Probeer onze studie magie gratis!

Samenvatting: Organisatietheorie Ot

Studiemateriaal generieke omslagafbeelding
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
een PDF bestand en leer hem super snel
  • Geen aanmelding, e-mail of creditcard nodig!
  • AI maakt onbeperkte flashcards
  • AI maakt oefen toetsen van de stof
  • Stel vragen aan AI
Maak een notitieblok aan
  • Geen aanmelding, e-mail of creditcard nodig!
  • Heb en houd perfect overzicht
  • Maak Maak flashcards, notities en mindmaps
  • Oefen, test jezelf en scoor beter!

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Organisatietheorie OT

  • 1 Week 1

  • 1.1.1.1 Organisaties

    Dit is een preview. Er zijn 8 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.1.1.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Welke drie doelen hebben organisaties die aansluiten op de belangen die zij hebben?

    De doelen van organisaties zijn:
    • Voortbrengen van producten en diensten;
    • Realiseren van positieve bijeffecten van de producten en diensten;
    • Tegengaan van negatieve bijeffecten van de producten en diensten. 
  • Iedere organisatie kent 4 basisactiviteiten (interacties), welke?

    1. Primair proces: de kernactiviteit van een organisatie. Het omzetten van input naar output.
    2. Operationeel regelen: het oplossen van problemen in het primair proces, zodat het proces voortgezet kan worden.
    3. Stellen van doelen: doelstellingen opmaken
    4. Zorgen dat de doelen kunnen worden gerealiseerd: infrastructurele voorwaarden realiseren die de goede uitvoering van activiteiten faciliteren. 
  • Wat zijn hoofdoorzaken voor een particularistische doelstelling?

    Een particularistische doelstelling wordt gecreëerd als er macht en geld komt kijken bij het opstellen van een doelstelling.
  • 1.1.1.2 Interacties

    Dit is een preview. Er zijn 6 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.1.1.2
    Laat hier meer flashcards zien

  • Welke vier interacties hebben organisaties?

    Organisaties hebben vier interacties:
    1. Primaire processen;
    2. Operationeel regelen;
    3. Zorgen voor voorwaarden;
    4. Stellen van doelen. 
  • Welke interactiepremissen behoren tot de interacties?

    Er zijn verschillende interactiepremissen:
    • HR
    • Technologie
    • Structuur
    • Cultuur
    Een vijfde invloed op interacties is 'omgeving'.
  • 1.2.1.1 Theorie

    Dit is een preview. Er zijn 4 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2.1.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Voor welke vier zaken wordt theorie gebruikt?

    Theorie wordt gebruikt voor:
    • onderscheid maken in volgorde en begrip van fenomenen;
    • interpretaties te vormen;
    • verklaringen op te stellen;
    • informatieve bronnen ontwikkelen. 
  • 1.2.1.3 Theoretiseren

    Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2.1.3
    Laat hier meer flashcards zien

  • Op basis van welke vier elementen worden de verschillenden vormen van theoretiseren van elkaar gescheiden?

    De verschillende vormen van theoretiseren zijn van elkaar te onderscheiden door:
    • de verschillende doelen;
    • verschillende criteria voor het beoordelen van de waarde van de kennis en de bijdrage aan de bestaande kennis;
    • als kenmerk om te voorkomen dat er verwarring ontstaat in het toepassen van de criteria;
    • rijke theoretische basis voor de gehele wetenschappelijke gemeenschap.
  • 1.2.1.4 Verschillende filosofische benaderingen

    Dit is een preview. Er zijn 5 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2.1.4
    Laat hier meer flashcards zien

  • Welke vier verschillende vormen van theoretiseren zijn er volgens de filosofie?

    Volgens de filosofie zijn er vier verschillende benaderingen van wetenschap:
    • Ontologie
    • Epistemologie
    • Methodologie
    • Axiologie 
  • 1.2.1.5 Vormen van theoretiseren

  • Welke drie vormen van theoretiseren zijn er volgens Cornelissen et al. (2021)

    Volgens Cornelissen et al. Zijn de mogelijke vormen van theoretiseren:
    • verklarend
    • interpretatief
    • emancipatoir 
  • 1.2.1.5.1 Verklarende vorm

    Dit is een preview. Er zijn 4 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2.1.5.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat is de verklarende vorm van theoretiseren?

    De verklarende vorm van theoretiseren wordt gebruikt door onderzoekers om het fundament van het fenomeen bloot te leggen en dieper gaan dan de oppervlakkige kennis van een fenomeen. Hierbij wordt ervan uitgegaan in zowel de natuurlijke als de sociale wetenschappen dat er slechts één werkelijkheid bestaat die onafhankelijk te bestuderen is.

    Desondanks is dit een manier van theoretiseren die vooral past bij natuurwetenschappen.

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart