BASISKENNIS - De ademhaling
17 belangrijke vragen over BASISKENNIS - De ademhaling
Welke processen en componenten zijn betrokken bij de ademhaling en ademhalingswegen volgens de tekst?
- Opname van zuurstof (O₂) in de longen.
- Kooldioxide-afgifte (CO₂) door verbranding in cellen.
- Luchtwegen inclusief neus (nasus), mond (oris), keelholte (pharynx), strottenhoofd (larynx), luchtpijp (trachea).
- Luchtpijptakken en longblaasjes dragen bij aan het transport en uitwisselen van gassen.
Wat zijn de kenmerken en voordelen van de neusholte zoals beschreven?
- Grenst aan bovenkaak en hersenbeenderen, bevat neusschelpen (conchae nasales).
- Verbonden met keelholte, bedekt met slijmvliezen en epitheel.
- Voordelen: verwarmt en bevochtigt ingeademde lucht, houdt en verwijdert stoffen, bevat bacteriedodende stof in slijm, reukzin detecteert schadelijke stoffen.
Welke functies heeft de keelholte en welke anatomische structuren zijn ermee verbonden?
- Belangrijk voor slikken (spijsvertering).
- Bevat strottenhoofdklepje dat luchtpijp beschermt tijdens slikken.
- Verbinding met middenoor via Eustachius buis, kan verstopt raken bij verkoudheid.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Wat gebeurt er met de huig en het strotklepje tijdens het ademhalen, slikken en verslikken?
- Ademhalen: De huig opent de neusholte en het strotklepje opent de luchtpijp, zodat lucht naar de longen stroomt.
- Slikken: De huig sluit de neusholte en het strotklepje sluit de luchtpijp af, waardoor voedsel naar de slokdarm gaat.
- Verslikken: Voedsel komt in de neusholte en/of luchtpijp terecht; hoesten verwijdert het voedsel.
Wat zijn de belangrijkste factoren en actieve spieren bij uitademing?
- Elasticiteit van het longweefsel.
- Terugveren van thorax en ribkraanbeen.
- Het diafragma neemt zijn oorspronkelijke vorm weer aan.
- Mm. intercostale interni.
- Buikspieren.
- m. scaleni
- m. pectoralis minor en major,
- m. serratus anterior
- m. sternocleidomastoideus.
Wat is de samenstelling van ingeademde en uitgeademde lucht?
- Zuurstof (O2): 21% ingeademd, 16% uitgeademd.
- Kooldioxide (CO2): 0,04% ingeademd, 4% uitgeademd.
- Stikstof (N2): 79% beide.
- Waterdamp: variabel ingeademd, verzadigd uitgeademd.
Wat gebeurt er bij hyperventilatie en hypoventilatie?
- Hyperventilatie: Gaswisseling sterker dan nodig, te laag kooldioxidegehalte in bloed.
- Hypoventilatie: Gaswisseling voldoet niet aan lichaamsbehoefte, zuurstoftekort (verstikking).
Wat is het proces en effect van hoesten en niezen?
- Diepe inademing gevolgd door snelle uitademing.
- Verwijdert irriterende stoffen uit de luchtwegen.
Hoe past de ademhaling zich aan bij zware lichamelijke inspanning?
- Bij zware lichamelijke inspanning worden in- en uitademing dieper.
- De ademhalingsfrequentie verhoogt, waardoor het ventilerend vermogen toeneemt.
- Dit zorgt ervoor dat het lichaam meer zuurstof opneemt en meer kooldioxide uitdrijft.
Wat is het mechanisme voor de regulatie van de ademhaling?
- Regulatie vindt onbewust plaats via het parasympathische zenuwstelsel (nervus vagus).
- Het ademcentrum in de hersenstam, specifiek het verlengde merg, genereert impulsen.
- Het ademritme past zich aan veranderingen in het kooldioxidegehalte in het bloed aan.
- Receptoren detecteren zuurgradiënten en sturen informatie naar het ademcentrum.
Wat gebeurt er als het ademcentrum geprikkeld wordt?
- Er volgt een automatische aanpassing van de ademhaling voor evenwicht in hersenen.
- Inspanning en emoties zoals angst verhogen de ademhaling.
- Nervositeit kan ademhalingsmechanismen verstoren, wat kan leiden tot hyperventilatie.
Welke functie heeft het strottenhoofd en hoe werkt het?
- Locatie: Overgang van keelholte naar luchtpijp. De slokdarm ligt achter de luchtpijp.
- Functie: Stemvorming door trilling van de stembanden.
- Werking: Luchtstroom laat stembanden trillen; lippen en tong helpen geluiden vormen.
- Hoestreflex: Prikkeling in keelholte of strottenhoofd kan hoesten opwekken.
Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de luchtpijp en bronchiën volgens de tekst?
- De luchtpijp bestaat uit halvemaanvormige kraakbeenbogen die zorgen voor stevigheid.
- Bekleed met glad spierweefsel en trilharen om slijm te verwijderen.
- Splitst in twee hoofdbronchiën: linker en rechter.
- Hoofdbronchien splitsen in steeds kleinere takjes.
- Kleinste takjes eindigen in longblaasjes voor gaswisseling.
Hoe zijn de longen opgebouwd en wat is hun functie volgens de informatie?
- De longen bevatten ongeveer 400 miljoen longblaasjes voor gaswisseling.
- Rechterlong heeft drie kwabben, linkerlong twee waar het hart tegenaan ligt.
- Het totale longoppervlak is ongeveer 150 m².
- Dubbel-laag pleurabladen bekleden de longen.
- Pleuraholte bevat vloeistof voor soepele ademhaling.
- Longen vergroten bij inademing door het naar beneden bewegen van het middenrif.
Wat gebeurt er tijdens de gaswisseling in de longen volgens de tekst?
- Zuurstofrijk bloed wordt via longslagader naar capillairen gevoerd.
- Hemoglobine bindt zuurstof aan erytrocyten.
- Co2 wordt in bloed opgenomen en O2 aan weefsels afgegeven.
- Wordt beïnvloed door alveolaire capaciteit en spanningsverschillen.
Wat zijn de hoofdtaken van de ademhaling en hoe vindt de gasuitwisseling plaats?
- Dubbele taak van de ademhaling:
- - Aanvoer van O₂.
- - Zuurstof verbrandt voedingsstoffen voor energie.
- - Afbraakproducten en koolzuurgas worden afgevoerd.
- Gasuitwisseling:
- - Passief proces, aangedreven door spanning tussen bloed en alveolus.
- - Wordt bepaald door:
2. Alveolaire capaciteit.
3. Toestand van de alveoli.
Hoe wordt inademing (inspiratie) bereikt volgens de tekst?
- Verhoging borstholte door diafragma en tussenribspieren.
- Diafragma, halsspieren en mm. intercostale externi spelen rol.
- Thoraxuitbreiding vergroot longruimte, verlaagt longdruk.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















