
      • Anaerobe bacteriën sterven juist in aanwezigheid van zuurstof
      • Sommige zijn facultatief anaerobisch
    • Temperatuurverschillen
      Er zijn:
      • psychrofielen (kou)
      • mesofielen (gematigde temperaturen)
      • thermofielen en hyperthermofielen (hoge temperaturen)
    • pH-voorkeuren verschillen
      Sommige groeien alleen in zure omgevingen, andere juist in basische of neutrale omstandigheden.
    • Zout- en drukgevoeligheid
      Halofielen hebben bijvoorbeeld hoge zoutconcentraties nodig, terwijl andere daar niet tegen kunnen.
  • b. De soort Chloroflexus aurantiacus staat bekend om zijn lichtafhankelijkheid bij de groei en gebruikt organische verbindingen als koolstofbron. Wat is de voedingswijze van deze soort?a. fotoautotroofb. fotoheterotroofc. chemoautotroofd. chemoheterotroof

    b. fotoheterotroof
    Waarom?
    • Lichtafhankelijk bij de groeifoto- (energie uit licht)
    • Gebruikt organische verbindingen als koolstofbronheterotroof (geen CO₂ als koolstofbron)
  • c. Wat is het verschil in energiebron tussen chemoautotrofen en chemoheterotrofen?

    • Chemoautotrofen
      halen hun energie uit oxidatie van anorganische stoffen
  • b. Bacteriën kunnen op verschillende wijze omgaan met stikstof. Wat wordt bedoeld met stikstof fixatie?

    • N₂ uit de atmosfeer → ammoniak (NH₃) of ammonium (NH₄⁺)
    • Dit gebeurt met het enzym nitrogenase
    • Het proces kost veel energie (ATP)
  • c. Geef een voorbeeld van een organisme dat stikstof kan fixeren..

    Een voorbeeld van een organisme dat stikstof kan fixeren is:
    Rhizobium (bacterie)
    Azotobacter
    Cyanobacteriën (bijv. Anabaena)
  • a. Waar leven Archaea die in een extreme halofiele omgeving leven. Noem hiervan een voorbeeld.

    Extreme halofiele Archaea leven in zeer zoute omgevingen, zoals zoutmeren of zoutpannen, bijvoorbeeld Halobacterium salinarum.
  • b. Waar leven Archaea die in een extreme thermofiele omgeving leven. Welke aanpassingen hebben deze organismen in deze omgeving?

    Extreme thermofiele Archaea leven in zeer hete omgevingen zoals hydrothermale bronnen en hebben hittebestendige enzymen, aangepaste membranen en stabiel DNA om hoge temperaturen te verdragen.
  • c. Zoek op in je boek: wat zijn de belangrijkste verschillen tussen bacteriën en Archaea? Noem er minimaal twee.

    1. Celwand
      • Bacteriën: celwand bevat peptidoglycaan (mureïne)
      • Archaea: geen peptidoglycaan (wel andere stoffen)
    2. Celmembraan
      • Bacteriën: vetzuren met esterbindingen
      • Archaea: vetzuren met etherbindingen (stabieler, vooral bij extreme omstandigheden)
    3. Leefomgeving
      • Bacteriën: leven overal, vaak in milde omstandigheden
      • Archaea: komen vaak voor in extreme omgevingen (hoog zout, hoge temperatuur, extreme pH)
  • Om verder te lezen, klik hier:

    Lees volledige samenvatting
    Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
    • Hogere cijfers + sneller leren
    • Niets twee keer studeren
    • 100% zeker alles onthouden
    Ontdek Study Smart

    Onderwerpen gerelateerd aan Samenvatting: Tentamenn 1