Executie en beslag - Executoriaal beslag

8 belangrijke vragen over Executie en beslag - Executoriaal beslag

A heeft een executoriale titel tegen B. De deurwaarder legt beslag op een dure piano die zich in de woning van B bevindt. C stelt vervolgens dat de piano van hem is. Hij heeft de piano aan B geleased. A voert aan dat hij erop mocht vertrouwen dat de piano van B was, omdat deze zich in diens woning bevond.
Kan C de executieverkoop tegenhouden?

Ja.
Piano bevindt zich bij B

B is bezitter (art. 3:109 BW)

B wordt vermoed eigenaar te zijn (art. 3:119 BW)

Deurwaarder mocht daarom beslag leggen

C stelt eigenaar te zijn

C kan eigenaarsverzet instellen (art. 456 Rv)

Verzet is een executiegeschil (art. 438 Rv)

A wordt als beslaglegger niet beschermd door zijn goede trouw

C bewijst dat sprake is van lease en dat hij eigenaar is gebleven

Beslag kan niet op de piano worden uitgewonnen

Executieverkoop wordt tegengehouden.

Bank X heeft een bezitloos pandrecht op een machine van schuldenaar S. Vervolgens legt schuldeiser Y executoriaal beslag op dezelfde machine. Kan de bank de machine alsnog opeisen en uitwinnen?

Ja.
Machine is belast met een bezitloos pandrecht

Machine blijft in macht van schuldenaar (art. 3:237 BW)

Andere schuldeiser legt beslag

Pandhouder behoudt voorrangspositie

Pandhouder mag de zaak ondanks het beslag onder zich nemen (art. 461a Rv)

Pandhouder oefent vervolgens zijn recht van parate executie uit

Beslag blijft bestaan, maar staat de uitoefening van het pandrecht niet in de weg.

S legt executoriaal beslag op een auto van D. Ondanks het beslag verkoopt en levert D de auto aan K. Wat is effect




Beslag heeft blokkeringseffect (art. 453a lid 1 Rv).

D vervreemdt de auto na beslag.

Verkoop is geldig.

Maar de verkrijging kan in beginsel niet aan de beslaglegger worden tegengeworpen.

S mag de auto dus nog steeds executeren.
Uitzondering (art. 453a lid 2 Rv):

K verkrijgt onder bezwarende titel.

K is te goeder trouw.

K verkrijgt ook het bezit van de auto.

Dan kan K zijn verkrijging wél tegenwerpen aan S.

De auto valt buiten de executie.
Kernregel: beslag blokkeert latere vervreemding, tenzij de derde verkrijger wordt beschermd door art. 453a lid 2 Rv.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Voor welke beslagvormen geldt het blokkeringseffect van art. 453a Rv?

Hoofdregel: art. 453a Rv geldt voor executoriaal verhaalsbeslag.
Uitbreidingen:

Conservatoir verhaalsbeslag
→ via art. 712 Rv

Conservatoir beslag tot afgifte
→ via art. 734 Rv

Executoriaal beslag tot afgifte
→ via art. 492 Rv

D legt executoriaal beslag op een kostbare schilderijencollectie van S. De deurwaarder vreest dat S de schilderijen vóór de executieverkoop zal vervreemden. Mag de deurwaarder de schilderijen meenemen?

Achterzijde
Hoofdregel: ja.
Beslagen roerende zaken blijven normaal bij de schuldenaar.

Daardoor bestaat risico op vervreemding.

De deurwaarder mag de zaken meenemen.

Hij kan deze in gerechtelijke bewaring geven (art. 446 Rv).

De zaken blijven daar tot de executieverkoop.
Kernregel: gerechtelijke bewaring voorkomt dat beslagen zaken verdwijnen voordat executie plaatsvindt.

De deurwaarder treft bij executoriaal beslag € 25.000 contant geld aan. Mag hij het geld bij de schuldenaar laten?

Hoofdregel: nee.
Contant geld wordt in beslag genomen.

Bewaring is verplicht (art. 445 Rv).

De deurwaarder moet het geld in gerechtelijke bewaring geven.
Kernregel: voor contant geld is bewaring geen bevoegdheid maar een verplichting.

A heeft een executoriale titel waaruit volgt dat B een schilderij aan hem moet afgeven. Welke stappen moeten worden genomen voordat de deurwaarder het schilderij onder zich neemt?

Alvorens de afgifte op de hiervoor omschreven wijze te bewerkstelligen, dient de executoriale titel te worden betekend aan degene die de zaak onder zich heeft en tot afgifte is gehouden. Tevens dient hem bevel te worden gedaan om de zaak af te geven, waarvoor hem een termijn van ten minste twee dagen moet worden gelaten (art. 491 lid 1 Rv).

De executie tot afgifte is een vorm van reële executie, zonder voorafgaand beslag. Onder bepaalde omstandigheden zal ingevolge art. 492 Rv een inleidend beslag gelegd moeten worden:



a. de zaak die moet worden afgegeven is te omvangrijk om dadelijk te worden meegenomen;
b.

degene van wie afgifte wordt verlangd, weigert deze op grond van een gepretendeerd eigen recht;
c.

degene van wie afgifte wordt verlangd, weigert deze omdat op die zaak een beslag rust.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo