Eetstoornissen - Diagnostiek en differentiële diagnostiek
12 belangrijke vragen over Eetstoornissen - Diagnostiek en differentiële diagnostiek
Welke 2 meetinstrumenten voor het diagnosticeren van een eetstoornis worden het meest gebruikt?
2. De Eating Disorder Examination (ESD).
De ESD beoordeeld de mate waarin voedselinname wordt beperkt en er wordt gepiekerd over voedsel, lichaamsvorm en gewicht.
Welke zes subschalen/onderdelen zijn er bij de gouden standaard van diagnostiek bij eetstoornissen, de EDE?
- De mate waarin de voedselinname wordt beperkt
- De mate van zorgen en piekeren over voedsel en eten
- De mate van zorgen en piekeren over lichaamsvormen
- De mate van zorgen en piekeren over lichaamsgewicht
- De invloed van het lichaamsbeeld op de zelfwaardering
- a.d.h.v. losse vragen de ernst en frequentie van eetbuien en gewichtscontrolemaatregelen worden gemeten.
Welke 2 instrumenten worden gebruikt om eetstoornissymptomen te meten?
2. Eating Disorder Inventory (EDI).
Deze zijn niet geschikt om te diagnosticeren.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Wat zijn de 3 belangrijkste nadelen van het gebruik van vragenlijsten bij eetstoornissen?
2. Er worden uitsluitend oppervlakkige klachten gemeten.
3.Er wordt naar intenties gevraagd en niet naar expliciet gedrag.
Bovenstaande maakt het noodzakelijk gedrag en cognities goed uit te vragen.
Wat is een groot risico bij regelmatig purgeren?
Waarom pleiten sommige experts voor een transdiagnostisch model van eetstoornissen waarin het diagnostische onderscheid tussen AN, BN en BED niet gemaakt wordt?
- Een cross-over tussen verschillende eetstoornissen, waarbij ze van de 1 in de andere eetstoornis vallen, komt vaak voor.
- Dit model past beter op de empirische realiteit dan de DSM-indeling
- Wel worden symptomen gediagnosticeerd, zoals ondergewicht of overgewicht, eetbuiten of restrictief, etc.
Wat is aan te raden om naast de SCID-5 en EDE-interviews te doen?
Welke andere stoornissen komen vaak voor bij eetstoornissen?
- Affectieve stoornissen, angststoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en middelenmisbruik komen regelmatig voor bij patiënten met eetstoornissen.
- Ontwikkelingsstoornissen, zoals ASS en ADHD worden bij 20% van de mensen met een eetstoornis gevonden.
Wat zijn enkele voorbeelden van situaties waarin kenmerken van eetstoornissen kunnen optreden bij patiënten met andere stoornissen of somatische aandoeningen?
- Eetbuien: psychotische stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, depressieve stoornissen.
- Grote eetlust: neurologische aandoeningen (syndroom van Kleine-Levin=slaapstoornis), genetische aandoeningen (Prader-Willi-Syndroom-ernstig overgewicht).
Wanneer duiden kenmerken eetstoornissen niet op eetstoornissen, maar andere stoornissen?
Het is van belang om uitgebreid lichamelijk onderzoek door de huisarts te laten verrichten, zodat nagegaan kan worden in welke mate er sprake is van vermagering, ondervoeding en medische of somatische complicaties. Dit zou standaard moeten gebeuren zodra er sprake is van flinke vermagering of frequent purgeren. Waarom?
Soms treden kenmerken van eetstoornissen op bij patiënten met andere psychiatrische stoornissen of patiënten met somatische aandoeningen. Waaraan moet het afwijkende gedrag voldoen om aan eetstoornissen te denken?
- Het streven naar vermagering
- Angst voor gewichtstoename
- Vermeende onaantrekkelijkheid
- Gestoorde perceptie van het lichaam
Wanneer hier dus niet aan wordt voldaan, is er geen sprake van een eetstoornis.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















