Samenvatting: Wft Basis

Studiemateriaal generieke omslagafbeelding
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van WFT Basis

  • 1 Financiële dienstverlening

  • 1.1 Financiële dienstverlening

    Dit is een preview. Er zijn 22 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat  is financiële dienstverlening?

    Het adviseren van en het verlenen van diensten aan consumenten in financiële zaken; betalen, sparen, beleggen, lenen, en/of verzekeren.
  • Wat zijn financiële producten?

    Betaalproducten: klant kan hiermee betalingen verrichten bv betaalrekening
    Spaar en beleggingsproducten - Klant kan geld dat hij over heeft rendabel maken - klant ontvangt rendement (of een negatief rendement)
    Consumptief krediet - niet voor onroerend goed wel voor financiering bv auto 
    Hypothecair krediet - bestemd financiering woning 
    Schadeverzekering - bij ontstaan schade keert verzekeraar alleen schadevergoeding uit bij aantoonbaar geleden schade bv inboedelverzekering of aansprakelijkheidsverzekering 
    Levensverzekering  en pensioen: - levensverzekering keert uit wanneer iemand  voor bepaald moment overlijdt (uitkering van te voren afgesproken bedrag) pensioen is vorm levensverzekering.
  • Wat doen een fondsbeheerder en bewaarder bij een belegginsfonds

    Bij beleggingsfondsen zien we aan de ene kant een fondsbeheerder. De fondsbeheerder bepaalt de strategie van de beleggingen en bepaalt daarmee ook waarin wordt belegd.
    Aan de andere kant zien we de bewaarder van het fonds, die de beleggingen van het fonds in bewaring houdt.
  • Financieel product = financiële dienst

    Financiële dienstverlening = aanbieders: banken, verzekeraars, assurantie tussenpersonen.
    Financiële markten:  waar financiële producten worden verhandeld waar vraag en aanbod bij elkaar komen.
  • Wat zijn 3 soorten financiële dienstverleners?

    Aanbieders - banken, verzekeraar, pensionfondsen
    Bemiddelaars - verkopen producten van aanbieders, gericht op overeenkomst tussen consument en aanbieder (bv Assurantie tussenpersoon)
    Adviseurs  - is iemand die consument bepaald fin.producten of diensten aanbeveelt op basis wensen, doelstelling, risicobereidheid klant.

    1 persoon of onderneming kan meerdere rollen hebben. Bv. Medewerker bank is adviseur en aanbieder van hypothecair krediet van de bank waarvoor ze werkt. De bank verkoopt geen verzekeringen: de medewerker bank is adviseur en bemiddelaar/verkoper van een woonhuisverzekering waarbij dit geen product is van de bank..
  • Wat zijn de 3 voordelen van beleggen in een beleggingsfonds

    • Het spreiden van risico
      Door het grote gezamenlijke vermogen kan de effectenportefeuille makkelijker worden gespreid; daarmee worden ook de risico kansen gespreid.
    • Het verdelen van kosten
      Transactiekosten zijn vaak hoog en bepalen daardoor een groot deel van het beleggingsresultaat van een individuele belegger. Door deze kosten te delen wordt het drukkende effect ervan verlaagd.
    • Professioneel beleggen
      Beleggingsfondsen worden beheerd door professionele beleggingsinstellingen met actuele marktinformatie en expertise. De gemiddelde particulier beschikt niet over deze informatie, kennis en ervaring.
  • Consumenten leveren productiefactoren aan ondernemingen in ruil voor inkomen. 3 soorten productiefactoren:

    Arbeid - persoon ontvang loon/winst voor arbeid
    Kapitaal - kapitaalgoederen nodig om te produceren bv machines - via financiele instellingen verschaffen consument kapitaal (uit sparen) daarvoor ontvangen ze rentevergoeding - daarnaast kopen consumenten aandelen in ondernemingen en verschaffen zo kapitaal.
    Grond  - Factor grond: natuurlijk hulpbronnen - land , mineralen, olie, gas, kolen.
  • Economische Kringloop - Pag 17 - wat is het, beschrijf het?

    Consumenten ontvangen voor werk - inkomen - betalen daarvan belasting - wat overblijft kopen zij goederen en diensten - van restant gaan consumenten  sparen/beleggen en verzekeren. Financieel dienstverleners lenen Spaargeld uit aan Ondernemingen  - die investeren in productiefactoren voor leveren goederen en diensten aan consumenten.

    Financiële instellingen   zorgen dat geld consumenten bij ondernemingen terecht komt, sectoren geldoverschot naar sectoren geldtekort. Dit vind plaats op de Vermogensmarkt. 
  • Financiëlen huishouding consument - beschrijf de 3 posities?

    1. Juridische positie - klant gehuwd of minderjarig? 
    2. Financiële positie  - kan klant financieel product betalen - past bij financiële situatie klant? 
    3. Fiscale positie - gevolgen fiscaal inkomen, product fiscaal aantrekkelijk?
  • 1.3 Distributie fin. producten

    Dit is een preview. Er zijn 4 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.3
    Laat hier meer flashcards zien

  • Pag 27 Distributie financiële producten

    Distributie = naar klant brengen - wie verkoopt de financiële zaken aan klant?
    Onderscheid: 
    • directe verkoop en verkoop via bemiddeling   
    • Rechtstreekse verkoop: aanbieder financieel product verkoopt rechtstreeks aan klant (2 partijen; aanbieder en klant) - directe distributie 
    • Distributiekanalen: kantorennet (verkoop via kantoren) en direct writing: de klant actief schriftelijk, telefonisch, via internet benaderen (bv direct mail) 
    • Verkoop via bemiddeling - distributie via tussenpersoon - intermediair (3 partijen; aanbieder, intermediair, klant) = indirecte distributie
    • Distributie naar product; verzekeringen, consumptieve kredieten, hypothecaire geldleningen, beleggingen

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart