Procedure bij civiele rechter - Competentie - Kamercompetentie

9 belangrijke vragen over Procedure bij civiele rechter - Competentie - Kamercompetentie

Sophie dient een verzoekschrift in bij de civiele kamer van de rechtbank Amsterdam. De wettelijke bepaling waarop haar verzoek is gebaseerd bepaalt echter expliciet dat het verzoek bij de kantonrechter moet worden ingediend. Sophie stelt dat eerst inhoudelijk moet worden onderzocht of sprake is van een kantonzaak. Heeft zij gelijk?


Bij verzoekschriftprocedures is eenvoudig vast te stellen of sprake is van een kantonzaak. De
desbetreffende wettelijke bepaling schrijft dan namelijk voor dat het verzoek bij de kantonrechter
moet worden ingediend.

Een verhuurder start bij de kantonrechter een procedure wegens huurachterstand. De huurder stelt vervolgens een tegenvordering in van €50.000 wegens schade door gebreken aan de woning. De verhuurder voert aan dat de tegenvordering vanwege het bedrag niet door de kantonrechter mag worden behandeld. Heeft hij gelijk?

Nee. Artikel 94 lid 3 Rv bepaalt dat wanneer door een tegenvordering een combinatie ontstaat van aardzaken en waardezaken, de kantonrechter bij voldoende samenhang over alle vorderingen beslist.

Een aannemer wordt bij de kantonrechter aangesproken in een geschil dat kwalificeert als aardzaak. De aannemer roept vervolgens een onderaannemer in vrijwaring op voor een grote schadevordering. De onderaannemer stelt dat de vrijwaringszaak vanwege de omvang van de vordering door de civiele kamer moet worden behandeld. Hoe moet dit worden beoordeeld?

Voor combinaties van hoofdzaak en vrijwaring geldt dat zodra één van de vorderingen een aardzaak betreft, de kantonrechter alle samenhangende vorderingen behandelt. Dit volgt uit de regeling van artikel 94 Rv en hangt samen met het vereiste dat voor vrijwaring voldoende samenhang moet bestaan.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Jan en Pieter hebben een civiel geschil over €80.000, dat normaal door de sector civiel van de rechtbank zou moeten worden behandeld. Beide partijen willen echter een snellere en eenvoudigere procedure en spreken af de zaak voor te leggen aan de kantonrechter in Utrecht, terwijl volgens de gewone regels een andere rechtbank relatief bevoegd zou zijn. Is dat mogelijk?

Ja. Artikel 96 Rv bepaalt dat partijen gezamenlijk kunnen kiezen voor behandeling door de kantonrechter, ook wanneer de zaak normaal tot de bevoegdheid van de sector civiel behoort. Daarbij kan bovendien worden afgeweken van de regels van relatieve competentie en kan de verdere procesgang in overleg met de kantonrechter worden bepaald.

Sophie en Mark raken verwikkeld in een contractueel geschil van €120.000, dat normaal door de sector civiel zou worden behandeld. Zij spreken af hun zaak vrijwillig voor te leggen aan de kantonrechter in Maastricht en willen bovendien dat naast de kantonrechter ook een deskundige ondernemer meebeslist over de uitkomst. Is dit volledig toegestaan?

Artikel 96 Rv bepaalt dat partijen ervoor kunnen kiezen hun geschil door de kantonrechter te laten behandelen, ook wanneer de zaak normaal tot de bevoegdheid van de sector civiel behoort. Daarbij mogen partijen afwijken van de regels van relatieve competentie en kunnen zij de kantonrechter van hun keuze aanwijzen. Aan artikel 96 Rv zijn echter grenzen verbonden. De afspraak mag niet inhouden dat de beslissing wordt genomen door de kantonrechter samen met anderen. Daarnaast moet het gaan om rechtsgevolgen die ter vrije bepaling van partijen staan.

Emma dagvaardt Lucas bij de kantonrechter wegens een ingewikkeld ondernemingsgeschil dat eigenlijk door de sector civiel behandeld had moeten worden. Tijdens de procedure blijkt bovendien dat door een eiswijziging het financiële belang sterk is toegenomen. De kantonrechter wil de zaak toch zelf blijven behandelen om vertraging te voorkomen. Mag dat?

Nee. Artikel 71 Rv bepaalt wat moet gebeuren wanneer een zaak bij de verkeerde kamer is aangebracht of wanneer door wijziging van eis de bevoegdheid verandert. De kantonrechter moet dan verwijzen naar de sector civiel en omgekeerd moet de sector civiel verwijzen naar de kantonrechter. De rechter heeft daarbij geen keuzevrijheid, al bestaat wel enige interpretatieruimte wanneer de bevoegdheid samenhangt met de aard van het geschil.

Sophie vordert bij de kantonrechter nakoming van een overeenkomst waarbij Mark verplicht zou zijn een schilderij terug te geven. De vordering strekt dus niet tot betaling van een geldsom. De waarde van het schilderij is onzeker: volgens Sophie ongeveer €15.000, volgens Mark mogelijk meer dan €40.000. Welke rechter is bevoegd?

Artikel 93 onder b Rv ziet op vorderingen die niet strekken tot betaling van een geldsom. In dat geval moet de waarde van de vordering worden bepaald. Alleen wanneer zonder meer duidelijk is dat die waarde niet boven €25.000 uitkomt, is de kantonrechter bevoegd. In twijfelgevallen behoort de zaak tot de sector civiel.

Emma dagvaardt Lucas bij de kantonrechter en vordert €18.000 wegens een lening en daarnaast €12.000 wegens schadevergoeding uit een andere overeenkomst. Lucas stelt dat iedere vordering afzonderlijk onder de grens van €25.000 blijft en dat de kantonrechter dus bevoegd is. Heeft hij gelijk?

Nee. Artikel 94 Rv bepaalt dat bij een combinatie van vorderingen de vorderingen in beginsel moeten worden opgeteld om de competentie te bepalen. Samen bedragen de vorderingen €30.000, waardoor de kantonrechter in beginsel niet bevoegd is.

In welke dagvaardingssituaties moet je relatieve competentie ambtshalve toetsen

Vord. Max 25000 consument, ind, arbeidovk, 103 Rv exclusieve bevoegdheid aangewezen

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo