Geschiedenis van de rechtsstaat en parlementaire democratie - De ontwikkeling van de Nederlandse rechtsstaat en democratie - wereldoorlogen

4 belangrijke vragen over Geschiedenis van de rechtsstaat en parlementaire democratie - De ontwikkeling van de Nederlandse rechtsstaat en democratie - wereldoorlogen

Geef aan met welk argument het districtenstelsel in 1917 werd vervangen door het stelsel van evenredige vertegenwoordiging.

Cor van der Linden wilde dat de volksvertegenwoordiging een afspiegeling zou zijn van de overtuigingen die leefden onder het Nederlandse volk. Hij wilde daarom af van het districtenstelsel waarbij iedere afgevaardigde de meerderheid van de kiezers in een bepaald district vertegenwoordigd. In plaats daarvan kwam in 1917 het stelsel van evenredige vertegenwoordiging, waarbij het aantal parlementszetels van een partij overeenkomt met het landelijke percentage behaalde stemmen.

Geef aan welke gevolgen de uitbreiding van het kiesstelsel hadden voor de verhoudingen tussen de grote linkse en rechtse partijen in het interbellum.

Door de evenredige vertegenwoordiging kwamen er ook meer partijen. Het algemeen kiesrecht met evenredige vertegenwoordiging bleek gunstig voor de confessionelen. De linkse SDAP, die in 1913 18 zetels had gekregen, profiteerde minder van het algemeen kiesrecht dan verwacht. De partij schommelde in het interbellum tussen een vijfde tot een kwart van de stemmen. Een oorzaak van die tegenvallende winst was dat vrouwen vaker dan mannen confessioneel stemden. Dat was ook een reden voor de rechtse confessionelen om hun principiële bezwaren tegen het vrouwenkiesrecht opzij te zetten.

Geef aan door welke twee omstandigheden de groei van extreemrechtse en extreemlinkse partijen beperkt bleef.

De Nationaal Socialistische Beweging (NSB) en de Communistische Partij van Nederland (CPN) waren totalitaire partijen die een eind wilden maken aan de parlementaire democratie en de vrijheidsrechten. Tijdens de economische crisis van de jaren 30 leken ze een serieuze bedreiging voor de grote partijen te worden.

De grote partijen konden rekenen op een grote vaste achterban (aanhangers van een partij) dankzij de ver doorgevoerde verzuiling, de opdeling van de samenleving in gescheiden bevolkingsgroepen met een eigen levensbeschouwing en eigen organisaties. In het interbellum groeide deze verzuiling.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Geef aan met welke vrijheidsbeperkingen de overheid optrad tegen de extreemrechtse partijen.

De antirevolutionaire premier Colijn leek een veel sterkere leider dan Mussert van de NSB. Colijn beloofde een krachtige gezagshandhaving, maar hij was wel een democraat. In 1933 kondigde hij een krachtig optreden tegen het extremisme aan. Ambtenaren kregen een verbod om lig te zijn van de NSB en de CPN en andere extremistische organisaties. De partijen zelf en hun kranten en organisaties werden niet verboden, wel trad justitie op tegen smalendde goddslastering in de communistische krant met behulp van een wet die in 1932 was ingevoerd om antrichristelijke propganda te bestrijden.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo