Bestuursbevoegdheden - Bestuursorgaan

10 belangrijke vragen over Bestuursbevoegdheden - Bestuursorgaan

Wie is bestuursrechtelijke rechtssubject?

De drager van bestuursrechtelijke rechten en verplichtingen, en dus bestuursrechtelijke rechtssubject, is niet de natuurlijke persoon of rechtspersoon maar het ambt of, zoals de awb het uitdrukt, het bestuursorgaan.
Bij of krachtens de (Grond)wet worden overheidsambten in het leven geroepen, dat wil zeggen dat een functie wordt gecreeerd waaraan taken en bevoegdheden worden toegekend, bijv. Ministers, gemeenteraden, colleges van b&w, commissies etc.

Wat houdt het begrip bestuursorgaan in?

Het begrip bestuursorgaan van art.1:1 Awb bepaalt niet alleen (mede) de rechtsingang bij de bestuursrechter, maar de hele werkingssfeer van de Awb, alsmede die van andere belangijke wetten op het terrein van het algemeen bestuursrecht, zoals de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet Nationale Ombudsman.

Art. 1:1 lid 1 Awb combineert twee benaderingen van 'bestuur', namelijk een organisatorische (onderdeel a: een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld) en een functionele (onderdeel b: een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed). Dus a-organen en b-organen genoemd.

Wat houden a-organen en b-organen in?

In onderdeel a heeft de wetgever getracht al die organen te vangen die behoren tot de zogeheten hoofdstructuur van de bestuurlijke organisatie (Staat, provincies en gemeenten) met daarnaast de openbare lichamen ex art. 134 en 135 Gw en de publiekrechtelijk vormgegeven zelfstandige bestuursorganen. Op de onderdeel a gehanteerde begrip rechtspersoon wordt gedoeld op de rechtspersoon naar burgerlijk recht.

Ingevolge art. 1:1 lid 1 onder b is ook bestuursorgaan een persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed. Bij b-organen gaan alleen nog om (organen van) privaatrechtelijke rechtspersonen en natuurlijke personen.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Wat houdt het 'voor zover'-karakter van b-organen in?

B-organen zijn alleen bestuursorgaan voor zover zij met openbaar gezag zijn bekleed. A-organen zijn in alles wat zij doen bestuursorgaan, en vallen voor hun gehele handelen onder de Awb en de andere normen van publiekrecht. Dit verschil in strekking tussen a-organen en b-organen brengt mee dat bij een onderzoek of een bepaalde instelling een bestuursorgaan is, altijd eerst moet worden bezien of sprake is van een a-orgaan; is het antwoord bevestigend, dan komt men aan onderdeel b niet meer toe.

Kunt u uitleggen in welke Awb-bepalingen de term bestuursbevoegdheid tot uitdrukking wordt gebracht

Hoewel de Algemene wet bestuursrecht geen definitie kent van het begrip bestuursbevoegdheid, komt uit verschillende bepalingen wel degelijk naar voren dat de wetgever een ruim bevoegdheidsbegrip voor ogen staat. Op tal van plaatsen wordt gesproken van een bevoegdheid tot het nemen van besluiten (art. 3:3, 10:1, 10:13), waaruit kan worden afgeleid dat er ook andere bestuursbevoegdheden kunnen bestaan. Dit laatste wordt bevestigd door art. 10:21, dat de regeling inzake delegatie van overeenkomstige toepassing verklaart op overdracht van een bevoegdheid tot het verrichten van andere handelingen dan besluiten. Art 10:23 doet iets vergelijkbaars voor attributie aan ondergeschikten, zij het dat de wetgever daar spreekt van een bij wettelijk voorschrift toegedeelde bevoegdheid tot het verrichten van andere handelingen dan besluiten.

Kunt uitleggen dat attributie van bestuursbevoegdheid aan ambtenaren niet meebrengt dat wetten kunnen worden uitgevoerd zonder dat op die uitvoering politieke controle mogelijk is

Attributie
- definitie ontbreekt in Awb maar het in het leven van een bestuursbevoegdheid en het toekennen van die bevoegdheid aan een bestuursorgaan. De regeling van attributie is in de Awb beperkt tot de artt. 10:22 en 10:23. Wat staat daarin? Dat er een bevoegdheid bestaat om instructies op te stellen als ondergeschikte regels gaan uitvoeren en in de tweede plaats dat ondergeschikten als ze uitvoering geven aan regels een informatieplicht hebben aan de het bestuursorgaan. De informatieplicht om aan te geven op welke manier de regels worden uitgevoerd, op welke manier de regels worden toegepast.
- attributie aan onderschikten 

voorbeelden van attributie: art. 147 gemeentewet die zegt dat de Gemeenteraad verordeningen kan opstellen en uit 149 vloeit voort dat dat het moet gaan om verordeningen die samenhangen met de huishouding van de gemeente. Vergelijkbare bepaling is te vinden in art. 160 van de Gemeentewet waar de wetgever bepaalde bevoegdheden attribueert aan het college van B&W.


de kenmerken van delegatie kunt opnoemen

Delegatie: Onder delegatie wordt verstaan: het overdragen door een bestuursorgaan van zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten aan een ander die deze onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent (art. 10:13 Awb)
- Bevoegdheid (art. 10:15 Awb) delegatie is niet in alle gevallen toegestaan. In een wet in formele zin of algemene regels van provincies of gemeenten moet zijn opgenomen de mogelijkheid dat een bevoegdheid kan worden overgedragen en als dat niet is opgenomen in een wettelijk voorschrift dan is het niet toegestaan om een bevoegdheid te delegeren
- Beperkingen (art. 10:14 Awb) Delegatie geschiedt niet aan ondergeschikten. Dus met andere woorden je kunt een bepaalde bevoegdheid wel in mandaat overdragen aan ambtenaren maar je kunt een bevoegdheid die bijv van college van B&W is niet delegeren aan ambtenaren die ondergeschikt zijn aan het college van B&W.
-Bevoegdheid delegans (art. 10:17 Awb) Als je een bevoegdheid door middel van delegatie overdraagt dan ben je zelf als delegans zoals dat heet niet meer bevoegd om die bevoegdheid uit te oefenen.


kunt aangeven wat de belangrijkste rechtsgevolgen van delegatie zijn

* De belangrijkste rechtsgevolgen van delegatie zijn:
  1. De gedelegeerde persoon krijgt de bevoegdheid om namens de delegant op te treden en beslissingen te nemen.
  2. De delegant behoudt echter de eindverantwoordelijkheid voor de genomen beslissingen.
  3. De delegant kan de gedelegeerde bevoegdheid op elk moment intrekken.
  4. De gedelegeerde persoon moet handelen binnen de grenzen van de gedelegeerde bevoegdheid en mag niet buiten deze bevoegdheid optreden.
  5. Derden kunnen in bepaalde situaties vertrouwen op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de gedelegeerde persoon, tenzij zij weten of redelijkerwijs behoren te weten dat er sprake is van overschrijding van bevoegdheid.


kunt uitleggen langs welke wegen de delegans de uitoefening van de gedelegeerde bevoegdheid nog kan ‘sturen’

Het bestuursorgaan dat de bevoegdheid heeft gedelegeerd, kan over de uitoefening daarvan uitsluitend beleidsregels geven (art. 10:16 lid 1). Voorts heeft het recht op alle gevraagde inlichtingen over de bevoegdheidsuitoefening (idem lid 2). Delegatie werkt privatief, dat wil zeggen dat de delegans de bevoegdheid niet meer zelf mag uitoefenen (art. 10:17), maar hij kan de delegatie wel ten alle tijde intrekken (art. 10:18). Ook bevat de Awb nog een vormvoorschrift over krachtens delegatie te nemen besluiten (art. 10:19 Awb)

Kunt aangeven in welke gevallen ondertekeningsmandaat ongeoorloofd is

Inherent aan de bevoegdheid een besluit in mandaat te nemen, is de bevoegdheid het namens het bestuursorgaan te ondertekenen: daarvoor is geen afzonderlijke machtiging nodig. Daarnaast bestaat echter nog een variant waarbij besluiten door het bestuursorgaan zelf worden genomen, maar door een ander, namens het bestuursorgaan, worden ondertekend: ondertekenings'mandaat' (wij plaatsen get woord tussen haakjes omdat van mandaat in de zin van art. 10:1 geen sprake is). Deze variant dient ter besparing van de tijd die gemoeid is met het afhandelen van besluiten door ministers, wethouders etc. Een ambtenaar die een besluit van een minister voorbereidt, doet dat meestal als 'de minute'). Als de minister daarmee akkoord is, zou nodeloos veel tijd verloren gaan als vervolgens nog eens een origineel ter ondertekening aan de minister moet worden voorgelgd. Daarom vraagt de ambtenaar, tegelijk met de voorlegging van de minute aan de minister, vaak ook diens akkoord om het besluit namens deze te ondertekenen. Verkrijgt de ambtenaar dat akkoord, dan wordt hem dus ondertekenings 'mandaat' verleend, en wel voor een bepaald geval (art. 10:5 lid 1). Het besluit is dan nog steeds door de minister genomen, en dat moet (idem lid 2) ook uit het besluit blijken. Net als voor(gewoon) mandaat geldt dat ondertekenings "mandaat" niet is toegestaan wanneer een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo