Samenvatting: Vennootschapsboekhouden 1
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Vennootschapsboekhouden 1
-
3 enkele elementen van het eigen vermogen
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3
Laat hier meer flashcards zien -
3.2.2.1 Kapitaalverhoging met inbreng in speciën
Dit is een preview. Er zijn 10 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3.2.2.1
Laat hier meer flashcards zien -
Wat zijn de aandelen waard (voor kapitaalsverhoging)
NW: 200 000/10 000 = 20
WW: 300 000/ 10 000 = 30 -
Welke prijs per nieuw aandeel?
Ter bescherming van oude AH's vraagt men intekenprijs per nieuw aandeel die overeenkomt met reële waarde (30 euro)
Zo dragen oude AH's mee in vermogensaangroei onderneming -
3.2.2.2 kapitaalverhoging door inbreng in natura
Dit is een preview. Er zijn 8 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3.2.2.2
Laat hier meer flashcards zien -
Hoeveel aandelen worden aan de schuldeiser verstrekt?
Het EV bedraagt 300 000 voor 2 000 aandelen
de verstrekte aandelen = te verstrekken aandelen -> 45 000/ 150 = 300 aandelen
Inbreng van 45 000 wordt opgesplitst in- 300 * 100 = 30 000 Kapitaal 10
- 300 * 50 = 15 000 Uitgiftepremie 11
-
Aanwenden om verlies aan te zuiveren?
690 overgedragen verlies vorigboekjaar 40 000
à 141 overgedragen verlies 40 000
11 uitgiftepremie
à 791 onttrekking aan de inbreng -
Wat mag er niet bij incorporaties van uitgiftepremies?
Incorporeren in reserves -
3.2.3 Overzicht verschillende situaties mbt kapitaalverhoging in speciën
Dit is een preview. Er zijn 12 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3.2.3
Laat hier meer flashcards zien -
Voorbeeld pg 17 SV: kapitaalverhoging met uitgiftepremieWat is de uitgiftepremie?
35 - 20 = 15 uitgiftepremie
Uitgifte 5 000 nieuwe aandelen- verhoging kapitaal: 100 000 (20 * 5 000)
- ontstaan uitgiftepremie: 75 000 (15 * 5 000)
-
Voorbeeld pg 18 SV: storting 2de schijf
550 Bank R/C 75 000
à 410 Opgevraagd, niet-gestort kapitaal -
3.2.4.1 theorievragen
Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3.2.4.1
Laat hier meer flashcards zien -
Waarom drukt de nominale waarde of de fractiewaarde van een aandeel niet noodzakelijk de reële waarde uit?
Door de vorming van reserves, HWMWn en overgedragen resultaat.
Winsten die niet worden uitgekeerd, verhogen de werkelijke waarde van de aandelen. -
De uitgifteprijs van nieuwe aandelen beneden de nominale waarde of fractiewaarde is door de wet toegelaten.
Fout, is niet toegelaten. -
3.2.4.2 toepassingen op kapitaal en uitgiftepremies
Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3.2.4.2
Laat hier meer flashcards zien -
Toepassing 1 pg 81: hoeveel aandelen met NW 100 moet men uitgeven, tegen welke uitgifteprijs om oude en nieuwe aandelen gelijk te behandelen?
WW voor kapitaalverhoging: 3 500 000/20 000= 175
=> indien de bestaande aandeelhouders geen waardeverlies naK-verhoging mogen hebben, moet de uitgifteprijs = WW voorK-verhoging
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















