Dissociatieve stoornissen - Vaststellen
19 belangrijke vragen over Dissociatieve stoornissen - Vaststellen
Wat is het continuümmodel voor dissociatieve symptomen?
(wordt in twijfel getrokken)
Wat dachten Noord-Amerikaanse clinici oorspronkelijk over dissociatieve symptomen?
Onduidelijkheid over wat men verstaat onder 'dissociatie' leidt tot wat van welke diagnosen?
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Welke psychoforme positieve en negatieve symptomen komen voor bij dissociatieve stoornissen?
Negatief: amnesie (hiaten, persoonlijke infmratie kwijt zijn), fugues, depersonalisatie, derealisatie, verlies van vaardigheden
Op welke basis wordt de continuümgedachte bij dissociatieve klachten in twijfel getrokken?
Welke somatoforme positieve en negatieve symptomen komen voor bij dissociatieve stoornissen?
Negatief: verlies van gevoel en ctonrole, conversie, krachtverlies
In welke 2 soorten kunnen dissociatieve symptomen worden verdeeld?
2. Negatieve symptomen: verlies van functies.
In welke 6 gevallen is het raadzaam om cliënten te screenen op dissociatieve symptomen?
2. Somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten (SOLK).
3. Stemmen horen.
4. Wisselende somatische en psychische diagnosen.
5. Trauma- of stressgerelateerde problematiek.
6. Niet goed reageren op ingestelde behandeling.
Welke 3 zelfrapportagelijsten zijn in NL en BE gevalideerd voor screening op dissociatieve stoornissen?
2. DIS-Q
3. SDQ-20
Wat dient er altijd te volgen op een verhoogde score op een zelfrapportagelijst voor dissociatieve stoornissen?
Waarin onderscheid de TADS-I zich van andere semi-gestructureerde interviews voor dissociatieve stoornissen?
Screening van dissociatieve symtpomen zou een gestandaardiseerd onderdeel moeten zijn in het diagnostisch proces, juist omdat cliënten met andere klachten komen.
Welke groep cliënten zou je moeten screenen?
- Mensen met chronische, vroegkinderlijke trauma
- Mensen met somatisch onverklaarde lichamelijke klachten (SOLK)
- Mensen die stemmen horen
- Mensen die wisselende somatische of psychische diagnosen hebben
- Mensen met trauma of stress problemen
- Mensen die niet goed op behandeling reageren
Screening van dissociatieve symtpomen zou een gestandaardiseerd onderdeel moeten zijn in het diagnostisch proces, juist omdat cliënten met andere klachten komen. Welke 6 groepen cliënten zou je moeten screenen?
- Mensen met chronische, vroegkinderlijke trauma
- Mensen met somatisch onverklaarde lichamelijke klachten (SOLK)
- Mensen die stemmen horen
- Mensen die wisselende somatische of psychische diagnosen hebben
- Mensen met trauma of stress problemen
- Mensen die niet goed op behandeling reageren
Een verhoogde score (boven de cut-off) op de DES, DIS-Q of SDQ-20 dient altijd gevolgd te worden door een diagnostisch interview. Welke twee diagnostische interviews zijn hierbij van toepassing?
- Structured Clinical Interview for DSM-IV Dissociative Disorders, Revised (SCID-D-R).
- Trauma and Dissociation Symptoms Interview (TADS-I)
Structured Clinical Interview for DSM-IV Dissociative Disorders, Revised.
Wat meet het?
Waarin onderscheid de TADS-I zich van andere semigestructureerde interviews binnen diagnostiek van dissociatieve stoornis?
- Vraagt veel somatoforme dissociatieve symptomen uit
- Vraagt andere trauma gerelateerde symptomen uit
- Vragen om onderscheid te maken tussen symptomen die duiden op opdeling van persoonlijkheid vs verschijnselen die duiden op vernauwing of vermindering bewustzijn, maar niet dissociatief van aard zijn
TADS-I vraagt ook andere trauma symptomen uit. Waarom?
- Om vollediger beeld van comorbiditeit te krijgen en PTSS
- Om onderscheid te maken tussen complexe dissociatieve stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en andere as I-stoornissen (complexe PTSS), stemmingsstoornis, psychotische stoornis)
Op welke manieren onderscheid de TADS-I zich van andere semigestructureerde interviews voor het vaststellen van dissociatieve stoornissen?
- Het omvat een aanzienlijk deel over somatoforme dissociatieve symptomen.
- Het bevat een deel dat betrekking heeft op andere traumagerelateerde symptomen, om verschillende redenen:
- het verkrijgen van een vollediger klinisch beeld van mogelijke comorbiditeit, inclusief symptomen van PTSS en complexe PTSS
- Het verwerven van een beter inzicht in de (mogelijke) dissociatieve organisatie van de persoonlijkheid
- Beter onderscheid maken tussen complexe dissociatieve stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en andere as I-stoornissen.
- Onderscheid maken tussen symptomen die duiden op een opdeling van de persoonlijkheid en de genoemde verschijnselen die te maken hebben met een vernauwing of vermindering van het bewustzijn, maar niet noodzakelijkerwijs dissociatief van aard zijn.
TADS-I, het vraagt ook andere trauma symptomen uit. Waarom?
- Om vollediger beeld van comorbiditeit te krijgen en PTSS
- Om onderscheid te maken tussen complexe dissociatieve stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en andere as I-stoornissen (complexe PTSS), stemmingsstoornis, psychotische stoornis)
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















