GZ Bevorderingen
42 belangrijke vragen over GZ Bevorderingen
De gz situatie van NL met een migratie-achtergrond is diffuus en complex beeld waarbij de sterftecijfers niet altijd in het nadeel zijn van mensen met een migratie-achtergrond, mede door
Efficacy verwijst naar de effectiviteit onder minder gecontroleerde omstandigheden
Als een interventie in werkelijkheid geen effect heeft maar wel als effectief wordt bestempeld n.a.v. Een effectonderzoek, dan spreekt men van een type 1 fout. Van een type 2 fout is sprake als het effectonderzoek uitwijst dat een interventie niet effectief is, terwijl die dat eigenlijk wel is.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Een evaluatie-onderzoek is intern valide als het zo is opgezet en uitgevoerd dat
Externe validiteit verwijst naar de mate waarin de resultaten generaliseerbaar zijn naar andere omstandigheden en populaties.
Een labonderzoek heeft i.v.m. Een veldonderzoek een hogere matevan interne validiteit.
Benoem vijf stappen om een zo hoog mogelijke power van een evaluatie-onderzoek te realiseren.
2. Kies een adequate statistische toets
3. Zorg dat de onderzoeksgroep voldoende groot is
4. Probeer de effectgrootte optimaal te maken
5. Kies de juiste effectmaat.
Het niet hebben van een controlegroep bedreigt de IV van een evaluatie-studie op diverse punten. Een van de bedreigingen is rijping:
Selectiebias: de gekozen steekproef vormt geen afspiegeling van de totale populatie.
Wat is het verschil tussen participatie en co-creatie?
Bij participatie gaat het vooral om mensen die direct bij de interventie zijn betrokken die meedoen, meedenken en meebeslissen. Bij co-creatie is een bredere groep betrokken. Naast eindgebruikers worden bij co-creatie dus ook andere relevante belangrijke samenwerkingspartners gezocht. Voorbeelden van organisaties die in co-creatieprocessen bij een interventie betrokken kunnen worden: GGD, gemeente, universiteiten, kennisinstituten en bedrijven.
Tijdens het ontwikkelen en implementeren van gezondheidsbevorderende interventies kan samenwerking verschillende vormen aannemen. Probeer in eigen woorden uit te leggen wat bedoeld wordt met participatie als vorm van samenwerken.
Participatie heeft hier betrekking op de betrokkenheid van eindgebruikers bij veranderingen die van invloed zijn op hun gezondheid of gezondheidsgedrag. Indien samenwerking resulteert in meedenken, meedoen en meebeslissen noemen we dit participatie. Participatie kan in elke fase plaatsvinden, bijvoorbeeld tijdens de voorbereidende fase en ontwikkelfase.
Er is geen universele regel die bepaalt wanneer een interventie voldoende kosteneffectief is. Toch bepaalde in 2006 de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg twee absolute grenzen voor kosteneffectiviteit. Welke grenzen zijn dat?
- Indien een medische behandeling meer dan 80.000 euro kost om één patiënt een extra levensjaar van goede kwaliteit (QALY zie hoofdstuk 2 van het tekstboek) te geven, zou die behandeling niet meer in de basisziektekostenverzekering moeten worden opgenomen.
- Indien een interventie per gewonnen levensjaar of per DALY (zie hoofdstuk 2 van het tekstboek) minder kost dan het gemiddelde jaarinkomen, wordt deze als kosteneffectief beschouwd.
Een economische evaluatie binnen de gezondheidszorg kijkt idealiter naar de verhouding tussen bereikte gezondheidswinst en de daarvoor gemaakte kosten. Een probleem hierbij is dat gezondheidswinst van interventies vaak pas op lange termijn zichtbaar wordt. Op welke twee manieren kun je toch een economische evaluatie uitvoeren?
- In plaats van te kijken naar de bereikte gezondheidswinst, kijk je naar de mate van verandering in intermediaire uitkomstmaten (bijvoorbeeld gedragsverandering).
- Je kan een epidemiologisch simulatiemodel gebruiken om de kosteneffectiviteit van de gezondheidseffecten te schatten.
Wat onderzoek je met een economische evaluatie of doelmatigheidsonderzoek?
Met een economische evaluatie kun je onderzoeken of de effectiviteit van een interventie (de opbrengsten) in verhouding staat tot de investering (kosten), meestal in vergelijking met alternatieve interventies. Om een goede indruk te krijgen van deze verhouding, bereken je de kosten per eenheid effect of het effect per eenheid investering.
Volgens het raamwerk voor het bevorderen van implementatie zijn er drie hoofdonderdelen van belang bij implementatie:
- voorbereiding op implementatie
- het opstellen van een implementatieplan
Diffusie: de spontane verspreiding van een innovatie zonder planmatige hulp van
Disseminatie: planmatige en gerichte verspreiding van een interventie onder bepaalde groepen of in
Welke belangrijke determinanten identificeerden dr. Peels en collega’s van een implementatieplan voor Actief Plus?
Uit hun analyses (Peels et al., 2024) blijken verschillende determinanten voor de implementatie door de intermediairs. Dat zijn: interventiekenmerken (uitkomstverwachting, relatieve voordeel, complexiteit en compatibiliteit), kenmerken van de organisatie (soort organisatie, en de ervaren taakverantwoordelijkheid van de organisatie), de sociale ondersteuning die de intermediair verwacht te ontvangen, en de attitude, eigen-effectiviteit en sociale norm van de intermediaire organisatie.
Binnen een complex-systeembenadering maak je als onderzoeker actief deel uit van het proces en help je door het inbrengen van observaties en eigen expertise. Je hebt dus als onderzoeker een extra rol, namelijk die van procesondersteuner. Hoe kan je als onderzoeker je objectiviteit waarborgen tijdens dit proces?
Waarom is een quai-experimenteel onderzoeksdesign een betere optie dan een radomized controlled trail (RCT), als effectevaluatie van een interventie in een Complex systeem?
Beschrijf welke twee determinanten de stoptober-campagne probeert te beinvloeden
Eigen-effectiviteit: de campagne moedigt mensen aan om hun vertrouwen in het stoppen met roken te vergroten, ook tijdens moeilijke momenten.
In de implementatieliteratuur staat het betrekken van de juiste stakeholders vaak centraal. Geeft bij elk type kort aan welke strategie je het beste kunt toepassen:
Stakeholders met veel interesse en invloed: intensief contact houden en een rol geven bij planning van de implementatie.Stakeholders met weinig of geen interesse maar wel veel invloed: betrokkenheid vergroten.
Stakeholders met veel interesse maar weinig invloed: betrek bij de uitvoering, om anderen te motiveren (bijvoorbeeld als ambassadeur of kartrekker).
Stakeholders met weinig interesse en weinig invloed: luister naar gebrek aan interesse maar steek er niet te veel tijd in.
Waarom is een quasi-experimenteel onderzoeksdesign een betere optie dan randomized controlled trial (RCT) als effectevaluatie van een interventie in een complex systeem?
Alle basisscholen in NL organiseren een gz-week voor alle leerlingen en hun ouders. Tijdens deze week krijgen zij informatie over voeding, beweging, slaap en schermtijd. Er worden workshops, beweegactiviteiten en een waterchallenge georganiseerd, en ouders krijgen tips om thuis gezonde keuzes te stimuleren.
Pieter heeft recent een hartinfarct gehad en is gestart met een revalidatie-programma in het ZH. Naast fysiotherapie volgt hij ook voedingsadvies en krijgt hij coaching van een leefstijlcoach. Het programma richt zich op het voorkomen van een nieuw hartinfarct door zijn gedrag en risico-factoren (zoals stress, voeding en beweging aan te pakken.
Sophie is 45 jaar en heeft van haar HA het advies gekregen om meer te gaan bewegen, omdat ze een verhoogd risico heeft op hart en vaatziekten. Sinds kort gaat ze drie keer per week wandelen. Als haar vriendin haar vraagt waarom ze dat zo consequent doet zegt ze: ik weet dat het belangrijk is voor mijn GZ op lange termijn. Ik wil er alles aan doen om fit en gezond te blijven. Welk type motivatie laat Sophie zien volgens de self-determination theory?
Studenten plannen een coachingsgesprek met een studentenpsycholoog wanneer ze stress of mentale klachten ervaren. Noem twee determinanten van gezond gedrag die een rol spelen bij het behalen van het gedragsdoel.
Eigen-effectiviteit: studenten moeten vertrouwen hebben in hun vermogen om hulp te zoeken en een gesprek aan te gaan.
Wat zijn de vier typen de-implementatie zoals onderscheiden door Norton en Chambers (2020).
vervangen door alternatief: kiezen voor een andere interventie die effectiever kan zijn of beter aansluit bij de doelgroep.
Verminderen van implementatie: selectief gebruiken van onderdelen van de interventie.
Selectieve implementatie: selectief implementeren van de interventie bijvoorbeeld bij een bepaalde leeftijdsgroep.
In de krant wordt gemeld dat er bij vrouwen in NL in de leeftijdsgroep 40 tot 75 jaar jaarlijks 10.000 nieuwe gevallen van borstkanker worden gerapporteerd. Waarvan is dit cijfer van 10.000 een voorbeeld?
In 2022 was 29.2% van de bevolking in Heerlen geregistreerd met psychische klachten.
Welke aandoening veroorzaakt in NL de hoogste ziektelast, uitgedrukt in DALY?
Op basis van welke gegevens wordt SEP vaak gemetern?
Sociaal-ecoomische verschillen kunnen voor gz-verschillen zorgen. Dit zagen we ook tijdens de COVID-19-pandemie. Buiten de zorginstellingen was de sterfte door COVID-19 hoger bij mensen in de laagste inkomensgroep. Welke factoren speelden hierbij een rol?
Intentioneel en beredeneerd gedrag
Automatisch gedrag is vaak een reactie op een externe stimulus. Mensen handelen dan zonder bewust alternatieven of consequenties te overwegen.
Een gewoonte is gedrag dat door herhaling in een bepaalde situatie steeds automatisch wordt uitgevoerd. Voorbeeld uit het boek: iemand eet ieder avond chips bij het tv kijken. Tv wordt dan een prikkel voor het gedrag.
Intrinsieke motivatie: komt vanuit de persoon zelf
Extrinsieke motivatie: motivatie die voortkomt uit een externe reden, zoals beloning, druk, verplichting of verwachtingen van anderen.
Volgens Bnadura kunnen verwachtingen over eigen-effectiviteit verschillen op drie dimensies:
Generality: de inschatting of iemand hetzelfde gedrag ook in verschillende situaties kan uitvoeren
Strength: de waarin iemand vertrouwen heeft vertrouwen heeft dat hij of zij het gedrag kan uitvoeren. Eerdere succes en mislukkingen kunnen invloed hebben op de eigen-effectiviteitsverwachting. Ook speelt mee waaraan mensen succes of falen toeschrijven.
Gz-vaardighede. Kennis hangt samen gezondheidsvaardigheden (health literacy). GZ-vaardigheden gaan over de mate waarin mensen in staat zijn om gz-informatie te verkrijgen, te begrijpen, te evalueren en correct toe te passen.
P-kenmerken zijn algemene trekken die niet aan één specifiek gedrag verbonden zijn, maar indirect invloed kunnen hebben op het gz-gedrag. Denk aan de big five.
Consolidated Framework for Implementation Research: helpt implementatie systematisch te analyseren.
externe omgeving
interne organisatie
kenmerken van de gebruiker
implementatieproces
Hoogrisicobenadering is vooral aangewezen als het RR op het probleem waar de interventie op is gericht hoog is, maar er betrekkelijk weinig mensen
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















