Partijen die er niet meer zijn - vergissing en blunders
7 belangrijke vragen over Partijen die er niet meer zijn - vergissing en blunders
Wat als je verdwaald raakt in doolhof van bv's
Een moeder stelt als wettelijk vertegenwoordiger van haar 17-jarige zoon een vordering in tegen een verzekeraar wegens letselschade. Tijdens de procedure wordt de zoon 18 jaar en daarmee meerderjarig. De procedure wordt echter voortgezet onder vermelding van de moeder als wettelijk vertegenwoordiger van de zoon. Pas in hoger beroep wordt opgemerkt dat de zoon inmiddels zelf procesbevoegd is en dat de moeder haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger heeft verloren.
zonder schorsing gaat het door, maar raakt het alleen materiele partij
Een moeder stelt als wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige zoon een vordering in tegen een verzekeraar. De rechtbank wijst de vordering af. Tijdens de appeltermijn wordt de zoon 18 jaar en daarmee meerderjarig. De moeder stelt vervolgens hoger beroep in, maar doet dat nog steeds in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de zoon.
Of herstellen, maar dat moet binnen het termijn van appel
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Een vader procedeert in eerste aanleg als wettelijk vertegenwoordiger van zijn 17-jarige dochter. De rechtbank wijst de vordering af. Tijdens de appeltermijn wordt de dochter 18 jaar en daarmee procesbevoegd. De vader verliest daardoor zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger.
Vervolgens wordt hoger beroep ingesteld tegen het vonnis, maar in de appeldagvaarding wordt opnieuw de vader genoemd als procespartij, terwijl hij op dat moment niet langer de bevoegde vertegenwoordiger is. Formeel had de inmiddels meerderjarige dochter als appellant moeten optreden.
Een leerling stelt in eerste aanleg een vordering in tegen Scholengemeenschap A wegens onrechtmatig handelen. De rechtbank wijst de vordering af. Tijdens de appeltermijn fuseert Scholengemeenschap A met Scholengemeenschap B, waarbij A ophoudt te bestaan en B onder algemene titel haar rechten en verplichtingen verkrijgt.
De leerling stelt vervolgens hoger beroep in, maar dagvaardt per vergissing nog steeds Scholengemeenschap A, terwijl deze rechtspersoon inmiddels niet meer bestaat.
Bovendiet zegt HR dat het feit dat de bedoelde maar niet gedagvaarde partij eerst na verstrijken van de termijn kennis van het rechtsmiddel heeft gekregen, een onvoldoende belang is om het verzoek tot wijziging van de aanduiding van de andere partij niet toe te laten.
A procedeert in eerste aanleg tegen B. Tijdens de procedure overlijdt B. Zijn erfgenamen zetten de procedure voort. De rechtbank wijst de vordering van A af.
B. Gezamelijke erfgenamen
C. Wist A de dood dan is het een kennelijke vergissing in de zin van 63 Rv.
Consument A dagvaardt Bedrijf B wegens een tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst. Tijdens de procedure wordt Bedrijf B ontbonden door turboliquidatie en houdt het volgens het handelsregister op te bestaan.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















