Mediatieve cognitieve gedragstherapie

62 belangrijke vragen over Mediatieve cognitieve gedragstherapie

Wat wordt er verstaan onder mediatieve cognitieve gedragstherapie en wat is het belangrijkste doel?

Mediatieve cognitieve gedragstherapie is een specifieke toepassingsvorm van cognitieve gedragstherapie waarbij problemen van de cliënt worden behandeld via personen in de directe omgeving (mediatoren). De cliënt wordt indirect behandeld door de mediator aanwijzingen te geven over de uit te voeren interventies. In de interventies is het gedrag van de mediator zelf betrokken.
Doel is beïnvloeding van concreet observeerbaar gedrag van de cliënt. Gedrag wordt uitgelokt door interne en externe stimuli en versterkt door consequenties.
Ter ondersteuning kunnen cognitieve interventies nodig zijn.

Beantwoord de volgende vragen over mediatieve cognitieve gedragstherapie:

A. Via wie worden de problemen van de client behandeld?
B. Word het toegepast in zorginstellingen of thuis?
C. Wat is het doel ervan?

A. Problemen van de client worden indirect behandeld via personen in de directe omgeving (mediatoren). In deze interventies is het gedrag van de mediator zelf ook betrokken.

B. Het kan worden toegepast in zorginstellingen, maar ook in de thuissituatie.

C. Het doel is beïnvloeding van concreet observeerbaard gedrag van de client.

Wat zijn de indicaties en contra-indicaties voor mediatieve cognitieve gedragstherapie?

Indicaties:
  • Psycho-educatie en omgangsadviezen hebben niet tot voldoende afname van de gedragsproblematiek geleid.
  • Er is sprake van complex, reeds langer bestaand probleemgedrag
  • Gedrag wordt uitgelokt of in stand gehouden door de omgeving

Contra-indicaties:
  • Gesprekstherapeutische behandeling is mogelijk
  • Er is sprake van een crisissituatie waarbij acute interventies vereist zijn
  • Lichamelijke oorzaken zijn nog niet uitgesloten
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Mediatieve gedragstherapeutische behandeling vind plaats in 6 stappen. 

Stap 4, de functieanalyse, wordt ook wel de kern van de gedragstherapie genoemd, omdat hier het conditioneringspatroon in kaart wordt gebracht. Vaak wordt hiervoor het SORCK-model gebruikt. Waar staat dit voor?

S - stimulus ontlokt
O - organisme (persoonsgebonden variabelen)
R - respons
C - consequenties
K - contingentie: relatie tussen respons en consequenties in tijd en frequentie

Mediatieve cognitieve gedragstherapie verloopt via het empirische cyclus, welke stappen zijn daarin te onderscheiden?

Stap 1: Probleemkeuze
Stap 2: Doelbepaling
Stap 3 Meting
Stap 4: Functieanalyse
Stap 5: Behandelinterventies vaststellen
Stap 6: Evaluatie

Welke aandachtspunten zijn er bij stap 1: probleemkeuze?

  • eerste gesprek met mantelzorger, de verzorger of zorgteam
  • er wordt in samenspraak met mediator een keuze gemaakt voor het te behandelen probleem. Afweging: lijdensdruk cliënt, hinder voor de omgeving, de kans op succes.
  • Het moet concreet observeerbaar zijn in de praktijk

Wat is de holistische theorie/casusconceptualisatie?

Holistische theorie/casusconceptualisatie: over het algemeen werkt men aan 1 probleem, maar in de gedragstherapie is het gebruikelijk om een analyse te maken van de causale samenhang tussen meerdere problemen in het leven van de cliënt en welke betekenis deze problemen hebben.

In stap 5 worden de behandelinterventies vastgesteld, er zijn een tweetal niveaus te onderscheiden, welke zijn dat en wat houden ze in?

  • Interventies op stimulusniveau: hier wordt vaak mee gestart: als de uitlokker kan worden weggehaald, hoeft het probleemgedrag niet meer plaats te vinden.
  • Interventies op consequentieniveau: wanneer de vorige interventie niet heeft gewerkt; behandeling richt zich op het instandhoudende of versterkende factor van het probleemgedrag.

Bij de behandelinterventies op consequentieniveau zijn er twee vormen van bekrachtiging mogelijke, welke zijn dat?

  • Differentiële bekrachtiging: ongewenst gedrag wordt genegeerd en gewenst gedrag dat niet verenigbaar is met het probleemgedrag wordt bekrachtigd.
  • Non-contingente bekrachtiging: bekrachtiging wordt op vaste momenten aangeboden waardoor de cliënt op termijn leert dat hij het gedrag niet meer hoeft te veertonen om de bekrachtiger te krijgen. Er zijn materiële bekrachtigers en sociale bekrachtigers

Het probleemgedrag kan in eerste instantie toenemen, de mediator zal moeten blijven volhouden zodat het ongewenst gedrag uiteindelijk vermindert.

Hoe beïnvloeden gedragstherapeutische interventies mensen met dementie volgens de tekst?

  • Gedragstherapeutische interventies verminderen agressie en verbaal gedrag.
  • Verminderen waargenomen belasting van mantelzorgers.
  • Cognitieve gedragstherapie is toepasbaar in alle fasen.
  • Meditiatieve behandelingen tonen positieve effecten bij dwalen, incontinentie en stereotiep gedrag.

Wat is de rol van een co-therapeut in het gedragstherapeutische proces?

  • Reduceren van het idee dat één persoon 'het best' weet.
  • Versterken samenwerking en deskundigheidsniveau.
  • Toezien op afspraken uit gedragsbehandelplan.
  • Helpen bij visie en probleemkeuze.
  • Mediator voor communicatie binnen het team.

Wat zijn de resultaten van de verschillende interventies bij dementie volgens de onderzoekers?

  • Experimenten: Operante conditionering kan gedragsverandering beïnvloeden.
  • Davison e.a. (2007): Bescheiden significante vermindering van probleemgedrag.
  • Douglas e.a. (2004): Positieve effecten op gedrag bij dementie.
  • Olazarán e.a. (2010): Mediatieve interventies effectief voor zorgbelasting.

Wat zijn de randvoorwaarden voor mediatie in cognitieve gedragstherapie?

  • Niet-medicamenteuze behandeling vorm.
  • Rustige ruimte met whiteboard.
  • Therapie door zorgteams en therapeuten.
  • Transparantie en commitment belangrijk.
  • Pre-therapie voorbereiding.
  • Gezond team samenwerking met therapeut.

Wat is het belang van het mediatieve behandelprotocol voor ouderen met depressie volgens de tekst?

  • Effectief in psychogeriatrische verpleeghuizen.
  • Plezierige Activiteitenmethode succesvol bij ouderenzorg.
  • Multidisciplinaire zorgprogramma's verminderen probleemgedrag.
  • Mediatieve interventies zijn essentieel in zorginstellingprogramma's.

Hoe helpt verbeeldingstechniek bij probleemgedrag in therapie?

  • Situatie oproepen waarin probleemgedrag recent plaatsvond.
  • Mediatoren schrijven gevoelens en gedachten op.
  • Gebruik van ggg-schema: gedachte-gedrag-gevoelenschema.
  • Uitdagtechnieken stimuleren alternatieve gedachten.
  • Vragen: helpt gedachte je doel te bereiken? Is het realistisch?

Wat is het belang van het werken met meerdere mediatoren in therapie?

  • Voorkomt eenzijdige benadering door één persoon.
  • Zorgt voor betere informatieoverdracht.
  • Vergroot perspectieven binnen het team.
  • Ondersteunt bij het hanteren van agressie en gedragsproblemen.

Wat is volgens Moniz Cook e.a. (2012) het probleem met interventies voor gedrag bij dementie?

  • Niet effectief voor ernstige cognitieve beperkingen.
  • Functionele analyse moet systematisch worden uitgevoerd.
  • Gedifferentieerde bekrachtiging nodig voor beter resultaat.
  • Scholing versterkt competentieniveau van zorgverleners.

Wat is het doel van cognitieve interventies binnen mediatie behandelingen?

  • Doel is afname van het gedragsprobleem.
  • Probleemgedrag lokt gedachten, gevoelens en gedrag uit bij de mediator.
  • Reageren leidt tot consequenties in de functionele analyse.

Wat bespreekt de therapeut tijdens de evaluatie van gedragssessies?

  • Registraties over voelen en reageren op probleemgedrag.
  • Aanpassingen van gedachten bij probleemgedrag moment.
  • Voelen verbeterd? Voelt men zich beter?

Hoe kan de opvatting dat gedragsproblemen onveranderlijk zijn worden beïnvloed?

  • Misverstand dat beschadigd brein oorzaak is.
  • Creëert therapeutisch nihilisme en inactie.
  • N=1-onderzoeken tonen potentieel voordeel.
  • Behandeling moet uitdagingen voor cliënt en omgeving aanpakken.

Hoe helpen cognitieve interventies een mediator bij probleemgedrag?

  • Cognitieve interventies verminderen negatieve gevoelens.
  • Helpen om belemmerende gedachten om te buigen naar helpende gedachten.
  • Ondersteunen benodigde interventies.
  • Vergemakkelijken reacties op probleemgedrag.
  • Versterken professionele vaardigheden.

Hoe verschillen de reacties van zorgteamleden op probleemgedrag?

  • Gedachten over probleemgedrag variëren tussen zorgteamleden.
  • Verschillende manieren van reageren beïnvloeden gedrag.
  • Variatie zichtbaar in functionele analyse bij mediatie.

Beschrijf het voorbeeld van cognitieve interventie bij probleemgedrag.

  • Meneer Jacobs heeft Alzheimer in het verpleeghuis.
  • Probeert vrouw in rolstoel wandelen door de man te bezoeken.
  • Functionele analyse om gedrag en oorzaak te begrijpen.

Wat is het doel van cognitieve interventies volgens de tekst?

  • Het omzetten van niet-helpende gedachten in helpende.
  • Positief effect op gevoel en gedrag van mediatoren.
  • Bruikbaar bij angst, depressie en rouw.
  • Ondersteuning bij gedragsproblematiek van cliënten.

Wat was het probleem van de cliënt genaamd "De Wit"?

  • Problemen met tafel dekken door dementie.
  • Cognities zoals: 'Ik heb mijn hele leven al aan moeten passen.'
  • Onvermogen om op traditionele wijze te handelen.
  • Belemmering van dagelijkse taken.

Wat zijn de stappen bij cognitieve interventies voor probleemgedrag?

  • Therapie start met uitleg van de rationale.
  • Team legt invloed van gedachten uit.
  • Negatieve gedachten opsporen en alternatieve zoeken.
  • Mediatoren registreren gedrag en emoties.

Wat zijn de kenmerken van de interventie die wordt toegepast bij de casus van meneer Van Leeuwen?

  • Meneer Van Leeuwen vraagt gemiddeld vijftig keer om sigaretten.
  • Het gedrag wordt beloond met sigaretten of contact.
  • Differentiële bekrachtiging: belonen van gewenst gedrag en negeren van ongewenst gedrag.
  • Coaching van betrokkenen is essentieel.
  • Geleidelijke afname van ongewenst gedrag door concrete afspraken.

Hoe kunnen cognitieve interventies de motivatie en competenties van mediatoren versterken?

  • Verminderen negatieve emoties die deelname belemmeren.
  • Motivatie vergroten voor mediatieve gedragstherapie.
  • Ondersteuning bij uitvoering behandelplan.
  • Effectiever gedrag ten opzichte van de personen met gedragsproblemen.

Wat zijn de indicaties voor het gebruik van cognitieve interventies?

  • Bij negatieve emoties die mediatoren hinderen in mediatieve gedragsaanpak.
  • Ter ondersteuning van (mantel)zorgers bij gedragstherapeutische plannen.

Wat is het verschil tussen differenti\u00eble en niet-contingente bekrachtiging bij probleemgedrag?

  • Differentiële bekrachtiging: Ongewenst gedrag negeren, gewenst gedrag bekrachtigen.
  • Niet-contingente bekrachtiging: Bekrachtiging op vaste momenten, los van gedrag.
  • Materiële bekrachtigers: Eten, sigaretten.
  • Sociale bekrachtigers: Complimenten, gesprekken.

Welke stappen worden ondernomen in stap 6 van het evaluatieproces?

  • Evaluatie van het therapieresultaat.
  • Bespreking en beoordeling van de naamgeving.
  • Aandacht voor de mediatoracties.
  • Toetsing van het therapieresultaat en zelf-efficacy.
  • Onderzoek naar verdere behoeften indien doelen niet bereikt.

Wat houdt het vaststellen van behandelinterventies in op stimulusniveau?

  • Interveniëren op stimulusniveau richt zich op het verwijderen van uitlokkers van gedrag.
  • Uitlokkers kunnen fysiek of sociaal zijn, zoals over- of onderprikkeling.
  • Het aanpassen van de omgeving kan probleemgedrag verminderen.

Waarom is de rol van de mediator belangrijk bij interventies voor probleemgedrag?

  • Probleemgedrag neemt toe door aandacht.
  • Mediator toont waarom gewenst gedrag loont.
  • Voorbeeld: Dementiezorg leert volhouden.
  • Differentiële bekrachtiging: Enkel gewenste gedrag belonen.
  • Toepassing: Gedragssituaties aanpassen.

Wat is belangrijk bij het opstellen van een functienalyse in relatie tot het SORCK-schema?

  • Achterhalen welk connotatieschema mediatoren gewend zijn.
  • Aansluiten bij en kiezen van dezelfde 'taal' als collega-therapeuten.

Hoe kan gewenst gedrag gestimuleerd en beloond worden bij probleemgedrag?

  • Gewenst gedrag moet worden beloond en concreet benoemd.
  • Voorbeelden: Puzzelen, lezen.
  • Functionele analyse achterhalen stimuli.
  • Positieve registratie voor gedragspatronen.
  • Relatie met oplossingsgerichte psychotherapie.

Welke schema's worden regelmatig gebruikt in mediatieve behandeling van gedragsproblemen?

  • SORC/K-schema: Rekening houden met levensloop en behoeften.
  • SRC-schema: Vereenvoudigde versie voor praktijktoepassing.
  • ABC-schema: Ook bekend als antecedents-behaviour-consequences-schema.

Wat gebeurt er als interventies op stimulusniveau niet werken?

  • Interventies op consequentieniveau worden overwogen.
  • Behandelingen richten zich op het standhouden van waardevolle factoren.
  • Mogelijke mediatieve benaderingen of medicatie-aanpassingen worden onderzocht.

Wat illustreert het voorbeeld van probleemkeuze-doelbepaling-meting?

  • Mevrouw Van den Heuvel, 80 jaar, met Parkinsondementie.
  • Gedrag: polsen vasthouden, roepen 'Help me!', rondlopen.
  • Zorgteam focust op mediatieve behandeling.
  • Afspraak: niet meer dan twee keer 'Help me!' per maaltijd.
  • Een week monitored gedrag tijdens maaltijden.

Wat is het doel van mediatie therapie in het S[R]C/K-schema?

  • Focus op waarneembare stimuli (s) en gedrag (r).
  • Verwachte gevolgen (c) van gedrag.
  • Persoonsgebonden variabelen (o) in rekening brengen.
  • Beïnvloeding probleemgedrag door gekozen stimuli.

Hoe verloopt een voorbeeld van verbale agressie in de functienalyse-notatie?

  • S: Partner zegt iets over dementie.
  • O: Dementie en narcistische trekken.
  • R: Verbale agressie.
  • C: Uitleggen waarom gelijk, verergert situatie.

Welke vragen stelt een therapeut bij het opstellen van een functienalyse?

  • Stimuli: "Spoel de video terug."
  • Kortetermijngevolgen: "Hoe reageert de mantelzorger?"

Wat houdt stap 2, Doelbepaling, in bij gedragsproblemen?

  • Stel een behandeldoel vast in een vroeg stadium.
  • Het doel geeft richting aan het therapeutische proces.
  • Focus op vermindering van ongewenst gedrag.
  • Meet ernst, duur of frequentie van veranderingen in gedrag.

Wat zijn de onderdelen van het S[R]C-schema in gedragsbehandeling?

  • S: Stimuli (interne/waargenomen).
  • R: Probleemgedrag.
  • C: Gevolgen.
  • O: Persoonsgebonden variabelen zoals achtergrondinformatie, medische geschiedenis.

Wat houdt een mediatieven therapie in?

  • Gezamenlijke zoektocht van therapeut en mediator naar probleemoplossingen.
  • Gemiddeld 4-6 sessies nodig.
  • Eerste sessie: probleemkeuze en doelbepaling.
  • Tweede sessie: bespreking baseline, functionele analyse en plan van aanpak.
  • Derde sessie: evaluatie.

Hoe wordt stap 3, Meting, uitgevoerd bij gedragsproblemen?

  • Resultaten van metingen beoordelen de ernst van het probleem.
  • Definieer mate van succesvolle gedragsverandering.
  • Gebruik meetlijsten met juiste instructies.
  • Zorg voor juiste interpretatie om problemen te verminderen.

Welke rol heeft de mediator in het gedragstherapeutisch behandelproces?

  • Begeleidt en voert regie over het behandelproces.
  • Schrijft het gedragsbehandelplan.
  • Betrekt zorgteam en mantelzorger bij behandeling.
  • Zorgt voor afstemming met huisarts of specialist.
  • Adviseert de behandeling.

Wat gebeurt er in de eerste stap van een mediatieven therapeutisch proces?

  • Gesprek met mantelzorger, verzorger of zorgteam.
  • Inzicht vergaren in zorg en ervaringen delen.
  • Problemen doornemen en prioriteren op basis van relevantie en samenhang.
  • Kiezen van het te behandelen probleem.

Wat is het doel van cognitieve bijstelling volgens stap 3?

  • Verander manifestatie van probleemgedrag.
  • Meten helpt gedrag minder te manifesteren.
  • Meetinstrumenten passen probleemoplossing aan.
  • Gebruik van mediaties voor gedragscorrectie.

Wat zijn de indicaties voor mediatieve cognitieve gedragstherapie?

  • Psycho-educatie en omgangsadviezen onvoldoende effectief.
  • Complex, langdurig probleemgedrag.
  • Uitgelokt of ondersteund gedrag door omgeving.

Hoe begint het mediatieve cognitieve gedragstherapieproces?

  • Start met inventarisatie van problemen.
  • Opstellen van hypothesen over oorzaak/samenhang.
  • Analyseert de causale samenhang tussen problemen.
  • Integreert de holistische theorie en casusconceptualisatie.

Wat is het doel van mediatieve cognitieve gedragstherapie?

  • Invloed op observeerbaar gedrag van de cliënt.
  • Focus op gedragstherapeutische interventies.
  • Gebruik van interne en externe stimuli.
  • Interventies uitgevoerd door mediator/mediatoren.
  • Extra dynamiek door betrokkenheid van naasten.

Wat zijn de contra-indicaties voor mediatieve cognitieve gedragstherapie?

  • Gesprekstherapeutische behandeling mogelijk.
  • Acuut ingrijpen bij crisissituaties.
  • Lichamelijke oorzaken niet uitgesloten.

Wat omvat de follow-up van een gedragstherapeutische sessie?

  • Evaluatie therapieresultaat m.b.t. doelen en basislijn.
  • Opnieuw uitvoeren indien nodig.
  • Functionele analyse van gedragsanalyse.
  • Baseline vaststellen van probleemgedrag.

Wanneer is mediatieve cognitieve gedragstherapie geïndiceerd?

  • Bij complex probleemgedrag.
  • Als individuele behandeling niet mogelijk is.
  • Na onvoldoende resultaat van psycho-educatie.
  • Bij complicerende medische of fysieke factoren.

Wat is het verschil tussen omgangsadvisering en gedragsbehandeling volgens James (2013)?

  • Omgangsadvies met vrijwillige opvolging.
  • Behandeling vraagt dossier door therapeut.
  • Zorgteam kan behandeling kiezen.
  • Interventies gericht op gedragsproblemen.

Wat zijn de kernboodschappen van mediatieve cognitieve gedragstherapie?

  • Gedragsproblemen behandeld met mediatoren: mensen rond de cliënt.
  • Toepasbaar in zorginstellingen en thuis.
  • Gedragsanalyse is basis voor interventieplan.
  • Cognitieve interventies ondersteunen gedragsplan.
  • Zorgteams krijgen vaardigheden voor probleemgedrag omkeren.

Wat is een verschil tussen mediatieve en reguliere cognitieve gedragstherapie?

  • Interventies niet door cliënt, maar door mediator.
  • Naasten betrekken brengt extra dynamiek.
  • Cognitieve interventies ondersteunen mediator.
  • Problematisch gedrag kan anders worden ervaren.

Wat is mediatieve therapie?

Mediatieve therapie/mediatietherapie is een specifieke toepassingsvorm van cognitieve gedragstherapie, waarbij problemen van de cliënt worden behandeld via personen in de directe omgeving (mediatoren).

Wanneer wordt mediatieve therapie ingezet?

Mediatieve therapie wordt ingezet als psychologische behandeling via gesprekscontact met de cliënt zelf niet mogelijk is.

Omgangsadvisering is ten opzichte van behandeling veel meer gericht op:

  • Algemene adviezen en psycho-educatie
  • Eenmalig
  • Vrijblijvend
  • Geen dossier door therapeut

Waarom wordt er een doel/doelen bepaald?

  • Genereert hoop
  • Geeft richting aan het proces
  • Evalueren

Wat zijn de indicaties voor cognitieve interventies bij mediatieve therapie (ondersteunende partij)?

  • Negatieve emoties belemmeren een mediator om mee te werken aan mediatieve gedragstherapie
  • Ter ondersteuning van de mediator of mediatoren bij uitvoering gedragsbehandelplan
  • Ter ondersteuning van mantelzorgers en/of verzorgers wanneer mediatieve gedragstherapie tot geen of onvoldoende gedragsverandering leidt.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo