Farmacotherapie en andere niet-psychotherapeutische behandelvormen - Soorten psychofarmaca

56 belangrijke vragen over Farmacotherapie en andere niet-psychotherapeutische behandelvormen - Soorten psychofarmaca

Welke indeling van psychofarmaca kan je op basis van historische ontwikkelingen van diverse stoffen doen?

  1. Antipsychotica = neuroleptica
  2. antidepressieve
  3. stemmingsstabilisatoren
  4. anxiolitica
  5. hypnotica
  6. stimulantia

Stemmingsstabilisatoren, werking, indicaties, bijwerkingen

Stemming stabiliseren, bij manie en depressie. Vaak wordt Lithium gebruikt.

Werkingsmechanisme
Ze voeren hun werking waarschijnlijk uit via de ionkanalen in het celmembraan.
- smalle therapeutische index, daarom hoort bepaling van de bloedspiegel bij de reguliere controles.
- lithium wordt uitgescheiden via de nieren > belangrijk voor mensen met nierfunctiestoornissen.

Indicaties
Belangrijkste: bipolaire stoornis, depressie en manie. Als behandeling en onderhoudsdosering.
- schizoaffectieve stoornis
- borderline-persoonlijkheidsstoornis
- additiebehandeling bij antidepressiva
- agressieregulatie
- voorkomend effect op suïcide

Bijwerkingen
Lithium is een zout
- dorst
- veel plassen
- maag- en darmklachten
- droge mond
- acne
- trillen
- moeheid
- psoriasis
- schildklierstoornissen
- geleidingsstroonis van het hart
Regelmatig een ECG is daarom ook noodzakelijk.

Hoe worden pychofarmaca tegenwoordig ook wel genoemd, ipv antidepressivum of antipsychotica

niet op basisv an de aandoening maar meer op basis van het werkingsmechanisme, bv serotonineheropnameremmer of dopamineblokker
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Wat is kenmerkend voor antipsychotica?

  • Dit zijn stoffen met een kalmerende en onverschilligmakende (neuroleptiserende) werking. Ze 'normaliseren
  • onrustige en angstige patienten > worden gesedeerd (gekalmeerd)
  • geremde patienten > worden geactiveerd
  • Patienten beschrijven vaak een gevoel van distantie ten opzichte van eigen beleving. Lichte vorm van depersonalisatie of emotionele afvlakking. Hierdoor vinden sommige mensen het niet prettig.    

Hoe wordt een geneesmiddel meestal omschreven

de stofnaam met een kleine letter (haloperidol)
merknaam met een hoofdletter en een *: (Haldol*).
bij middelen waarbij het patent is verlopen die onder veerschillende merknamen verkrijgbaar zijn, wordt enkel de stofnaam gegeven.

Stimulantia, indeling, werking, indicaties en bijwerkingen. Methylfenidaat (Ritalin, concerta, medikinet),
Atomoxetine (Strattera) (reboundeffect)

Stimulerende werking op het brein, leidt tot vermindering overactiviteit en tot verbetering van de aandacht en concentratie.

Indeling
Methylfenidaat (Ritalin, concerta, medikinet)
Atomoxetine (Strattera) 

Werkingsmechanisme
Ritalin, methylfenidaat: werkzaam via de dopaminerge zenuwcellen, dopamine werkt op de frontale processen en motoriek.
- rem- en filterfunctie wordt door methylfenidaat versterkt.

In rust zorgt het voor een stimulerende werking, daarom wordt het niet gegeven aan het einde van de middag of 's avonds.  
Korte halfwaardetijd.

Strattera, atomoxetine: remmen de heropname van noradrenaline.

Indicaties: ADHD

Bijwerkingen
Amfetamines: <eetlust, gewichtsvermindering, slaapproblemen, trillen, hoofdpijn, droge mond, toename van somberheid en angstklachten.
Er kan een reboundeffect optreden aan het einde van de dag: symptomen komen in versterkte mate terug.

Atomoxetine: misselijkheid, buikpijn, griepgevoel, < eetlust, hoge RR, onrust, prikkelbaarheid, duizeligheid, vermoeidheid, > HF.

Op basis van de chemische structuur kunnen antipsychotica worden onderverdeeld in 2 groepen, welke?

  1. Typische antipsychotica
    • Haloperiodol, Flufenazine, Flupentixol
  1. Atypische antipychotica
    • aripiprazol, clozapine, olanzapin, risperidon


de atypische middelen hebben een ander bijwerkingsprofiel. Dit heeft te maken met een selectievere beïnvloeding van het dopaminesysteem. Hierdoor ontstaan er minder bewegingsstoornissen als bijwerking.

Wat is een nieuwe ontwikkeling in de psychofarmaca?

Om medicijnen niet te benoemen op basis van aandoening, zoals antidepressiva of antipsychotica omdat deze medicijnen ook bij andere stoornissen gebruikt kunnen worden.

In plaats daarvan spreken op basis van werkinsmechanismen (serotonineheropnameremmer of dopamineblokker)

Wat wordt beschreven in het Farmacotherapeutisch Kompas?

Alle in Nederland geregistreerde farmaca, hun eigenschappen, bijwerkingen, gebruikte doeringen en indicaties, staan beschreven in hierin.
(België: Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium van het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie.)

Wat wordt beschreven in het Farmacotherapeutisch Kompas

Alle in Nederland gereistreerde farmaca, hun eigenschappen, bijwerkingen, gebruikte doeringen en indicaties, staan beschreven in hierin.
(belgie: Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium van het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie)

Op welke manier werkt antipsychotica?

Antipsychotica blokkeren verschillende dopaminereceptoren in het centrale zenuwstelsel. Dopamine komt veel voor in het brein. Dopaminereceptoren zitten met name in prefontale cortex en basale ganglia, dus bewegingaansturing. Blokkade hierin afname psychotische kenmerken

Wat zijn de belangrijkste indicaties voor het voorschrijven van antipsychotica, inclusief hun rol bij stoornissen in denken en waarneming, en welke specifieke aanvullende toepassingen (additiebehandeling) en niet-psychiatrische aandoeningen behoren ook tot het indicatiegebied?

De belangrijkste indicaties voor antipsychotica zijn:
  • Ernstige stoornissen in denken en waarneming, met name wanen en hallucinaties zoals bij schizofrenie (zie www.ggzrichtlijnen.nl).
  • Toestanden van grote onrust bij organische syndromen zoals dementie en delier.
  • Bipolaire stoornis, specifiek bij acute manie alsook bij onderhoudsbehandeling ter recidiefpreventie.

Overige Indicaties (Additiebehandeling en Zeldzame Aandoeningen)
  • Additiebehandeling (als toevoeging bij andere medicatie) bij obsessieve-compulsieve stoornis.
  • Overige, meer zeldzame en niet-psychiatrische aandoeningen, zoals:
    • Het syndroom van Gilles de la Tourette
    • De ziekte van Huntington

Welke bewerkingen hebben antipsychotica?

  • Parkinsonachtige klachten, zoals tremoren, stijfheid van de spieren en bewegingsarmoede.
  • de atypische antipsychotica als veel voorkomende bijwerking ontregeling van glucose en vetmetabolisme
  • antipsychotica leiden niet tot gewenning of tolerantie.
  • het is een veilig geneesmiddel in die zin dat 10 keer te veel innemen niet leidt tot dodelijke gevolgen.

Worden antidepressiva alleen gebruikt bij behandeling van depressieve stoornissen?

Vroeger was dit wel zo, maar tegenwoordig is gebleken dat ze ook bruikbaar zijn behandeling van diverse angststoornissen, obsessieve-compulsieve stoornissen, eetstoornissen.

Wat is het verschil tussen middelen met een hoge potentie en middelen met een lage potentie bij antipsychotica?

Antipsychotica met een lage potentie hebben een gering effect op de dopaminereceptoren. Om die reden worden ze nogal eens voorgeschreven om sedatie (kalmering) tewee te brengen bij (onrustige) geagiteerde patiënten.
Die met een hoge potentie, die met name D2-receptoren blokkeren, worden bij de behandeling van psychosen toegepast.

Daarnaast verschilt per antipsychoticum in hoeverre er ook andere receptoren worden geblokkeerd. Dit verklaart het verschil in bijwerkingen.

Wat zijn atypische antipsychotica

in vergelijking met de typische middelen een ander bijwerkingsprofiel. Dit betreft met name selectievere beïnvloeding van het dopaminerge receptorsysteem en minder beïnvloeding van andere neurotransmittersystemen, zoals de cholinerge en histaminerge receptorsystemen. Klinische heeft dit tot gevolg dat er minder sprake is van bewegingsstoornissen.

Wat zijn de 5 belangrijkste indicaties voor antipsychotica?

  • ernstige stoornissen in denken en waarneming, m.n. wanen en hallucinaties;
  • toestanden van grote onrust bij organiche syndromen, zoals dementie, delier;
  • bipolaire stoornis, acute manie alsook onderhoudsbehandeling ter recidiefpreventie;
  • additiebehandeling (=toevoeging bij andere medicatie) bij ocd (obsessieve-compulsieve stoornis);
  • overige, meer zeldzame niet psychiatrische aandoeningen zoals Gilles de la Tourette en ziekte van Huntington.

Wat is het extrapiramidaal systeem (e.s.) bij antipsychotica?

Het gedeelte van het bewuste motorische systeem van het centrale zenuwstelsel dat niet via de achterstrengen van het ruggenmerg loopt (piramidale banen).
Stoornissen in het e.s. systeem leiden onder meer tot tremoren, stijfheid van de spieren en beweingsarmoeden, het zogenoemde parkinsosime.

Wat is de primaire indicatie waarvoor antidepressiva van oudsher worden toegepast, welke andere indicaties zijn uit recenter onderzoek gebleken, en wat zijn de belangrijkste afwegingen die een rol spelen bij de keuze voor een specifiek antidepressivum?

Primaire en Secundaire Indicaties Antidepressiva zijn middelen die van oudsher toegepast worden bij de behandeling van depressieve stoornissen.
  • Uit onderzoek van de laatste decennia is gebleken dat ze ook bruikbaar zijn bij de behandeling van diverse angststoornissen, de obsessieve-compulsieve stoornis en eetstoornissen (zie www.ggzrichtlijnen.nl).
Afwegingen bij de Keuze Er zijn vele antidepressiva. De belangrijkste aspecten om een keuze uit de verschillende antidepressiva te maken, zijn:
  • Het farmacologisch werkingsmechanisme.
  • De mogelijke bijwerkingen.
  • Interacties.
  • De eventuele ervaring met het geneesmiddel bij dezelfde patiënt in het verleden.

Wat houdt parkinsonisme in bij antipsychotica?

Het lijkt op de ziekte van parkinson. De ziekte van parkinson is een gevolg van door de ziekte veroorzaakt dopaminetekort in bepaalde hersengebieden. Doordat antipsychotische farmaca dopaminereceptoren blokkeren, kunnen zij dus ook parkinsonisme (=parkinsonachtige verschijnselen) veroorzaken. In tegenstelling tot de ziekte van parkinson gaat het bij parkinsonisme meestal om een omkeerbaar (reveribel) fenomeen.

Wat is het verschil tussen middelen met een hoge potentie en middelen met een lage potentie?

antipsychotica met een lag potentie hebben een gering effect op de dopaminereceptoren. Om die reden worden ze nogal eens voorgeschreven om sedatie (kalmering) tewee te brengen bij (onrustige) geagiteerde patienten.
Die met een hoge potentie, die met name D2-receptoren blokkeren, worden bij de behandeling van psychosen toegepast.

Daarnaast verschilt per antipsychoticum in hoeverre er ook andere receptoren worden geblokkeerd. Dit verklaart het verschil in bijwerkingen.

Op welke wijze wordt de meest passende antidepressiva gekozen?

Dit wordt gedaan op basis van interacties met de patient, mogelijke bijwerkingen, eerdere ervaringen met geneesmiddelen.

Wat zijn de belangrijkste extrapiramidale bijwerkingen (EPS) van antipsychotica?

  • acute dystonie: spierspasmen, bv in kaak;
  • parkinsonisme: verschijnselen van de ziekte van parkinson;
  • akathisie: niet stil kunnen zitten, bewegingsdrang en onrust;
  • tardieve dyskinesie: laat optredende bewegingsstoornissen. Pas na maanden of jaren. Bij 10 tot 25 % vd patienten. Vooral onwillekeurige bewegingen van de kleine spiertjes in het hoofd en hals gebied. Is vaak irreversibel.

Wat zijn de belangrijkste indicaties voor antipsychotica

  • ernstige stoornissen in denken en waarneming, m.n. wanen en hallucinaties
  • toestandenv an grote onrustig bij organiche syndromen zoals dementie, delier
  • bipolaire stoornis, acute manie alsook onderhoudsehandeling ter recidiefpreventie
  • addititbehandeling (=toevoeging bij andere medicatie) bij ocd
  • overige, meer zelfdzame niet psychiatrische aandoeningen zoals gilles de la tourette en ziekte van hntington

Wat is de werking van antidepressiva?

  • Ze kunnen bij mensen met een depressieve stoornis de depressieve klachten verminderen, maar bij mensen zonder depressieve stoornis, verbeteren ze de stemming niet.
  • in 50 tot 75 % is de werking effectief
  • placebo is in 30 tot 40% effectief gebleken

Wat is het metaboolsyndroom bij de moderne atypische antipsychotica?

De modernere, atypische antipsychotica hebben als veel voorkomende bijwerkingen ontregeling van het glucose en vetmetabolisme en leiden daarmee tot gewichtstoenamen en DMII (diabetes mellitus type 2) en een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

Wat zijn klassieke typische antipsychotica?

Meer bewegingsstoornissen als bijwerkingen, bv haldol, orap, dipiperon, dogmatil.

Welke bijwerkingen treden op bij gebruik van antidepressiva?

  • Eerste paar weken gevoel van gejaagdheid en onrust, doordat de patient actiever wordt terwijl de stemming nog niet verbeterd is. dit kan samengaan met toename van suicidale gedachten.
  • maag-darmklachten
  • misselijkheid
  • hoofdpijn
  • onrustig slapen
  • seksuele functiestoornis


Antidepressiva leiden niet tot gewenning of tolerantie!

Welke bijwerking bij blokkade van de histaminereceptoren bij antipsychotica?

  • sufheid;
  • gewichtstoename.

Wat zijn de bijwerkingen bij blokkade van de acetylcholinereceptoren bij antipsychotica?

  • droge mond;
  • moeite met scherpstellen van de ogen.

Welke bijwerking bij blokkade van de histaminereceptoren

  • sufheid
  • gewichtstoename

Wat is het maligne neurolepticumsyndroom bij antipsychotica?

  • stijfheid;
  • koorts, leverfunctiestoornissen;
  • ontregelingen hartfunctie, centrale temperatuur en bloeddruk.

Het is een soort overgevoeligheidsreactie.

Hoe worden pychofarmaca tegenwoordig ook wel genoemd, i.p.v. antidepressivum of antipsychotica?

Niet op basis van de aandoening, maar meer op basis van het werkingsmechanisme, bv serotonineheropnameremmer of dopamineblokker.

Hoe werken antidepressiva? Noem 4 effecten.

  • antidepressief;
  • angstdempend;
  • beïnvloeden agressie;
  • verminderen suïcidaliteit .

Wat is een andere manier van antidepressiva indelen, vooral op historische overwegingen?

  • TCA tricyclische antidepressiva;
  • selectieve serotonineheropnameremmers SSRI;
  • MAOremmers Monoamineoxidaseremmers.

Hoe wordt een antipsychotica ingenomen

  • oraal, tablet, smelttablet
  • depot, in spierbundel. een oplossing van een geneesmiddel in een olieachtige of waterige substantie. Het geneesmiddel wordt langzaam afgegeven aan de bloedbaan. zorgt voor ene vrij constante concentratie van het geneesmiddel in de bloedbaan
  • bij delier soms via infuus

Wat doen SSRI selectieve serotonine heropnameremmers bij antidepressiva?

  • blokkeren selectief de heropname van neurotranmitter serotonine.

bv
  • citalopram/cipramil;
  • lexapro;
  • fluozetine/prozac;
  • fluvoxamine/fevarin;
  • paroxetine/seroxat;
  • sertraline/zoloft.

Welke types antidepressiva

  • werkzaam via noradrenalinereceptor
  • werkzaam via serotoninereceptor


beiden receptoren uitgebreid aanwezig in het brein:
  • in cortex
  • amygdala
  • hippocampus
  • hypothalamus
  • striatum

Deze gebieden zijn betrokken bij stemmings-en angstregulatie, maar ook bij seksuele functies en impulsregulatie.

Wat zijn modernere antidepressiva?

  • recent geïntroduceerde middelen (niet TCA en niet SSRI) die invloed hebben op serotonine, noradrenaline melatoine of andere receptoren.

bv
agomelatine/valdoxan;
brupropion/welbutrin;
duloxetine/cymbalta;
mirtazapine/remeron;
trazodon/trazolan;
venlafaxine/efexor;
vortioxetine/brintellix.

Wat zijn MAOremmer monoamineoxidaseremmers bij antidepressiva?

Bv parnate /tranylcipromine.

Blokkerende werking op MAOenzym in de zenuwcel en daarmee de afbraak van verschillende neurotransmitters blokkeert, zijn er effectief.
Kunnen evenwel samengaan met potentiële ernstige bijwerkingen, zoals aanvallen van plotselinge bloeddrukverhoging bij het gebruik ervan in combinatie met een overmatige hoeveelheid tyramine.

Tyramine komt in veel voedingsmiddelen voor bv bepaalde kaassoorten, banaan, salami en rode wijn. Mag alleen door psychiater voorgeschreven worden.

Een andere manier van antidepressiva indelen, vooral op historische overwegingen

  • TCA tricyclische antidepressiva
  • selectieve serotonineheropnameremmers SSRI
  • MAOremmers Monoamineoxidaseremmers

Wat zijn de 11 indicaties voor antidepressiva?

  • patiënten met depressieve stoornis, kunnen de verschijnselen verminderen;
  • zonder depressieve stoornis werkt het niet stemmingsverbeterend;
  • de kans op effect is groter bij ernstige depressiva en vitale kenmerken: nergens van kunnen genieten, 's ochends somberder, verminderde eetlust, doorslaapproblemen, moeheid;
  • ook bij angststoornissen: paniekstoornis met on zonder agorafobie, sociale angststoornis, gegeneraliseerde angststoornis;
  • ptss;
  • agressie;
  • ocs;
  • slaapstoornissen;
  • pijnstoornissen;
  • eetstoornissen;
  • stemmingsstoornissen die duidelijk een reactie zijn op aangrijpende gebeurtenis. Wel onderscheid maken tussen tussen duidelijk stemmingsstoornis en normale psychologische reacties op een ingrijpende levensgebeurtenis;
  • 50-70 % is effectief;
  • SSRIs kunnen een positief effect hebben bij bepaalde symptomen van verschillende persoonlijheidsstoornissen. bv bps.

Wat voor bijwerkingen zijn er bij antidepressiva?

De eerste paar weken kan er onrust en gejaagdheid optreden. Patiënt wordt actiever, maar de stemming is nog niet verbeterd.
Dit kan samengaan met het induceren of een toename van doodsgedachten en suïcidaliteit!

De bijwerkingen zijn te herleiden tot  de neurotransmittersystemen waarop zij werkzaam zijn.

SSRI: meer serotonerge bijwerkingen.

Tricyclische en moderne: werken op meerdere systemen en kunnen dan ook naast bijwerkingen op het serotonerge systeem ook op meerder tegelijk geven. Bv noradrenaline, histamine.

Wat is downregulation bij antidepressiva?

  • een terugkoppelingsmechanisme dat ervoor zorgt dat er geen overstimulatie ontstaat. Uiteindelijk resulteert het in een verandering/normaliseren van het evenwicht.
  • verklaar dat het klinisch effect pas nog 3 tot 4 weken is.

Wat zijn serotonerge bijwerkingen bij antidepressiva?

  • maagdarmklachten;
  • misselijkheid;
  • gejaagdheid in het begin;
  • hoofdpijn;
  • onrustig slapen;
  • seksuele functiestoornissen.

Wat zijn anticholinerge bijwerkingen bij antidepressiva?

  • droge mond;
  • wazig zien;
  • versnelde hartslag;
  • overmatig zweten;
  • obstipatie;
  • problemen bij het plassen als er een vergroting van de prostaat is.

Wat zijn noradrenerge bijwerkingen bij antidepressiva?

  • potentiestoornissen;
  • verlaagde bloeddruk;
  • orthostatische hypotensie.

Wat voor bijwerkingen bij antidepressiva?

De eerste paar weken kan er onrust en gejaagdheid optreden. Patient wordt actiever maar de stemming is nog niet verbeterd.
Dit kan samengaan met het induceren of een toename van doodsgedachten en suïcidaliteit!!

de bijwerkingen zijn te herleiden tot  de neurotransmittersystemen waarop zij werkzaam zijn.

SSRI: meer serotonerge bijwerkingen

tricyclische en moderne: werken op meerdere systemen en kunnen dan ook naast bijwerkingen op het serotonerge systeem ook op meerder tegelijk geven. bv noradrenaline, histamine

Wat zijn bijwerkingen bij blokkeren van de noradrenerge receptoren bij antidepressiva?

  • orthostatische hypotensie;
  • slaperigheid.

Hoe komt het dat patiënten de behandeling van antidepressiva nogal eens vroegtijdig stoppen?

Antidepressiva kunnen veel hinderlijke bijwerkingen geven en patiënten ervaren dan in het begin alleen de negatieve effecten.

Goede begeleiding en voorlichting is van essentieel belang.

Wat zijn de 3 alternatieven van lithium bij stemmingsstabilisatoren?

  • Natriumvalproaat (Dekapine);
  • Carbamazepine (Tegretol);
  • Lamotrigine (Lamictal).

Deze farmaca waren, voordat zij toegepast werden als stemmingsstabilisator, al geregistreerd (en worden nog steeds gebruikt) voor de behandeling van epilepsie.    

Als het gebruik van 1 stemmingsstabilisator onvoldoende effectief is, worden ze ook wel gecombineerd toegepast.

Geef bij Anxiolytica en hypnotica kort de werking en het toepassingsgebied aan

Dit zijn middelen die angst verminderen. Deze medicijnen komen uit de groep benzodiazepine. Ze zorgen voor angstreductie, spierverslapping, slaapverwekking en ze gaan epileptische insulten tegen. Er bestaan maar weinig indicatiegebieden voor het gebruik van benzodiazepinen en langdurig gebruik dient vermeden te worden in verband met snel optredende afhankelijkheid.

Wat zijn de belangrijkste bijwerkingen van lithium als stemmingsstabilisator?

  • Lithium is een zout dat door de nieren wordt uitgescheiden en 'concurreert' met andere zouten in het lichaam. Dorst, veel drinken (polydipsie) en veel plassen (polyurie);
  • Maag-darmklachten met misselijkheid en diarree (verdwijnt na enige tijd);
  • Droge mond, metaalsmaak, trillen, moeheid, gewichtstoename, toename van acné en psoriasis;
  • Soms schildklierstoornissen of geleidingsstoornis van het hart.

Daarom nodig om regelmatig bloedonderzoek naar de schildklierfunctie en hartfilmpje (ECG).
  • Te hoge concentratie van lithium wordt een lithiumintoxicatie genoemd (sufheid, krampen, misselijkheid, epileptische aanvallen, coma en als er niet wordt ingegrepen, de dood). Kan ontstaan door overdosering of overmatig vochtverlies.

Wat zijn de bijwerkingen van stemmingsstabilisatoren (zonder lithium), de anti-epileptica?

  • Sufheid;
  • Duizeligheid;
  • Maag-darmklachten (voor in het begin van de behandeling);
  • Huiduitslag;
  • Verlaging van het aantal witte bloedcellen (belangrijk bij afweer van het lichaam, komt in zeldzame mate als bijwerking voor);
  • Bij te hoge bloedspiegel: dubbele tong, sufheid, onzeker lopen en beven.

Naast reguliere controles van de bloedspiegel is ook regelmatig bloedonderzoek naar de leverfuncties noodzakelijk. Ze kunnen de werking van sommige afbraakenzymen in de lever versterken waardoor zij zelf maar ook bepaalde andere geneesmiddelen sneller worden afgebroken.

Wat is het werkingsmechanisme van benzodiazepinen (anxiolytica en hypnotica)?

Benzodiazepinen binden zich aan de benzodiazepinenreceptoren in de hersenen. Door deze binding wordt de activiteit van de neurotransmitter gamma-aminoboterzuur (GABA) versterkt. GABA is een neurotransmitter met een overwegend remmende werking en komt op vele plaatsen in het centrale zenuwstelsel voor, zowel in de hersenschors als in het centrale ruggenmerg. Dit verklaart waarom deze neurotransmitter niet alleen de spierspanning verlaagt en de drempel voor epileptische insulten verhoogt, maar ook waarom deze een gunstige invloed heeft op het angstniveau en de kwaliteit van de slaap.

Moet de afbouw van benzodiazepinen (anxiolytica en hypnotica) snel of langzaam gaan?

Na chronisch gebruik moet de afbouw zeer langzaam gaan, hetgeen vaak een aantal maanden duurt. Soms moet dit klinisch gebeuren, omdat ernstige psychiatrische verschijnselen en hevig terugverlangen naar de medicatie (craving) kunnen optreden.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo