Competentie - Relatieve competentie - Dagvaarding

4 belangrijke vragen over Competentie - Relatieve competentie - Dagvaarding

Emma uit Utrecht wordt door Lucas uit Maastricht gedagvaard bij de rechtbank Limburg wegens een geldvordering. Emma wil in dezelfde procedure een eigen vordering tegen Lucas instellen wegens een geheel andere overeenkomst die niets met de oorspronkelijke zaak te maken heeft. Lucas stelt dat dit niet mogelijk is omdat geen samenhang bestaat tussen beide vorderingen. Heeft hij gelijk?

Nee. Uit de artikelen 136 tot en met 138 Rv volgt dat voor reconventionele vorderingen geen afzonderlijke regels van relatieve bevoegdheid gelden. Een tegenvordering kan in beginsel altijd worden ingesteld, ook zonder samenhang met de vordering in conventie. Een belangrijk voordeel daarvan is dat een partij dan bij de rechter van de eigen woonplaats kan procederen.

Jan uit Zwolle en Pieter uit Breda spreken in een civiel geschil af gebruik te maken van prorogatie en de zaak direct aan een gerechtshof voor te leggen. Vervolgens ontstaat discussie over welk hof relatief bevoegd is. Pieter stelt dat de gewone regel van artikel 99 Rv moet worden toegepast op basis van de woonplaats van Jan. Heeft hij gelijk?

Nee. De relatieve competentie in hoger beroep volgt uit artikel 60 Wet RO. De hoven zijn gevestigd in ressorten en de regeling van artikel 99 Rv is daarop niet van toepassing. In geval van prorogatie moet worden nagegaan welk hof bevoegd zou zijn geweest op grond van artikel 60 Wet RO. Door de verschillende aanknopingspunten kunnen daarbij meerdere hoven bevoegd zijn.

Noor dagvaardt David voor de rechtbank Rotterdam in een geschil van €10.000, terwijl volgens de gewone regels de rechtbank Den Haag relatief bevoegd zou zijn. David verschijnt niet in de procedure. Moet de rechter de relatieve bevoegdheid zelf onderzoeken?

Ja. Ambtshalve toetsing van relatieve bevoegdheid vindt plaats in zaken met een vordering tot en met €25.000. De regels over verwijzing wegens relatieve onbevoegdheid staan in artikel 110 Rv. Artikel 73 Rv ziet uitsluitend op absolute onbevoegdheid.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Bij relatieve onbevoegdheid moet de zaak worden verwezen naar de wel bevoegde rechter. Deze rechter is aan de verwijzing gebonden.De rechtbank Utrecht verklaart zich relatief onbevoegd in een geschil tussen Sophie en Mark en verwijst de zaak naar de rechtbank Rotterdam, die volgens haar wel relatief bevoegd is. Mark stelt bij de rechtbank Rotterdam opnieuw dat deze rechtbank niet bevoegd is en verzoekt om verdere verwijzing. Hoe moet de rechtbank Rotterdam hiermee omgaan?









Bij relatieve onbevoegdheid moet de zaak worden verwezen naar de wel bevoegde rechter. De rechter naar wie wordt verwezen, is aan die verwijzing gebonden. Daardoor moet de rechtbank Rotterdam de zaak in beginsel behandelen.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo