Samenvatting: Filosofie Moderne Tijd Week 7-9

Studiemateriaal generieke omslagafbeelding
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
LET OP!!! Er zijn slechts 47 flashcards en notities beschikbaar voor dit materiaal. Deze samenvatting is mogelijk niet volledig. Zoek a.u.b. soortgelijke of andere samenvattingen.
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Filosofie Moderne Tijd week 7-9

  • 1 Filosofie moderne tijd week 7-9

  • 1.1.1 Een nieuwe tijd breekt aan, een nieuw type van weten

    Dit is een preview. Er zijn 4 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.1.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Noem een aantal voorbeelden uit kunst en cultuur waaruit blijkt dat de mens meer centraal komt te staan(2).

    1. Michelangelo's scheppingsverhaal. Figuur van de mens bijna op gelijke voet met God.
    2. Daniël Defoe, Robinson Crusoe. Mens neemt zelf de situatie in de hand en schept zijn eigen wereld.
  • Wat zijn de kenmerken van de 16e eeuw(3)?

    1. Renaissance/Humanisme
    2. Los van middeleeuwse scholastieke denkwijze. Terug naar oudheid om authentieke bronnen van de cultuur te ontdekken. Erasmus, Morus.
    3. Godsdienstige vernieuwingsbewegingen met kritiek op kerkelijke structuren. Luther, Calvijn.
  • Wat zijn de kenmerken van de 17e eeuw(4)?

    1. Rol van het subject echt in de belangstelling.
    2. Opkomst nieuwe wetenschappen en ontdekkingen op tal van terreinen.
    3. Nieuwe synthese op basis van de menselijke rede zelf.
    4. Grote filosofische systemen (Descartes(1637), Leibnitz, Spinoza).
  • Op basis van welke methodologie ontwikkelen de wetenschappen zich in de 16e eeuw(3)?

    1. Experiment.
    2. Wiskundige bewijsvoering.
    3. Empirische toetsing van onderzoeksresultaten centraal.
  • Waardoor ontstaat een splitsing van wetenschap en filosofie(2)?

    1. Enorme ontwikkeling van de wetenschap.
    2. De nieuwe wetenschappelijke methode was steeds beter in staat om de wereld te begrijpen. De filosofie was niet hierbij niet echt  nodig. 
  • Wat betekent "het moderne subject"(3)?

    1. Oorsprong en fundament van kennis in die zin dat het de kennis zelf voortbrengt, produceert.
    2. Uit een ongeordende hoeveelheid zintuigelijk materiaal schept het subject de objecten  van de kennis en brengt zo de kenbare (fenomenale) wereld voort.
    3. Kennen en maken ineengeschoven.
  • Wat is het verschil tussen benadering van het subject tussen Middeleeuwen en Moderne Tijd(2)?

    1. In de middeleeuwen was de werkelijkheid het subject de basis/grondslag van de kennis.
    2. Na de 17e eeuw (Descartes) was "het kennende ik" de basis/grondslag voor kennis.
  • 1.2.1 Op zoek naar een nieuw en zeker uitgangspunt

    Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Hoe probeerde Descartes (1596-1650) de filosofie aansluiting te laten vinden met de wetenschap?

    1. Door de mathematische methode toe te passen op de filosofie (mathesis universalis).
    2. Stellingen opbouwen op basis van inzichten (synthese en analyse).
  • 1.2.3 Van het Cogito naar de Wereld

    Dit is een preview. Er zijn 9 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2.3
    Laat hier meer flashcards zien

  • Hoe toont Descartes aan dat zich buiten de cogito een zintuigelijke wereld bevindt(4)?

    1. Zintuigelijke voorstellingen zijn duister en verward.
    2. Daarom kunnen ze niet rechtstreeks door bewustzijn worden veroorzaakt.
    3. Op grond van causaliteit (alles heeft een oorzaak) moeten ze dus veroorzaakt zijn door een buitenwereld. 
    4. Geen volwaardig bewijs. Onweerstaanbare drang om de oorzaak van zintuigelijke voorstellingen aan een buitenwereld toe te schrijven.  
  • Hoe loopt het a priori godsbewijs van Descartes(4)?

    1. Van de logische orde (denkorde) naar de ontologische orde (zijnsorde).
    2. Er is een idee van absolute volmaaktheid. Die moet bestaan anders was hij niet absoluut volmaakt.
    3. Dit volmaakt wezen is ogen God. God kan geen mal-génie zijn want dan zou hij onvolmaakt zijn.
    4. We kunnen dus vertrouwen op ons redeneren aangezien die mal-ingenie wegvalt
LET OP!!! Er zijn slechts 47 flashcards en notities beschikbaar voor dit materiaal. Deze samenvatting is mogelijk niet volledig. Zoek a.u.b. soortgelijke of andere samenvattingen.

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart