Neuropsychologische ziektebeelden - Epilepsie
15 belangrijke vragen over Neuropsychologische ziektebeelden - Epilepsie
Wanneer spreekt men van een epileptische aanval?
Dit kan zijn op (in) het gebied van bewustzijn, motoriek cognitief functioneren of sensorische functies.
Wanneer wordt er gesproken van epilepsie?
- minstens 2 ongeprovoceerde (of reflex)aanvallen met daartussen meer dan 24 uur
- of 1 en een waarschijnlijkheid van tenminste 60% op andere aanvallen binnen 10 jaar
- diagnose epilepsie-syndroom
Welke co-morbide problemen kunnen worden geclassificeerd bij epilepsie?
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Via welke stappen wordt de epilepsie bij een patiënt geclassificeerd?
- Aanvalstypen (aanvalssemiologie): focaal, gegeneraliseerd of onbekend
- Epilepsietype: focaal, gegeneraliseerd, gecombineerd of onbekend
- Aanwijzingen voor een specifiek epilepsie-syndroom: een onderscheidend cluster van ziektekenmerken.
Wat is een tonisch-clonische aanval?
Met welke meetinstrumenten wordt de etiologie van epilepsie bepaald?
Wat kan je zeggen over de epidemiologie van epilepsie?
Incidentie: hoogst bij jonge kinderen, daalt daarna tot laagst bij jongvolwassenen en neemt boven de 65 sterk toe. 50 per 100000 inwoners in ontwikkelde landen
Prevalentie: tussen 5 en 9 per duizend mensen per jaar --> ongeveer 90000 in Nederland met actieve epilepsie.
Wat wil zeggen dat epilepsie refractair is?
Wat kan eventueel gedaan worden aan epilepsie als medicatie niet helpt? Bij welk type epilepsie?
Wat is een WADA-test, wat is een Gridregistratie en wat is een diepte of stereo-EEG?
Gridregistratie: electrodenplaatjes direct op de hersenen aanbrengen voor nauwkeurig in kaart brengen van aanvalsgebieden en beloop van de aanval.
Diepte of stereo-EEG: heel diepe electroden in de hersenen aanbrengen om diepe bron op te sporen of onbekende bron.
Welke niet-medicamenteuze (en niet-chirurgische) behandelmethoden zijn er?
- Nervus vagus stimulatie (prikkeling van de linker NV via elektrische stimulatie) 30% verbetering
- Diepe hersenstimulatie (via chirurgisch aangelegde diepe electroden en een neurostimulator onder de huid) 40% verbetering.
- Ketogeen dieet 30m -50% verbetering.
Wat is de etiologie van de neuropsychologische stoornissen bij epilepsie?
- Structurele schade waardoor achteruitgang van cognitie, emotie en/of gedrag.
- andere pathologische factoren
- gevolg van type epilepsie: focaal of gegeneraliseerd
- Netwerktheorie: verstoringen in de functionele connectiviteit die enerzijds tot epileptische aanvallen en anderzijds tot neuropsychologische verstoringen leiden (focaal of uitgebreider). Deze stoornissen worden dan beschouwd als comorbiditeit bij de epilepsie.
Welke 3 fenotypen worden gezien bij temporaalkwabepilepsie?
- Wijdverspreid verminderd cognitief functioneren (18%)
- Focale, relatief milde cognitieve beperkingen (taal, geheugen, executief functioneren, snelheid van informatieverwerking) (31%)
- Geen verminderd cognitief functioneren (51%)
Verklaring: type epilepsie, lifetime gegeneraliseerde aanvallen; efficiënte organisatie hersennetwerken, cognitive reserve patiënt, sociaaleconomische status.
Wat blijkt ten aanzien van intelligentie en epilepsie?
Wat blijkt ten aanzien van geheugen en epilepsie?
Autobiografisch geheugen is ook vaak aangetast, net als het semantisch geheugen.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















