Samenvatting: Ev Gebruikt
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van EV GEBRUIKT
-
1 College 1
-
1.3 Elementen van de jaarrekening
Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.3
Laat hier meer flashcards zien -
Ook voor het opnemen van een verplichting op de balans zijn er criteria waaraan voldaan moet worden: (passiva)
.* feitelijke of in rechte afdwingbare verplichting
- In rechte afdwingbaar = juridische overeenkomst bijv: 2 jaar garantie
-Feitelijke verplichting= " vrijwillige" verplichting bijv. na verlopen garantieperiode nog een half jaar garantie
* het is ontstaan uit het verleden
* waarschijnlijker uitstroom van middelen more likely than not --> >50%
* de omvang is betrouwbaar vast te stellen -
Wat is het verschil EV en VV?
Zowel het eigen vermogen als het vreemd vermogen zijn vormen van financiering, echter:
- Eigen vermogen --> geen verplichte uitstroom van middelen (geld dat het bedrijf verlaat). bijv: er wordt besloten om geen dividend uit te keren
-Vreemd vermogen --> verplichte uitstroom van middelen. bijv: de lening moet terugbetaald worden -
Wat is een uitzondering in het verschil EV en VV?
Uitzondering --> cumulatief preferente aandelen: de aandeelhouders hebben dan recht op de cumulatieve (=opgestapelde) dividenduitkeringen. Dit wordt daarom door de IFRS ook als vreemd vermogen gezien. -
Wat is economische potentieel?
= het vermogen om geld uit te geven -
Wat zijn baten en lasten?
Baten: Vermeerdering van het vermogen om geld uit te geven behalve transacties met aandeelhouders
Lasten: Vermindering van het vermogen om geld uit geven behalve transacties met aandeelhouders -
Waarom behalve transacties met aandeelhouders?
Bijv: dividend is geen last, het gaat rechtstreeks van het EV af. -
Hoe zit het met voorzieningen waar valt dit onder?
dit is ook een schuld echter is de omvang en moment van afwikkeling onzeker -
1.4 Waarderingsgrondslagen
Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.4
Laat hier meer flashcards zien -
Uit welke prijzen (aspecten) bestaat de historische kostprijs:
Verkrijgingsprijs: De prijs die je hebt betaald + alle bijkomende kosten. Bijv: laptop bestellen van €2k exclusief €50 verzendkosten. De verkrijginsprijs is €2.050.
Vervaardigingsprijs: De prijs om het zelf te maken + alle bijkomende kosten. Bijv: een kast maken en €200 uitgeven aan de materialen en €50 aan verf. De Vervaardigingsprijs is €250. -
Uit welke prijzen bestaat besluit actuele waarde?
Reële waarde / fair value (marktprijs): die tot stand komt tussen 2 goedgeïnformeerde partijen die onafhankelijk van elkaar zijn en bereid zijn tot handel.
Directe opbrengstwaarde: Marktprijs - verkoopkosten
marktprijs = de prijs die tot stand komt tussen 2 goed geinformeerde partijen die onafhankelijk van elkaar zijn.
Indirecte opbrengstwaarde (bedrijfswaarde): Toekomstige netto-kasstromen contant maken tegen de wacc (gemiddelde kostenvoet) bij voortzetting van de activiteiten.
Wat is dit bedrijfsmiddel voor ons waard als we het NIET verkopen, maar het gewoon blijven gebruiken?
Actuele kostprijs: huidige inkoopprijs - afschrijvingen. Aangezien je rekening moet houden met de leeftijd -
2 College 2
-
2.1 Opbrengstverantwoording
Dit is een preview. Er zijn 11 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2.1
Laat hier meer flashcards zien -
Wanneer opbrengsten verantwoorden? --> voorwaarden RJ 270 en IFRS 15?
RJ 270: maakt onderscheid tussen goederen en diensten.
IFRS 15: maakt onderscheid op basis van of de beschikkingsmacht is overgedragen op een bepaald moment of gedurende een periode.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















