Neuropsychologische ziektebeelden - Het Parkinsonspectrum

7 belangrijke vragen over Neuropsychologische ziektebeelden - Het Parkinsonspectrum

Welke ziekten bevinden zich in het Parkinsonspectrum?

  1. 'klassieke' ziekte van Parkinson
  2. multipele systeematrofie (MSA)
  3. progressieve supranucleaire paralyse (PSP)
  4. corticobasale degeneratie (CBD)
  5. Lewy body dementie (DLB)
  6. vasculair Parkinsonisme (is secundaire vorm)

Waarin zijn de atypische Parkinsonismen klinisch te onderscheiden van de ziekte van Parkinson?

  • Snellere progressie
  • beperkte reactie op medicatie
  • prominent cognitief verval in een relatief vroeg ziektestadium

Wat kun je zeggen over de epidemiologie van Parkinson?

Ongeveer 58000 mensen in Nederland hebben Parkinson, waarvan tweederde de klassieke vorm en éénderde de atypische vorm. Het komt meer voor bij mannen en openbaart zich meestal tussen het 50 en 70e levensjaar, maar ook jonge mensen kunnen het krijgen (Young Onset Parkinson)
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Welke 3 stadia onderscheiden we bij de ziekte van Parkinson?

  1. Preklinische --> asymptomatisch maar wel begin van  neurodegeneratie
  2. Prodromaal --> symptomen mogelijk gerelateerd aan Parkinson, maar nog niet gediagnostiseerd
  3. Klinisch --> motorische symptomen zichtbaar, diagnose gesteld

Welke motorisch symptomen kent Parkinson?

  1. Bradykinesie = trager wordende bewegingen, maar ook akinesie (moeite met starten) en hypokinesie (ontbreken van automatische bewegingen) en verder: maskergelaat en freezing.
  2. Rigiditeit = stijfheid van de spieren en ook micrografie (klein schrijven), hypofonie en schuifelende pasjes
  3. Rusttremor. Wordt erger door stress of angst en is niet te onderdrukken.
  4. Houdingsinstabiliteit --> opvallend voorovergebogen houding en verstoorde balans. (Meer in vergevorderd stadium)

Welke 2 sub-types kunnen bij Parkinson worden onderscheiden op basis van de motorische symptomen?

  1. Tremordominante subtype (TD)
  2. houdings-, balans-, en loopstoornissen subtype (PIGD)

De tweede is vaak progressiever, heeft een snellere cognitieve achteruitgang en vaker depressie.

Welke niet-motorische symptomen kent Parkinson?

  • Sensorische stoornissen (pijn, reuk, visus)
  • Slaapstoornissen (oa verstoorde REM-sleep behavioural disorder)
  • Stoornissen in de autonome functies (obstipatie, seksuele disfuncties, blaasproblemen, transpireren, gewichtsverlies en orthostatische hypotensie)
  • Neuropsychiatrische stoornissen (depressie, angst, impulscontrolestoornissen, apathie, hallucinaties en wanen)
  • Cognitieve stoornissen (Parkinsondementie of MCI)
  • Vermoeidheid

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo